Atalanta het vaakst gezien bij Tuinvlindertelling in Groningen, totale aantallen nemen verder af

nieuws
Foto: Joris van Tweel

De atalanta is dit weekend het vaakst geteld tijdens de Tuinvlindertelling in de provincie Groningen. Vorig jaar werd de dagpauwoog nog het meest gezien. De meest opvallende conclusie van deze editie is echter dat er in vergelijking met vorig jaar minder vlinders zijn geteld.

Inwoners werden dit weekend gevraagd om een kwartier lang de vlinders in hun tuin te tellen en de resultaten door te geven via Tuintelling.nl. Uit de definitieve resultaten blijkt zondagavond dat de atalanta in Groningen 1.117 keer is waargenomen. Op de tweede plaats staat de dagpauwoog met 738 tellingen, op de voet gevolgd door het klein koolwitje met 643 waarnemingen. De top zes in de provincie wordt compleet gemaakt door de distelvlinder, het koevinkje en het bont zandoogje.

Bij de telling van vorig jaar werd de dagpauwoog nog 2.391 keer gezien in Groningen. De atalanta belandde toen met 1.944 waarnemingen op de tweede plek, en het klein koolwitje eindigde als derde met 1.477 waarnemingen. De Groningse top zes bestond destijds verder uit het groot koolwitje, het bont zandoogje en het koevinkje.

Atalanta landelijk het vaakst gezien

Ook landelijk gezien zijn er dit jaar aanzienlijk minder vlinders geteld. Wanneer alle resultaten bij elkaar worden opgeteld, is de atalanta met 21.218 waarnemingen de landelijke winnaar. Het klein koolwitje is met 12.755 tellingen tweede geworden en de dagpauwoog bezet met 8.794 waarnemingen de derde plek. De top drie is qua volgorde identiek aan vorig jaar, maar de aantallen liggen fors lager. Vorig jaar (2025) werd de atalanta namelijk nog 23.345 keer geteld, het klein koolwitje 23.218 keer en de dagpauwoog 22.988 keer.

In totaal werden er tijdens deze Tuinvlindertelling landelijk 10.969 tellingen uitgevoerd door 8.357 deelnemers, die samen 27 verschillende soorten waarnamen. In Groningen bleef de animo wat achter: daar werden 492 tellingen geregistreerd. Daarmee bungelt de provincie onderaan de lijst; alleen in Zeeland en Flevoland werd nog minder geteld. Koploper is Gelderland, waar verreweg de meeste tellingen werden uitgevoerd: 1.768.

Icarusblauwtje en groot koolwitje worden steeds minder vaak gezien

Dat het niet goed gaat met de Nederlandse vlinders, is al enige tijd bekend. Vorig jaar meldde de Vlinderstichting al dat de populatie van de vijftien meest voorkomende dagvlinders in tien jaar tijd met ruim 35 procent is afgenomen. Juist deze alledaagse soorten vervullen door hun grote aantallen een belangrijke rol in de natuur, bijvoorbeeld als bestuivers van bloemen en als voedselbron voor andere dieren. Vlinders die de laatste jaren steeds minder gezien worden, zijn onder andere het icarusblauwtje en het groot koolwitje.

De Vlinderstichting wijst meerdere oorzaken aan voor de aanhoudende achteruitgang: “De belangrijkste oorzaak is het verlies en de versnippering van geschikte leefgebieden, zoals heide, open duinen en kruidenrijke graslanden.” Daarnaast worden de resterende gebieden minder bruikbaar door onder meer stikstofneerslag, waardoor open plekken en nectarplanten verdwijnen. Klimaatverandering, met extreme droogte en juist hevige regenval, versterkt dit effect. Ook laat wetenschappelijk onderzoek zien dat chemische bestrijdingsmiddelen een rol spelen.

De Tuinvlindertelling wordt iedere zomer georganiseerd door de Vlinderstichting. Dankzij deze jaarlijkse telling ontstaat een beter beeld van de toestand van de natuur in steden en dorpen. Die informatie is belangrijk, omdat dagvlinders erg snel reageren op veranderingen in het milieu en het klimaat. De stichting verzamelt deze gegevens al jaren om vlinders in de toekomst gerichter te kunnen beschermen.