Dit weekend tuinvlinders tellen: “De vlinderstand is historisch laag”

nieuws
Foto: Joris van Tweel

Hoe staat het er voor met de vlinders in onze gemeente? Om die vraag te beantwoorden, roept de Vlinderstichting inwoners op om dit weekend mee te doen aan de landelijke Tuinvlindertelling. Iedereen kan bijdragen door een kwartier lang de vlinders in eigen tuin of op het balkon te registreren.

“Kies vooral een zonnig moment uit, want dan laten de meeste vlinders zich zien”, adviseert de Vlinderstichting. Als het warm is, vliegen de insecten van ’s ochtends 09.00 uur tot het einde van de middag. Alleen als het extreem heet is, doen ze het tussen 13.00 en 16.00 uur juist wat rustiger aan. Het recept is simpel: loop tijdens het telmoment een rondje door de tuin en noteer gedurende vijftien minuten alle vlinders die je spot.

De stichting adviseert tellers wel om de waarnemingen niet simpelweg bij elkaar op te optellen, om te voorkomen dat dezelfde vlinder dubbel wordt geteld. “Geef van elke vlindersoort het hoogste aantal door dat je ’tegelijk’ hebt gezien. Zie je bijvoorbeeld eerst drie dagpauwogen tegelijk en tien minuten later twee? Dan geef je ‘drie’ door. En ook als je helemaal geen vlinders ziet, is dat belangrijke informatie die we willen weten.” Tellers hoeven zich overigens niet te beperken tot één sessie; er mag dit weekend vaker worden geteld.

Dieptepunt

De telling is dit jaar belangrijk, want het gaat al langere tijd niet goed met de Nederlandse vlinders. Sinds de start van het Landelijk Meetnet Vlinders in 1992 is de populatie met gemiddeld 56 procent afgenomen. Recentere tellingen lieten zelfs de laagste aantallen zien sinds het begin van de metingen. “De vlinderstand is historisch laag”, aldus de Vlinderstichting.

Zelfs voorheen algemeen voorkomende soorten, zoals het icarusblauwtje en het groot koolwitje, worden steeds minder waargenomen. Negen van de 54 onderzochte vlindersoorten, waaronder het zwartsprietdikkopje en het heideblauwtje, bereikten de afgelopen jaren hun absolute dieptepunt, terwijl het donker pimpernelblauwtje inmiddels helemaal van de radar is verdwenen.

Hulp bij het herkennen

Het zwartsprietdikkopje, het icarusblauwtje of de kleine vos: vlinders hebben prachtige namen, maar hoe herken je ze? Om het je als teller makkelijk te maken, heeft de Vlinderstichting een speciale vlinderkaart ontwikkeld waarmee de meest voorkomende tuinvlinders snel te identificeren zijn.

Daarnaast is er een digitale hulplijn: wie een foto maakt van een vlinder, kan de soort direct laten herkennen via de gratis app ObsIdentify. Mocht het ondanks de hulpmiddelen toch niet lukken om de specifieke naam te achterhalen, dan kun je op het telformulier de optie ‘dagvlinder onbekend’ aanvinken.

De tellingen kunnen gedurende het hele weekend worden doorgegeven via de website van de Tuinvlindertelling.