Rollyside Groningen viert dit weekend haar twintigjarig bestaan. Johan ten Hoove is voorzitter en vertelt dat de vereniging, die bedoeld is voor FC Groningen-supporters met een fysieke of visuele beperking, twintig jaar geleden een pioniersrol vervulde, waarbij vandaag de dag het doel door steeds meer Europese clubs omarmd wordt.
Johan, twintig jaar Rollyside Groningen…
“Ons credo is dat we niet te vaak terug willen kijken op de voorbije jaren. We zijn namelijk een vereniging die groeit en bloeit en breed gerespecteerd wordt. Het gaat ontzettend goed. Maar op zulke momenten ontkom je er niet aan om toch achteruit te kijken. Dat is niet altijd leuk, want in die twintig jaar zijn we veel mensen kwijtgeraakt. Het gaat om gemiddeld twee per jaar. En bij elke uitvaart, waarbij we als bestuur van de vereniging aanwezig willen zijn, blijkt de diepe verbondenheid met de FC en de Rollyside. Mensen die met een sjaal van de Rollyside naar het hiernamaals gaan. Voor deze mensen hebben we altijd veel respect getoond. Na het overlijden, bij de eerstvolgende thuiswedstrijd, plaatsen we altijd een foto van diegene op zijn vaste plek met een bosje rozen erbij. Aan deze mensen denken we deze dagen extra.”
Gisteravond stonden jullie stil bij dit feestelijke jubileum, hè?
“Dat klopt. Het programma begon aan het einde van de middag met een kleine receptie. Daarna was er een drankje en was er door de FC een Chinees buffet bereid. Vervolgens hadden we livemuziek van Nelleke & Gunhar. Rond 22.00 uur, 22.30 uur was het programma afgelopen. We hadden zo’n honderd mensen te gast, waarvan een deel daarna met WMO-taxi’s naar plekken in de provincie moet. Voor hen wil je het niet te laat maken.”
Ook waren er spelers van de FC bij aanwezig?
“Dat klopt. We wisten van tevoren niet wie. Dit weekend is er namelijk geen competitievoetbal; er worden interlands gespeeld, waardoor veel spelers niet aanwezig zijn. Andere spelers hebben vrij gekregen. Wel is binnen de selecties duidelijk gemaakt dat er een jubileum gevierd zou worden. Het is dan altijd ontzettend leuk om te zien dat er toch spelers tijd voor vrijmaken. Overigens waren ook oud-bestuursleden van de FC welkom. En we hadden sportwethouder Inge Jongman (ChristenUnie) uitgenodigd.”
Terug naar het begin: de Rollyside ontstond twintig jaar geleden in het toenmalige Oosterparkstadion…
“Ik ben altijd voetballiefhebber geweest. Met mijn opa en vader bezocht ik wedstrijden van GVAV en later van de FC. Vanwege een ziekte kwam ik in een rolstoel terecht. In het Oosterparkstadion was er voor mensen in een rolstoel een plek gemaakt aan het veld, onder golfplaten, waar er ruimte was voor drie rolstoelen. Het waren vaste plekken. Andere mensen in een rolstoel stonden niet onder de golfplaten en regenden nat bij slecht weer. Ondanks de goede bedoelingen was het niet de meest ideale plek en situatie.”
En toen volgde al snel de ontwikkeling van een nieuw stadion. Je zat direct aan tafel?
“Ik werd gevraagd om mee te denken over de invulling. Aanvankelijk was het de bedoeling dat wij aan het veld zouden komen te zitten. Daar waren wij niet enthousiast over, omdat die plekken niet overdekt zijn. Op een gegeven moment besloot de toenmalige algemeen directeur Hans Nijland dat hij meer stoelen wilde hebben. De rijen die men voor ons in gedachten had, werden toen stoelruimte. Maar waar moesten wij naartoe? Ik heb toen geopperd om ons een plek te geven op de omloop van het stadion. Maar dit bleek heel lastig te zijn.”
Tekst gaat verder onder de foto:

Hoe bedoel je dat?
