De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) moet zich voor de rechter verantwoorden over een onderzoeksrapport naar de handel in Joods vastgoed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Groningen. Dat schrijft Pointer. Hubert van Blankenstein, een van de nabestaanden van het Joodse echtpaar Serphos-Menko, vindt dat de universiteit feitelijk onjuiste informatie heeft gepubliceerd over de woning van zijn grootouders. Hij eist dat de RUG het rapport aanpast.
Het gaat om het rapport Lege Plekken, dat de RUG in 2022 maakte in opdracht van de gemeente Groningen. De rechtszaak draait om een woning aan de Kamplaan 8. Na de oorlog werd het huis verhuurd aan de toenmalige burgemeester Jan Tuin. Hij kocht de woning in 1952. Volgens Van Blankenstein voelden zijn Joodse grootouders zich gedwongen om het huis te verkopen. De gemeente noemde de gang van zaken destijds ‘moreel onjuist’. In 2022 bood het gemeentebestuur excuses aan aan Van Blankenstein en keerde tevens een schadevergoeding uit van ruim 300.000 euro.
Van Blankenstein is het niet eens met een conclusie in het rapport. Daarin staat volgens hem dat zijn grootouders de woning vrijwillig hebben verhuurd. Hij zegt dat daarvoor geen bewijs bestaat. Volgens hem geeft het rapport daardoor een onjuist beeld van wat zich heeft afgespeeld en wordt de naam van zijn familie geschaad. Daarom wil hij dat de RUG het rapport corrigeert.
Pointer vermeldt dat de universiteit niet inhoudelijk wil reageren zolang de rechtszaak loopt. Wel laat een woordvoerder weten dat het, voor zover bekend, de eerste keer is dat iemand de RUG voor de rechter daagt vanwege een verzoek om een onderzoeksrapport aan te passen.
