Rosse metselbij doet het ook in Groningen goed bij Nationale Bijentelling

nieuws
Foto: Joris van Tweel - Steenhommel

Ook in de gemeente is tijdens het telweekend voor de Nationale Bijentelling de rosse metselbij vaak gezien. Daarnaast blijkt uit gegevens die bekend zijn gemaakt dat in de gemeente de akkerhommel en de honingbij het ook goed doen.

Ongeveer veertig inwoners in de gemeente gaven vorig weekend gehoor aan de oproep om een half uur lang de bijen in hun tuin of op hun balkon in kaart te brengen. Met circa 400 getelde exemplaren komt het gemiddelde in Groningen uit op ongeveer 10 bestuivers per telling. Landelijk ligt dit gemiddelde met 21 iets hoger. Waar landelijk de metselbijen de lijsten domineren, zien we in de stad en de omliggende dorpen een diverser beeld. Uit de resultaten blijkt dat met name de akkerhommel, honingbij en rosse metselbij vaak genoemd worden. In iets minder mate komen ook het roodgatje en het vosje voor.

Dat in de gemeente de akkerhommel genoemd wordt, die voornamelijk in Haren en Ten Boer is gezien, is opvallend. Landelijk hebben hommels het namelijk zwaar; hun aantal is sinds 2018 met maar liefst 40 procent afgenomen. Hommels hebben specifieke behoeften. “Hommels zijn groot en hebben een lange tong, waardoor niet alle bloemen geschikt zijn”, vertelt Wouke Willemijn van Hees, ecoloog bij Landschap Erfgoed Utrecht. “Kruiden zoals hondsdraf, longkruid en smeerwortel zijn super belangrijk voor ze, en juist zulke planten zien we steeds minder vaak in tuinen.”

Landelijke winnaars: de metselbijen
Kijken we naar de rest van Nederland, dan is de rosse metselbij net als vorig jaar de grote winnaar, direct gevolgd door de gehoornde metselbij. Volgens Leon Marshall, bijenexpert bij Naturalis, profiteren deze soorten enorm van menselijke hulp. “Het zijn echte generalisten. Ze hebben voedsel nodig en een nestplekje; dat laatste geven we ze massaal met bijenhotels.”

In totaal deden landelijk meer dan 2.200 mensen mee, die gezamenlijk ruim 46.000 bestuivers telden. De resultaten zijn essentieel voor wetenschappelijk onderzoek. “Er zijn onder de Nederlandse bijensoorten helaas meer verliezers dan winnaars”, waarschuwt Marshall.

Helpen door niets te doen
Het is niet moeilijk om wilde bijen en andere bestuivers te helpen. Je doet al heel veel door niets te doen. Haal een paar tegels uit je tuin zodat er open zandgrond is voor zandbijen om in te nestelen en laat kruidachtige planten staan die normaal als onkruid worden gezien. Als je toch nieuwe planten koopt, let er dan op dat ze onbespoten zijn.

Ook gemeenten kunnen vooral een bijdrage leveren door op sommige plekken minder te beheren, zegt Marshall. “De beste plekken voor bijen in de stad zijn braakliggend terrein. Maar daar hebben we in Nederland weinig van omdat er weinig ruimte is. Laat dus stukjes van de stad of het dorp bewust met rust en kijk wat er gebeurt.”