Wat gebeurt er wanneer statushouders hun inburgeringsproces niet afronden?

In de gemeente Groningen wonen 855 inburgeringsplichtige statushouders. Lubna is één van hen. Ze bouwde in Syrië een succesvolle carrière op als kunstschilder en wil die in Nederland graag voortzetten. Maar voor het zover is, moet ze eerst haar inburgeringsproces voltooien. Hoe werkt dat precies? Lubna heeft door trauma moeite met het leren van de taal. Wat zijn de gevolgen als het haar niet op tijd lukt om in te burgeren? In dit artikel duiken we dieper in op de afronding van het inburgeringsproces en de financiële consequenties wanneer dit niet op tijd gebeurt.

Statushouders hebben drie jaar de tijd om in te burgeren. Deze termijn geldt vanaf het moment dat de nieuwkomer zijn Plan Inburgering en Participatie (PIP) tekent. In dit plan staat hoe een statushouder aan zijn inburgeringsplicht gaat voldoen, dus: welke inburgeringsroute hij gaat volgen (welke lessen en stages); hoe hij wordt voorbereid op deelname aan de Nederlandse arbeidsmarkt; en hoe hij kennismaakt met de Nederlandse normen en waarden.

‘Geen examens voor cursisten van Z-route’

Hoe een statushouder zijn inburgeringsproces afrondt, is afhankelijk van de inburgeringsroute die hij volgt. De Onderwijsroute en B1-route worden afgesloten met het afleggen van twee examens: het examen KNM en het staatsexamen. Het staatsexamen is het landelijke taalexamen voor anderstalige volwassenen die het Nederlands als tweede taal leren. Dit examen bestaat uit vier onderdelen: spreken, luisteren, lezen en schrijven. Deelnemers aan de Z-route hoeven geen toetsen af te leggen. Zij moeten 800 taal- en praktijkuren volbrengen en hebben een afsluitend gesprek met hun inburgeringscoach waarin zij moeten laten zien dat zij voldoende hebben geleerd.

Naast deze route-afhankelijke onderdelen, moeten alle deelnemers, ongeacht de route, een participatieverklaringstraject (PVT) afleggen. Tijdens dit traject leren de cursisten over de rechten, plichten en fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving, zoals vrijheid, gelijkheid, solidariteit en democratie. De deelnemers moeten een verklaring ondertekenen waarin zij aangeven deze waarden te begrijpen en respecteren.

Wanneer alle onderdelen van het inburgeringsproces zijn afgerond, is de nieuwkomer officieel ingeburgerd. Deelnemers van de B1-route en Onderwijsroute krijgen een diploma van het behaalde staatsexamen en deelnemers van de Z-route krijgen een bewijs van inburgering van de gemeente.

Boetes

Asielstatushouders hebben 36 maanden de tijd om hun inburgeringsproces af te ronden. Wanneer inburgeren niet lukt binnen deze termijn, kan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) de statushouder beboeten. Voor het niet op tijd afronden van de inburgeringsroute kan een statushouder een boete krijgen die oploopt tot 1000 euro. Daarnaast kan DUO nog boetes uitdelen voor het niet op tijd afronden van de MAP (340 euro) en de PVT (340 euro).

Zo’n twee derde van de statushouders haalt het inburgeringsexamen niet. Toch blijkt uit recente cijfers dat die boetes nauwelijks worden uitgedeeld. Dit komt doordat het boetebeleid voor statushouders sinds 2022 is gepauzeerd vanwege verschillende rechtszaken. Zo oordeelde Hof van Justitie van de Europese Unie vorig jaar dat de boetes alleen kunnen worden opgelegd in ‘uitzonderlijke gevallen.’ Voor gezinsmigranten ligt het anders: die kunnen nog steeds beboet worden wanneer zij niet aan hun inburgeringsplicht voldoen.

Naast DUO kan de gemeente, waar de inburgeraar zijn proces doorloopt, ook boetes opleggen. Dit kan bijvoorbeeld voor het niet komen opdagen of niet meewerken aan de brede intake; het niet meewerken aan de MAP en PVT, en het niet komen opdagen bij het voortgangsgesprek met de inburgeringscoach. In de praktijk blijkt dat ook de gemeentes bijna geen boetes meer uitdelen. De gemeente Groningen heeft sinds 2019 geen boetes meer gegeven aan asielstatushouders, wel kon tot recent de bijstandsuitkering verlaagd worden wanneer een statushouder niet voldeed aan zijn inburgeringsplicht. Sinds kort heeft de gemeente Groningen dit boetesysteem ook op pauze gezet.

