Vervoersbedrijf Arriva mag buschauffeurs niet continu via camera’s volgen. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft Arriva op de vingers getikt, na een klacht van een buschauffeur.
‘We zijn blij met deze duidelijke uitspraak van de Autoriteit Persoonsgegevens’, zegt CNV-onderhandelaar Niels Rook. ‘Camera’s op de bus hebben een belangrijke functie, als het gaat om de veiligheid van chauffeurs en passagiers. Maar het continu in de gaten houden van chauffeurs gaat veel te ver. Dat is nergens voor nodig. Goed dat dit nu wordt aangepakt.”
De uitspraak heeft volgens Rook grote gevolgen voor alle OV-bedrijven. ‘Alle vervoersbedrijven moeten hun camera-protocollen nog eens goed onder de loep nemen, of die wel voldoen aan de Privacywet. En of die protocollen in de praktijk ook goed worden toegepast. Het kan niet zo zijn dat allerlei mensen vanuit de vestiging live in die bussen zitten te loeren. En dat ze vervolgens chauffeurs gaan aanspreken als hen iets niet bevalt..’
De Autoriteit Persoonsgegevens heeft in de uitspraak nog eens duidelijk gemaakt dat camera’s in de bus alleen mogen worden ingezet als dat strikt noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor veiligheid bij incidenten. En niet om werknemers structureel te volgen of te beoordelen.
Volgens het CNV gaat Arriva nu maatregelen nemen. Camera’s worden aangepast, zodat de chauffeur niet volledig in beeld is. Ook worden interne procedures aangescherpt en medewerkers geïnformeerd. Vakbond CNV roept leden op om bij het eigen vervoersbedrijf na te gaan of de camera-protocollen correct worden nageleefd. Chauffeurs kunnen zich met vragen en klachten melden bij een camera-meldpunt.