“De gemeente hield dit tegen. De omloop moest te allen tijde beschikbaar en vrij toegankelijk zijn voor ambulances en brandweerauto’s. Dat heeft te maken met de vluchtroutes. Op het veld heb je maar twee uitgangen: de spelerstunnel en een tunnel die gebruikt wordt voor de aan- en afvoer van materialen. Alle andere uitgangen bevinden zich op de omloop. Uiteindelijk, na veel vergaderingen, bleek er toch plek te zijn op de omloop, waar de betonnen palen zitten, om er zestig plekken te realiseren: 58 voor de thuisspelende club en 2 voor de gasten. Aanvankelijk vond de FC dit heel veel. Maar wij gingen er vol mee aan de slag, vonden in Menzis een sponsor, en we merkten dat de belangstelling toenam.”
Jullie hebben je toen ook officieel laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel?
“Ja. We wilden volwaardig meedoen in de gesprekken die we voerden. Het idee kwam van mijn vrouw. Op onze weg naar de Kamer van Koophandel bedachten we een naam: Rollyside. De bedoeling was dat dit een werknaam zou zijn, maar uiteindelijk bleek het zo goed te passen dat het onze naam werd. We kregen aandacht in de media en binnen de kortste keren waren er 45 mensen lid geworden. Dat was in het begin een hele uitdaging: we hadden nog geen eigen ingang en er was geen belijning. Maar omdat Nijland er vanaf dat moment achter ging staan, stond tijdens de eerste competitiewedstrijd, tegen SC Heerenveen, alles klaar. De Rollyside was geboren.”
Hoeveel leden hebben jullie op dit moment?
“Dat zijn er 110. Maar de aantallen variëren per seizoen. Ik vertelde over de 60 plekken; later zijn daar stoeltjes voor begeleiders bij gekomen. Een deel van deze begeleiders is lid. Maar ook de mensen die gezichtsproblemen hebben, die op een andere plek in het stadion zitten, horen bij ons. Waar ik wel heel trots op ben, is dat we onze mensen altijd het laagste tarief hebben kunnen geven. Degene in de rolstoel betaalt een bedrag, de begeleider kan gratis mee. Dat heeft wel eens geleid tot gemor, want de FC zei dan: ‘Ook op de tribunes zitten mensen die het financieel moeilijk hebben.’ Wij zeiden dan: ‘Maar zij hebben geen handicap.’ Het hebben van een handicap is namelijk ontzettend duur: de hulpmiddelen, de behandelingen.”
Is er al uitbreiding in zicht? Je deed afgelopen herfst nog een oproep voor meer plekken…
“We zijn constant in gesprek, maar we hebben de tijd wat tegen. Eerst was daar de coronapandemie, waardoor veel van onze leden vanwege de veiligheid thuisbleven. Vervolgens degradeerde de FC. Wedstrijden in de Keuken Kampioen Divisie worden vaak op vrijdagavond gespeeld. In de wintermaanden is het niet prettig om op de tribune te zitten. We hebben van alles geprobeerd: met dekens en warmtezakken. Maar medische hulpapparatuur zoals een beademingsapparaat kan slecht tegen de kou. Daarnaast woont onze doelgroep niet uitsluitend in de stad. Het bleek ook lastig te zijn om rond 22.30 uur mensen met een WMO-taxi naar huis te krijgen: dit aanbod was er niet of nauwelijks. Dus in die periode waren er best wel wat plekken bij ons beschikbaar. Daar zit de FC mee. Want zij zeggen: ‘Krijgen jullie die honderd of tweehonderd plekken wel vol?’ Wij denken van wel. Dus die gesprekken voeren we constant.”
Tien jaar geleden sprak je ook de wens uit dat jongeren vaker op de Rollyside te zien zouden zijn. Is dat gelukt?