Het voldoen van de inburgeringsplicht is geen voorwaarde voor asielstatushouders om te mogen blijven. Ook wanneer deze nieuwkomers hun inburgeringsroute niet afronden, mag de Nederlandse regering ze niet terugsturen naar land van herkomst. Dit komt door het principe van ‘non-refoulement’: een internationaal rechtsbeginsel dat bepaalt dat vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd naar hun land van herkomst als zij daar vervolging te vrezen hebben.

Extra tijd

De termijn van 36 maanden staat niet muurvast. Statushouders kunnen verlenging krijgen van de inburgeringsperiode wanneer zij daar een goede reden voor hebben. Hier is een overzicht van uitzonderingen te vinden, waarmee inburgeringsplichtigen extra tijd kunnen krijgen. Een aantal voorbeelden zijn: dakloosheid, het krijgen van een kind, ziekte en een overlijden in de directe omgeving. Daarnaast krijgen mensen die analfabeet zijn, en dus nog moeten leren lezen en schrijven, ook extra tijd. Soms is het ook zo dat de nieuwkomer vertraging oploopt door wachtrijen in het systeem, bijvoorbeeld wanneer hij moet wachten omdat de gemeente niet op tijd een inburgeringsschool heeft gevonden.

Ingeburgerd en nu?

Eenmaal ingeburgerd openen vele deuren. De nieuwkomer kan een leven gaan opbouwen in Nederland. Ingeburgerden mogen in Nederland werken en studeren, net zoals Nederlandse burgers dat mogen. Daarnaast kunnen mensen die hun inburgering succesvol hebben afgerond, na het verlopen van hun tijdelijke verblijfsvergunning een vaste verblijfsvergunning aanvragen.

Een deel van de nieuwkomers wil niet alleen een leven opbouwen in Nederland, maar ook Nederlander worden. Deze mensen vragen de Nederlandse nationaliteit aan. Ingeburgerde statushouders kunnen op twee verschillende manieren de Nederlandse nationaliteit krijgen: via naturalisatie of optie.

(1) Naturalisatie

De eerste weg is naturalisatie. Om hiervoor in aanmerking te komen moeten statushouders voldoen aan verschillende voorwaarden. Zo moeten ze beschikken over een geldige verblijfsvergunning, afstand doen van de huidige nationaliteit, een verklaring van verbondenheid afleggen en voldoen aan de inburgeringsvereiste. Mensen die willen naturaliseren moeten het inburgeringsexamen hebben gehaald op minimaal taalniveau A2. Met dit niveau kunnen mensen korte eenvoudige teksten begrijpen en praten over dagelijkse dingen. Dit niveau wordt vergeleken met het taalniveau van een kind in groep 8.

De naturalisatieceremonie uitgelegd (video: Thuisin050 van de gemeente Groningen)

Wanneer een nieuwkomer aan de voorwaarden voldoet, kan deze persoon een aanvraag indienen bij de gemeente waar hij of zij woont. Voor volwassenen kost het aanvragen van de Nederlandse nationaliteit tussen de 581,50 euro en 1139,00 euro per persoon. De aanvraag wordt vervolgens naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) doorgestuurd, die twaalf maanden de tijd heeft om de aanvraag te beoordelen. Wanneer de aanvraag is goedgekeurd, vraagt de IND de koning om de statushouder het Nederlanderschap te geven.

Tot slot moet de nieuwkomer een verklaring van verbondenheid afleggen tijdens een naturalisatieceremonie. Vervolgens krijg hij een document met het naturalisatiebesluit, waarmee hij een Nederlands paspoort kan aanvragen.

(2) Optie

Een andere manier om Nederlander te worden is via ‘optie’. Dit is voor mensen die vanwege hun sterke band met Nederland de nationaliteit willen aanvragen. Dit kan bijvoorbeeld wanneer iemand in Nederland is geboren, wanneer iemand eerder de Nederlandse nationaliteit heeft gehad en wanneer iemand voor meer dan vijftien jaar in Nederland woont en aan bepaalde voorwaarden voldoet. Deze weg is sneller dan ‘naturalisatie’, maar voor veel asielstatushouders geen optie. Kijk voor meer informatie over de procedure op deze website.

Dit artikel en deze documentaireserie zijn mede tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.