Tijdelijk Stadhuis aan Radesingel wordt Gezondheidscentrum: “Dit is een droom die uitkomt”

nieuws
Foto Irene Lenting

Het gebouw aan de Radesingel, dat de afgelopen jaren gebruikt werd als tijdelijk Stadhuis, wordt een Gezondheidscentrum. Voor huisarts Tjitte Verbeek van Buuren is het een droom die uitkomt.

Hoi Tjitte! Kun je uitleggen waarom hiermee een droom wordt verwezenlijkt?
“Een hele tijd geleden, ik was toen nog student Geneeskunde, liep ik stage bij huisarts Jan Willem van Willigen aan de Radesingel 20. Jan Willem houdt overigens nog steeds praktijk aan de Radesingel. En dan fietste ik langs dit pand, de Radesingel 6, en dan dacht ik wat is dit een mooi gebouw. Hier zie ik mij later wel zitten. Op een gegeven moment was het in beheer van Ad Hoc. Ik heb er toen achteraan gebeld, maar toen bleek dat het verkocht was aan de gemeente. En toen heb ik mijn hoop laten varen. Heel wat jaren later bleek de invulling van het pand tijdelijk te zijn. Ik ben toen in gesprek gegaan met de gemeente, en zij zagen wel iets in mijn plan. En zo komt het dat we nu onze intrek in dit pand hebben genomen.”

Je wilt er ook een Gezondheidscentrum van maken hè?
“Klopt. Ik vind het heel erg leuk om vernieuwend bezig te zijn. Als je nu naar het zorgaanbod in de stad kijkt, dan zie je dat het best wel versnipperd is. Hier heb je een huisarts, daar zit een psycholoog en verderop zit een diëtist. Ik wil zoveel mogelijk zorgverleners op één plaats bundelen. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan fysiotherapie, een psycholoog, de apotheek, een diëtist, een logopedist maar ook maatschappelijk werk, zoals WIJ-teams. Dat biedt denk ik heel veel voordelen. Als ik iemand op het spreekuur krijg die bijvoorbeeld te maken heeft met financiële problemen, of die kampt met somberheid, dan kan diegene heel makkelijk door worden gestuurd. Die kan dan een deurtje verder lopen, waar een specialist dan op hem of haar zit te wachten. Die persoon hoeft niet naar buiten, hoeft niet een fietstocht te maken naar een andere zorgverlener, waardoor de drempel om gelijk door te pakken laag blijft.”

Moet er veel aan het gebouw gebeuren?
“Op zich is de indeling prima. We hebben het over een gebouw dat stamt uit 1891. Indertijd is het gebouwd als lagere school. Door de jaren heen zijn de klaslokalen verkleind in verschillende kleinere ruimtes, en dat is voor ons prima werkbaar. Het gaat om hoge ruimtes, met veel licht. Het oogt heel ruimtelijk. De afgelopen jaren was het gebouw in gebruik als tijdelijk Stadhuis. De gemeente heeft het toen ook keurig opgeknapt met mooie wanden en nette vloeren. Maar we gaan wel aan de slag met een verbouwing. Het gebouw is namelijk niet verduurzaamd. Het heeft op dit moment energielabel G, en dat is zonde van de stookkosten. We willen het daarom naar label A brengen.”

Nu mag er aan het pand niks veranderd worden omdat het om beschermd stadsgezicht gaat …
“Klopt. De kozijnen met enkel glas aan de buitenkant, daar mogen we niks aan doen. Daarom gaan we het omkeren. We gaan aan de binnenkant een nieuwbouwschil aanbrengen. Het gaat om een isolatiewand van tien tot vijftien centimeter dik. De ramen met HR++glas zullen wel open kunnen. Het verwarmen en koelen gaan we per ruimte regelen, waarbij een unit aan het plafond komt te hangen. Op de eerste verdieping komt een warmtepomp te staan. Warme lucht aan de voorkant van het gebouw gaan we transporteren naar de noordzijde van het gebouw, en koude lucht gaat weer terug naar de voorzijde, de kant waar de zon op brandt. Daarmee wordt het energieneutraal en ontstaat een aangenaam klimaat.”

Je vertelde al dat het een oude school is geweest. Ook het Prins Claus Conservatorium heeft er jarenlang gebivakkeerd. Zijn er straks in het pand ook dingen te zien die herinneren aan vroeger tijden?
“Dat is wel de bedoeling. We hebben oude tekeningen gevonden die we in willen gaan lijsten, die dan een mooi plekje krijgen. Dit moet nog gebeuren. Voor een deel zijn we inmiddels actief in het nieuwe pand, maar je begrijpt dat er ook nog heel veel moet gebeuren. We verwachten de verbouwing in de zomer van 2024 af te kunnen ronden. Daarom blijven we voorlopig ook actief in ons oude pand aan de Radesingel 20.”

Je had het over vernieuwend bezig zijn. Wat gaan we daar straks van merken, naast dat er verschillende diensten in het pand worden aangeboden?
“In het Gezondheidscentrum komt onder andere een poliklinische operatiekamer, er komt een gynaecologische kamer en er komt ook een grote zaal waar de fysiotherapeut aan de slag kan. Wat gaan we met die operatiekamer doen? In het ziekenhuis worden regelmatig ingrepen uitgevoerd waarbij een patiënt niet onder narcose hoeft te worden gebracht. We willen deze ingrepen bij ons zelf uit kunnen voeren. Maar ook op het gebied van spoedopvang willen we beslagen ten ijs komen. Stel dat een patiënt bebloed binnen komt. Dan willen we deze persoon direct kunnen stabiliseren. Hetzelfde geldt voor iemand die met een hartaanval binnenkomt. Er zullen ook mensen aanwezig zijn die geschoold zijn hoe ze hier mee om moeten gaan. Al met al vraagt het een hele andere manier van werken. Eigenlijk kun je zeggen dat we de praktijk van de toekomst neer gaan zetten. En dat vernieuwende, het futuristische, dat is mij wel op het lijf geschreven. Dat vind ik leuk.”