Op het Suikerunieterrein vond afgelopen zaterdag de tiende editie van het Pencak Silat Festival plaats. Initiator Leo Lindeman van vereniging Ciung Wanara noemt het van groot belang om deze traditionele kunstvorm in de schijnwerpers te zetten.
Leo, de tiende editie, een jubileum dus…
“Dat klopt. We zijn in het jaar 2000 als vereniging begonnen met het organiseren van deze festivals. Je hebt het hier over een zelfverdedigingskunst die bij het grote publiek nog niet heel bekend is. Door laagdrempelige festivals op te zetten, zorgen we ervoor dat meer mensen ermee in aanraking komen. Het festival begon ooit in Uithuizen, waar ik geboren en getogen ben en mijn club oprichtte. Op een gegeven moment ben ik voor mijn werk naar de stad Groningen verhuisd en heb ik de club hier voortgezet. Als je dan ziet dat de Indonesische ambassadeur in Nederland gisteren speciaal langskwam om de opening te verrichten, dan voel ik me wel heel erg vereerd.”
Wat is Pencak Silat precies voor een sport?
“Het is een traditionele Indonesische zelfverdedigingskunst, maar het gaat veel verder dan alleen sport. Het is doordrenkt met cultuur. Indonesië is een enorme archipel die bestaat uit een groot aantal eilanden. Op elk eiland wordt Pencak Silat op een eigen manier uitgevoerd. De basis is overal hetzelfde, maar de stijl en de variaties verschillen enorm. Het heeft van oudsher duidelijke raakvlakken met dans, traditionele kleding en muziek. Dat de sport in Nederland terecht is gekomen, is een rechtstreeks gevolg van ons koloniale verleden. Na de onafhankelijkheidsoorlog zijn veel mensen naar ons land geëmigreerd, en zij hebben Pencak Silat met zich meegenomen.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Hoe groot is deze zelfverdedigingskunst in ons land?
“Ik denk dat Nederland binnen Europa absoluut toonaangevend is op dit gebied. Er zijn in ons land ongeveer honderd verenigingen actief. Pencak Silat rust in de basis op vier verschillende onderdelen. Het eerste is de pure zelfverdediging: hoe weer je je tegen een agressor? Het tweede onderdeel is de kunstvorm, waarbij het erom gaat de technieken zo mooi en gracieus mogelijk uit te voeren, ondersteund door kleding en muziek. Het derde element is het mentaal-spirituele vlak, waarin yoga en ademhaling een rol spelen. Tot slot is er de competitievorm, waarin je in wedstrijden punten scoort.”
Het festival vond plaats in de open lucht. Hoe zag het programma eruit?
“Er waren elf verenigingen aanwezig die demonstraties gaven. Het ging om verenigingen uit Limburg en Zeeland tot hier in Groningen. Wat het extra bijzonder maakte, was dat we buiten stonden. Zo is de kunst oorspronkelijk ook bedoeld: met je voeten in het gras. Omdat het Nederlandse weer niet altijd meewerkt, wijken we vaak uit naar een sporthal, maar dit keer hadden we geluk met de weersomstandigheden en werd het een echte ‘open-air-editie’. Een klein deel van het programma hebben we binnen kunnen doen, in de overdekte locatie van AOC Terra op het terrein.”
Was er veel belangstelling voor het evenement?
“We zijn nog volop aan het nagenieten en kunnen echt spreken van een daverend succes. Met de elf verenigingen hadden we zo’n 160 deelnemers en bezoekers. Bezoekers konden zich echt even wanen in de ‘Gordel van Smaragd’ met diverse workshops, demonstraties en vooral veel gezelligheid. Naast de sport was er livemuziek en natuurlijk heerlijk Indonesisch eten. Omdat we een kleine vereniging zijn, is het voor ons niet mogelijk om dit jaarlijks op te tuigen, maar om de twee jaar lukt ons prima.”
Tot slot: als je hardop mag dromen, waar zou je dit festival dan nog eens willen houden?
“Het lijkt me geweldig om zoiets eens op de Grote Markt te organiseren. Een plek waar voorbijgangers spontaan in aanraking komen met de sport. Het Noorderplantsoen tijdens het festival Noorderzon zou ook een droomlocatie zijn. Ik heb deze kunst destijds geleerd van mijn Indonesische leermeesters, van wie helaas niet meer iedereen in leven is. Het is mijn taak om hun kennis door te geven zodat de kunst blijft bestaan. Het festival dat we gisteren organiseerden is een eerbetoon aan hen, maar om zoiets op een prominentere plek te organiseren, dat zou zeker helpen.”
De reportage over dit onderwerp wordt maandag aan dit artikel gekoppeld.


