Nieuwe afspraken over internationale studenten schieten tekort: “De basis is niet op orde”

nieuws
Foto Jaron Bergsma

De plannen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) om de instroom van internationale studenten te beheersen schieten op vitale punten tekort. Dat stelt studentenorganisatie ISO in reactie op de nieuwe bestuurlijke afspraken die woensdag zijn gepresenteerd. Het ISO baseert zich daarbij op een onderzoek van ResearchNed, waaruit blijkt dat internationale studenten in Nederland op administratieve en sociale muren stuiten.

Woensdag maakte het ministerie van OCW bekend dat er samen met de onderwijskoepels afspraken zijn gemaakt over een ‘beheerste en gerichte instroom’ van internationale studenten. Hoewel het kabinet wil inzetten op de zogeheten ‘blijfkans’ van deze studenten, waarschuwt het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) dat de basis in Nederland op dit moment niet op orde is.

“Investeren in Nederlandse taallessen, voorlichten rondom huisvesting en een goede voorbereiding op de arbeidsmarkt vormen de minimale basis”, reageert ISO-voorzitter Allis Richardson. “Internationale studenten moeten in de praktijk merken dat er in hun toekomst wordt geïnvesteerd. Nu worden ze vanwege de woningnood vaak ontmoedigd om te komen. Dat is zonde, want zo loopt Nederland veel talent mis.”

Discriminatie en woningnood

De kritiek van het ISO wordt direct onderbouwd door het rapport ‘Leven en leren als internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs’ van onderzoeksbureau ResearchNed. Voor dit onderzoek werden 698 internationale studenten uitgebreid ondervraagd. Vooral op de toch al oververhitte woningmarkt zijn de ervaringen slecht. Veel buitenlandse studenten stuiten tijdens hun zoektocht bijvoorbeeld op expliciete uitsluiting en krijgen te maken met de beruchte tekst ‘no internationals’.

Door deze uitsluiting en het algehele tekort aan kamers vindt bijna een derde van deze studenten pas na drie maanden of langer een vaste woonplek. Sommigen moeten in de tussentijd noodgedwongen in dure hotels overnachten. Dat brengt ook direct extra kosten met zich mee: ruim de helft van de internationale studenten geeft in de enquête aan dat zij maandelijks aanzienlijk meer huur betalen dan hun Nederlandse studiegenoten. Daarnaast is er grote ontevredenheid over Nederlandse taalcursussen, die vaak te duur, slecht beschikbaar of onvoldoende toegelicht zijn. Dit belemmert de integratie op de campus en verlaagt de overlevingskansen op de arbeidsmarkt na de studie.

Taalbarrières bij DUO en de Belastingdienst

Het rapport legt ook een ander knelpunt bloot: de stroeve Nederlandse bureaucratie. Internationale studenten ervaren grote problemen bij instanties zoals de IND, de Belastingdienst en DUO. Omdat de informatievoorziening vaak uitsluitend in het Nederlands beschikbaar is, zijn procedures onduidelijk en lopen wachttijden snel op.

Bij DUO zorgt dit geregeld voor directe financiële problemen. Buitenlandse studenten ontdekken hierdoor namelijk vaak pas heel laat dat ze eigenlijk recht hebben op studiefinanciering of het studentenreisproduct. Ook bij de stages gaat het vaak mis. Meer dan de helft van de internationale stagiairs krijgt helemaal geen stagevergoeding. Wie wel een vergoeding krijgt, moet het doen met een bedrag van gemiddeld 228 euro per maand.

Inclusie op de tocht

Hoewel internationale studenten de culturele diversiteit in de collegezalen als een grote meerwaarde zien, voelen zij zich op sociaal vlak vaak buitengesloten. In de praktijk vallen Nederlandse studenten in internationaal gezelschap namelijk snel terug op de Nederlandse taal en werken ze bij voorkeur onderling samen. Een derde van de ondervraagde internationale studenten geeft aan zich in Nederland simpelweg niet thuis te voelen.

Het ISO eist dan ook dat studentenorganisaties en internationale studenten zelf structureel worden betrokken bij de jaarlijkse evaluatie van de gemaakte afspraken. Richardson benadrukt dat betere informatie alleen niet genoeg is: “Internationale studenten moeten in de praktijk merken dat er wordt geïnvesteerd in hun toekomst in Nederland. De minimale randvoorwaarden, zoals toegankelijke huisvesting, taallessen en baankansen, moeten hierbij op orde zijn; deze bepalen of studenten daadwerkelijk blijven.”