“Dat is best wel een beetje gelukt. Naar aanleiding van die wens hebben we bijvoorbeeld contact gezocht met Beatrixoord. Het heeft als gevolg gehad dat we nu ook jongere mensen, onder de 25 jaar, binnen onze vereniging hebben. Wij vinden het heel belangrijk dat zij mee kunnen doen, en dat zij zich op deze manier kunnen laten zien. Onze boodschap blijft dan ook: haal ze uit de tehuizen waar ze verblijven en rijd ze met een WMO-taxi naar het stadion. Om die reden hebben we ook twee sociale plekken in het stadion gekocht. Daar krijgen bij iedere thuiswedstrijd twee mensen een plek om te ervaren hoe het is: jongeren krijgen daarin voorrang.”
Hoe uniek is de Rollyside Groningen in internationaal perspectief?
“Die is uniek. Wij zijn daar pionier in geweest. De FC heeft dit omarmd en daardoor is er iets heel moois ontstaan waardoor bij de FC iedereen mee kan doen. De FC is daar in gesprekken met de KNVB ook heel trots op. Sterker nog: de KNVB maar ook de UEFA zouden graag zien dat ook andere voetbalclubs dit gaan aanbieden. Wij helpen daar ook een handje bij. Jaren geleden hebben we contact gezocht met Vitesse. Daar stonden altijd een mannetje of dertig, veertig langs het veld. We hebben gevraagd: ‘Waarom hebben jullie niet een Rollyside?’ We hebben aangeboden dat zij onze statuten konden overnemen. Uiteindelijk heeft het geleid tot een soort Rollyside, al konden ze geen bestuursleden vinden waardoor het is ondergebracht bij de supportersvereniging.”
En de grote clubs?
“Het is ook neergelegd bij Ajax, PSV en Feyenoord. Iedereen vindt het fantastisch, maar het blijkt heel moeilijk te zijn om mensen te vinden die het op kunnen pakken en om er een plek in de bestaande stadions voor te vinden. Maar wat wij doen blijft niet onzichtbaar. Op uitnodiging van de UEFA zijn wij heel Europa doorgeweest. We zijn op bezoek geweest in Barcelona en bij Paris Saint-Germain. Iedereen is nieuwsgierig naar hoe wij het aangepakt hebben. Tegenwoordig zie je dat het langzaam zijn vruchten begint af te werpen. Dit wordt ondersteund door de UEFA, die heel graag wil dat voetbal voor iedereen toegankelijk is.”
Maar er kan dus nog veel verbeterd worden?
“Het is ontzettend dubbel. Als je in de voormalige Oostbloklanden komt, dan zie je dat het daar heel goed geregeld is. Maar hoe meer je naar het zuiden gaat, hoe slechter het geregeld is. Behalve als je veel geld hebt. Met veel geld lukt het wel om met een rolstoel in een skybox te komen. Onlangs zijn we bijvoorbeeld bij Malmö in Zweden geweest. Zij waren nieuwsgierig naar hoe wij het aangepakt hadden. De mensen hingen letterlijk aan onze lippen. Waar het allemaal om draait: het moet gedragen worden door de club, maar ook door de gemeente en de landelijke overheid. En je moet werken aan bekendheid: bij de FC kwamen er bijvoorbeeld spelers die niet wisten wat de Rollyside is. Zij zijn op één van onze feestavonden geweest en ze waren dolenthousiast. Weten waar je het over hebt is belangrijk om die stappen te kunnen zetten die nodig zijn.”
Waar staat de Rollyside over tien jaar?
“Mijn wens is dat de Rollyside over tien jaar verdubbeld is qua aantal leden. De samenleving vergrijst, de gemiddelde leeftijd verhoogt. Omdat de samenleving vergrijst, zal er een toename zijn in het aantal mensen dat afhankelijk is van een rollator en rolstoel. Tegelijkertijd worden mensen ook mondiger: ze zullen laten weten dat ze mee willen doen. Ze willen graag sportwedstrijden bezoeken. Mensen wegzetten, dat kan niet meer. Daar ligt een hele duidelijke opdracht. Voor ons, voor de FC, maar ook voor andere sportclubs en de politiek. We zijn trots op waar we nu staan, maar de komende jaren is er echt werk aan de winkel.”