Gemeente onderzoekt gedrag tegenover Joodse huiseigenaren tijdens en na WOII

nieuws

De gemeente Groningen zou van plan zijn een onderzoek te starten naar hoe ze zich heeft gedragen tegenover Joodse huiseigenaren in en na de Tweede Wereldoorlog. Dat meldt het KRO-NCRV-programma De Monitor, naar aanleiding van een onderzoek wat in mei van dit jaar naar buiten werd gebracht, in samenwerking met Pointer.

Panden, verspreid over de gehele gemeente Groningen, komen voor in de vastgoedadministratie van de Duitse bezetter. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Joods vastgoed onteigend en doorverkocht. De gemeente gaat, zo meldt De Monitor, onderzoeken of er belastingen gevraagd is aan Joodse eigenaren over de periode dat zij geen toegang hadden tot hun woningen. Ook wordt onderzocht of er na de oorlog een vorm van herstel heeft plaatsgevonden voor dit onrecht.

Naast Groningen hebben ook de gemeenten Arnhem, Deventer, Assen, Zaanstad, Leeuwarden, Hilversum, Amersfoort, Apeldoorn en Zwolle plannen gemaakt voor een onderzoek of zijn hierin in de voorbereidende fase. In de afgelopen vijf jaar deden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht al onderzoek naar hun rol. Naar aanleiding daarvan is tot nu toe 14,6 miljoen euro uitgekeerd aan individuen en Joodse organisaties.