Museum aan de Aa weigert omstreden beeld van slavenleider Tula

nieuws
Foto: Donald Trung via Wikimedia Commons (CC 4.0 SA)

Het Museum aan de Aa in Groningen neemt een omstreden bronzen beeld van Tula, de leider van de Curaçaose slavenopstand van 1795, toch niet op in de museumcollectie. Dagblad Trouw ontdekte de ommezwaai van het museum.  Het museum vindt het werk, dat kunstenares Toos Hagenaars in 1973 maakte, toch niet passend voor de vaste presentatie.

Hagenaars beeldde Tula, de leider van de slavenopstand op Curaçao in 1795, naakt af. Het twee meter hoge beeld staat daardoor al ruim vijftig jaar ter discussie. Het Tula Museum op Curaçao noemde het beeld eerder racistisch, vernederend en koloniaal. De Curaçaose regering besloot in 2024 om het beeld niet naar het eiland te halen. In Nederland lopen de reacties sterk uiteen. Het beeld kreeg in Groningen eerder juist een warm onthaal. Zo stond het tijdens de Antillenweek in 1991 en bij een herdenking op Tuladag in 2022 centraal.

Het beeld kwam terecht in een opslag van de gemeente Oldambt. Het Museum aan de Aa, de opvolger van het Noordelijk Scheepvaartmuseum, bekeek vervolgens of het werk binnen een museale context een plek kon krijgen. Een ingeschakelde adviseur vond het beeld geschikt voor een museale context. Toch besloot Museum aan de Aa het werk niet aan de collectie toe te voegen.

Museumdirecteur Nicolette Bartelink stelt in Trouw dat verschillende stemmen en organisaties uit de Curaçaose gemeenschap aangaven dat het beeld een racistische stereotypering bevat. Die reacties waren voor het museum een belangrijke reden om het beeld niet in de vaste presentatie op te nemen. Voor Museum aan de Aa betekent de afwijzing overigens niet dat het beeld helemaal geen plek in een museum kan krijgen. Bartelink sluit niet uit dat het werk tijdelijk wordt tentoongesteld. Als de familie het beeld verkoopt, kan een museum het volgens haar voor een tijdelijke tentoonstelling in bruikleen vragen.

De familie van Hagenaars is teleurgesteld over het besluit van het Museum aan de Aa. Het museum zou te veel waarde hechten aan de kwalificatie dat het beeld een racistische stereotypering zou zijn. Volgens hem worden daarmee de mensen genegeerd die het beeld juist als historisch monument van solidariteit zien.

Hoewel het Museum aan de Aa eruit springt omdat het in eerste instantie dichtbij een aankoop leek, is het niet het enige museum dat het beeld afwees. Ook het Groninger Museum wilde het beeld niet hebben en het Slavernijmuseum (dat nog in ontwikkeling is) heeft eveneens besloten het werk niet aan de collectie toe te voegen. De familie wil het beeld nu mogelijk verkopen. Van Mierlo denkt daarbij aan een veilinghuis, een particuliere kunstverzamelaar, stichting of bedrijf dat het werk een passende plek kan geven.