Stadjer (40) moet jaar de cel in voor klap met hamer op hoofd van medewerker

nieuws
Foto: mrg.bz/F0Ksyt

Een veertigjarige man uit Groningen moet twaalf maanden celstraf uitzitten, omdat hij in mei van 2019 een medewerker van zijn autopoetsbedrijf met een hamer op het achterhoofd heeft geslagen. Dat bepaalde de rechtbank Noord-Nederland maandagochtend.

De man kreeg, naast de onvoorwaardelijke celstraf van een jaar, ook een voorwaardelijke celstraf opgelegd van dezelfde duur. De celstraf valt veel lager uit dan de eis van het OM (zes jaar cel). Dat komt met name omdat de rechtbank de Stadjer niet voor ‘poging tot moord’ heeft veroordeeld, maar voor ‘poging tot doodslag’. Ook twijfelt de rechtbank aan de lezing van het OM rond de ‘voorbedachten rade’.

Mogelijk geen opzet

Volgens het OM werd het slachtoffer, een medewerker van het autopoetsbedrijf van de veertigjarige Stadjer, bewust naar het bedrijf gelokt, waar de eigenaar een wedstrijdje voorstelde. Bij dit spel wilde de eigenaar zien wie zich het snelst kon losmaken uit vastgesnoerde tie-wraps, aldus de officier van justitie. Maar het slachtoffer weigerde, waarop hij volgens het OM werd geslagen met een hamer. Volgens de officier laat dat opzet zien, helemaal omdat de deuren waren afgesloten en alle beveiligingscamera’s uitgezet waren.

Maar zowel de verdediging van de Stadjer als de rechtbank twijfelen aan de betrouwbaarheid van dit bewijs. Opzet is dan ook niet meegenomen in de straf voor de Stadjer.

Licht letsel

Het incident vond in mei van vorig jaar plaats bij een autopoetsbedrijf aan het Kweldergras op bedrijventerrein het Witte Lam. Bij het incident liep het slachtoffer relatief licht letsel op, maar moest wel worden behandeld in een ziekenhuis. Ook dat neemt de rechtbank mee in de straf voor de veertigjarige Groninger.

Mogelijk chantage

Wel stelt de rechter dat het beperkte en niet dodelijke letsel niet te danken is aan het handelen van verdachte: “Hoewel het de rechtbank niet duidelijk is geworden wat zich precies heeft afgespeeld in de dagen voorafgaand aan het incident, houdt de rechtbank er rekening mee dat het slachtoffer zelf ook een aandeel heeft gehad in de aanleiding van het conflict, al dan niet door verdachte te chanteren met naaktfoto’s en -video’s van zijn vrouw. Wat daar ook van zij, de (gewelddadige) reactie van verdachte daarop valt op geen enkele wijze te rechtvaardigen. Dat deze gebeurtenis forse impact heeft gehad op het slachtoffer en gevoelens van angst heeft veroorzaakt, blijkt ook uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring.”