‘Geen automatische compensatie bij waardedaling door aardbevingsrisico’

nieuws

Advocaat-generaal Wattel heeft aan de Hoge Raad geadviseerd dat waardedaling van woonhuizen, door een risico op aardbevingsschade, niet direct gecompenseerd hoeft te worden door de Staat en de NAM.Dit advies werd gegeven na van vragen die de rechtbank Noord-Nederland aan de Hoge Raad heeft gesteld.

In dit oordeel gaat het dus niet om schade die reeds geconstateerd is aan huizen in het aardbevingsgebied, maar om de waardedaling van huizen in het bevingsgebied door het risico op aardbevingen. Als het aan de advocaat-generaal ligt, komen woningeigenaren pas voor vergoeding in aanmerking wanneer er concreet bewijs is voor de waardedaling. Dat wil zeggen, bij verkoop van het huis, of als het huis niet verkocht wordt, na een wachttijd van enige jaren nadat de gaswinning is gestaakt.

Een echtpaar dat in het aardbevingsgebied boven het Groningen-gasveld woont, heeft een zaak aangespannen tegen NAM en de Staat. Naast de materiële schade klagen zij ook de Staat en de NAM aan voor gemist woongenot als gevolg van aardbevingen Hiervoor adviseert de advocaat-generaal adviseert wel een vergoeding. Die vergoeding moet dan wel voor een gedeelte worden verrekend indien op een later tijdstip vergoeding wordt toegekend voor waardevermindering van de woning.

Het advies van de advocaat-generaal is niet bindend, de Hoge Raad kan nog anders beslissen. Het is nog niet bekend wanneer de Hoge Raad uitspraak doet.

Deel dit artikel: