Imkeren wordt in Groningen populairder, waarbij de gedomesticeerde honingbij door goede maatregelen floreert in de stad. Maar de populariteit kent ook een schaduwzijde: de wilde bij heeft het daarentegen moeilijk, waarbij actie noodzakelijk is. Johanna Perton van de Bijenhoudersvereniging Groningen vertelt dat er voor de wilde bijen meer aandacht nodig is.
Johanna, als Bijenhoudersvereniging hebben jullie een bijenstal in het Stadspark. Afgelopen week vonden de Landelijke Imkerdagen plaats. Hoe hebben jullie deze dagen beleefd?
“Heel positief! We hadden een tafeltje aan de Concourslaan geplaatst om voorbijgangers te laten weten dat we open waren. Dat werkte heel goed; veel wandelaars en fietsers kwamen spontaan even een kijkje nemen, wat erg leuke gesprekken opleverde. Ook hadden we vooraf wat publiciteit gezocht in lokale media, zoals De Westerkrant en De Gezinsbode, omdat we het juist leuk vinden om onze directe buren te verwelkomen in onze stal. We bevinden ons in de hoek van de Peizerweg en de Campinglaan. In de buurt wordt ook gewoond. Op zulke dagen is het daarom ook heel leuk om de mensen uit de omgeving te ontvangen.”
Als Bijenhoudersvereniging bestaan jullie sinds 1908, hè?
“Dat klopt. De vaste bijenstal met bijenkasten hebben we sinds 1980. Enkele jaren geleden, in de herfst van 2023, hebben we de stal uitgebreid met een nieuwe glazen educatieruimte. Hiermee kunnen bezoekers de kasten van dichtbij bekijken. Het beeld dat mensen vaak hebben, is dat ze een beschermend pak aan moeten trekken. Dat hoeft dus bij ons niet, omdat men door het glas kan kijken en daarmee een goed beeld krijgt van de bijen en hoe zij leven.”
Hoe reageert het publiek als het zo dicht bij een bijenvolk staat?
“Mensen zijn oprecht gefascineerd. Een ervaren imker geeft tijdens zo’n bezoek uitleg over de complexe sociale structuur van een volk, de bestuiving en de honingproductie. Bezoekers hebben vaak veel vragen over hoe de seizoenen de bijen beïnvloeden en hoe wij als imkers te werk gaan. Wij imkeren hier overigens volledig natuurinclusief; we werken mét de natuur, niet ertegen.”
Groningse honing
Er werd tijdens de open dagen ook honing verkocht. Is lokale honing in trek?
“Ja, de belangstelling is de laatste tijd toegenomen. Vorig jaar liet het televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde zien dat er op grote schaal wordt gesjoemeld met honing in de supermarkt. Er wordt jaarlijks zo’n 150.000 ton nephoning, dit wordt aangelengd met suikerstroop, Europa ingevoerd. Daarnaast bleek dat honing uit alle landen en werelddelen gemengd en daarna verkocht wordt. Sinds die uitzending merken wij dat mensen heel bewust op zoek gaan naar de lokale imker. Bezoekers zeggen letterlijk tegen ons: ‘Bij jullie weten we tenminste zeker wat we kopen en waar het vandaan komt.’ Je begrijpt dat wij heel blij zijn dat dit televisieprogramma aandacht heeft besteed aan dit onderwerp.”
Honingbij versus wilde bij: wat is het verschil?
Hoewel ze vaak in één adem genoemd worden, zijn honingbijen en wilde bijen erg verschillend. De honingbij is een gedomesticeerd ‘huisdier’. Ze leeft in een kast met wel 50.000 soortgenoten. Heeft ze het moeilijk? Dan voert de imker haar bij met suikerwater of verplaatst de kast. De honingbij vliegt op veel soorten bloemen over grote afstanden. De wilde bij is vaak een solitaire overlever. Ze leeft alleen en nestelt in de grond of in holle takken. Ze heeft geen imker die haar helpt en vliegt vaak maar op één specifieke inheemse bloemsoort die dicht bij het nest moet bloeien. Bij tekorten aan bloeiende planten kunnen honingbijen en wilde bijen elkaars concurrenten worden: de honingbij kan een groot deel van het beschikbare stuifmeel en de nectar opeten. Dit kan leiden tot voedseltekorten voor wilde bijen, wat hun overlevingskansen en voortplanting kan schaden.
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Als we kijken naar de gemeente Groningen: hoe staat de honingbij er hier momenteel voor?
“Eigenlijk heel goed. De gemeente Groningen gebruikt al geruime tijd geen chemische bestrijdingsmiddelen meer in de openbare ruimte en men heeft een aangepast maaibeleid. Dat werpt zijn vruchten af. Ook de vele lindebomen aan bijvoorbeeld de Concourslaan zijn een feest voor onze bijen en voor de wilde bijen. Maar er is wel een duidelijk contrast: de natuur in de stad staat er momenteel vaak beter voor dan op het platteland. Dat heeft alles te maken met hoe daar de graslanden en akkers worden ingericht; die zijn vaak te monotoon. Daar hebben bijen en andere bestuivers niet zoveel aan. Dat werkt niet in hun voordeel.”
“De grootste vijand van álle insecten is de trend om tuinen te verstenen”
Toch horen we in het nieuws juist dat het heel slecht gaat met de bijen in Nederland. Is dat niet tegenstrijdig met jullie positieve verhaal?
“Dat is een heel belangrijk en terecht punt. We moeten een onderscheid maken tussen de honingbij en de wilde bij. De honingbij wordt verzorgd door de imkers. Als zij het moeilijk heeft, grijpt de imker in met suikerwater of een grotere kast als er bijvoorbeeld gebrek is aan ruimte. Maar de wilde bijen en hommels hebben die luxe niet. Zij staan er alleen voor en moeten het doen met de omstandigheden van het moment. En die wilde soorten hebben het op dit moment juist ontzettend zwaar.”
Over insecten gesproken: afgelopen weekend vond de Tuinvlindertelling plaats. Ook het aantal vlinders neemt af, blijkt uit die telling…
“Het ene insect is klimaatbestendiger dan het andere. Veel soorten insecten zijn erg gevoelig voor extreme droogte of juist extreme nattigheid door klimaatverandering. De gemeente doet haar best met ecologisch maaibeheer en om groene structuren te verbinden, maar we zijn er nog lang niet. De grootste vijand van álle insecten is de trend om tuinen volledig te verstenen. Als inwoners hun tuinen weer groen inrichten met inheemse planten, verminderen we niet alleen de hittestress in de stad, maar geven we wilde bijen, hommels en vlinders echt weer een overlevingskans. Daar ligt, denk ik, voor ons allen een belangrijke opdracht.”
Ondanks die zorgen neemt de belangstelling voor het imkeren toe?
“Zeker weten! Vroeger dacht men: het ambacht van imkeren sterft uit door de vergrijzing van de imkers. Maar het tegendeel is waar. Onze cursussen om opgeleid te worden tot imker zitten vrijwel direct vol zodra we ze openstellen. En het publiek dat op deze cursus afkomt verandert. Het is allang geen hobby voor oude, grijze mannen met baarden. Steeds meer jonge mensen ontdekken dat imkeren ontzettend leuk is. En dat stemt hoopvol voor de toekomst.”
De bijenstal van de Bijenhoudersvereniging Groningen in het Stadspark is deze zomer vaker geopend voor publiek. De eerstvolgende mogelijkheid om een kijkje achter het glas te nemen en om honing van lokale imkers te proeven is op zondag 6 september van 14.00 tot 16.00 uur. Meer informatie over de vereniging vind je op deze website.
