De rechtbank Noord-Nederland heeft het beroep van een promovenda tegen de Rijksuniversiteit Groningen en het UMCG afgewezen. Daarmee is haar promotieonderzoek naar boezemfibrilleren, seksverschillen en hartfalen definitief stopgezet.
De vrouw begon in oktober 2020 met haar onderzoek, gefinancierd door het Netherlands Heart Institute. Volgens de universiteit voldeed het werk niet aan de vereiste wetenschappelijke kwaliteit en werden belangrijke deadlines herhaaldelijk gemist. Daarom kreeg de promovenda vanaf april 2023 extra begeleiding, maar ook die leidde niet tot een afgerond proefschrift. In januari 2024 was het proefschrift volgens begeleiders nog steeds niet op niveau en afronden voor de zomer bleek onmogelijk.
De promovenda vroeg vervolgens nieuwe begeleiders aan, maar de faculteit kon niemand vinden die het traject over wilde nemen. Daarom lag haar promotieonderzoek vanaf dat moment stil. De vrouw vocht de beslissing aan bij de universiteit, die vasthield aan het oordeel van haar begeleiders. Daarom stapte ze naar de rechtbank.
Die concludeerde maandag dat de universiteit zorgvuldig heeft gehandeld en dat de promovenda voldoende en tijdig op de trage voortgang is gewezen. De vrouw kan het traject niet meer hervatten. Wel moet de universiteit een klein deel van de proceskosten vergoeden, omdat een klein formeel punt werd overgeslagen.