Haagse twijfel over Nedersaksenlijn stuit op verzet in het onderwijs: “Gaat om veel meer dan mobiliteit alleen”

De plannen voor de aanleg van de Nedersaksenlijn moeten koste wat het kost doorgaan. Daarvoor pleiten Groningse onderwijsinstellingen. Nu minister Vincent Karremans van Infrastructuur heeft laten weten dat eerdere toezeggingen op losse schroeven staan door bezuinigingen op nieuw spoor, luiden mbo-scholen de noodklok. Zelfs uit Limburg krijgt de oproep steun: een spoorlijn gaat over veel meer dan mobiliteit alleen.

“Als er geen trein had gereden, dan had ik überhaupt niet in de stad kunnen komen omdat er geen bus rijdt”, vertelt een student van ROC Menso Alting die wordt opgeleid tot dierenartsassistent. “Op dit moment woon ik in Scheemda. Iedere dag reis ik voor mijn studie naar de stad Groningen. Als die treinverbinding er niet was geweest, had ik waarschijnlijk voor een heel andere opleiding gekozen.”

Nedersaksenlijn op losse schroeven
Al jaren wordt er gesproken over de komst van de Nedersaksenlijn: een rechtstreekse spoorverbinding die Groningen via Stadskanaal moet verbinden met Emmen en Twente. Nadat er eerder al een toezegging van ruim twee miljard euro lag en het startsein was gegeven, staan de plannen nu toch weer ter discussie. Het kabinet liet weten het geld vanwege bezuinigingen te willen herverdelen; onderhoud en vernieuwing van bestaand spoor en wegen krijgen voorrang. Een nieuw puntensysteem moet komende vrijdag duidelijkheid bieden over welk project doorgang kan vinden, maar onderwijsinstellingen doen nu al een dringende klemmende oproep: leg de Nedersaksenlijn aan.

Vliegwiel voor de regio


Het is november 2024. Na veel onderzoek wordt het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) gepresenteerd over de aan te leggen Nedersaksenlijn. Uit het onderzoek blijkt dat de nieuwe verbinding het onderwijs in de regio veel te bieden heeft. “De Nedersaksenlijn zorgt voor een betere bereikbaarheid van voorzieningen zoals zorg en onderwijs en draagt bij aan een betere match tussen vraag en aanbod op de regionale arbeidsmarkt”, staat in het rapport te lezen.

Volgens de onderzoekers vormt de verbetering van de bereikbaarheid via de treinverbinding een vliegwiel voor de sociaaleconomische ontwikkeling. Het vormt de verbindende schakel voor onderwijs, de arbeidsmarkt, wonen en toerisme in de regio.

“Op deze locatie aan de Boumaboulevard krijgen 2.500 studenten les”, vertelt Wim Moes van het Alfa-college vanuit een kantoorruimte met uitzicht op station Europapark. “Tel je daar de locaties van Noorderpoort, ROC Menso Alting en Terra bij op, dan kom je in Groningen op zo’n 20.000 mbo-studenten. Uit onze cijfers blijkt dat slechts één op de drie studenten uit de stad zelf komt. De rest komt uit het ommeland: van Delfzijl tot Dalfsen.”

Verreweg het grootste deel van deze jongeren woont nog thuis. “Ze zijn vaak een jaar of 16 als ze aan hun studie beginnen. Goede ov-verbindingen zijn voor ons als onderwijsinstelling dus essentieel. Studenten moeten hier makkelijk kunnen komen.”

 

Scholen bewust bij het spoor


Dat we met Moes hebben afgesproken in het schoolgebouw bij station Europapark is niet zonder reden. Het eerste tijdelijke treinstation op deze locatie opende in 2007 de deuren. “Het was voor ons een hele strategische keuze om op deze plek onderwijs aan te bieden. Wij willen met onze locaties heel dicht bij het openbaar vervoer zitten”, legt Moes uit. Inmiddels is Europapark uitgegroeid tot een belangrijke halteplaats waar regionale treinen uit een groot aantal richtingen stoppen.

“Overigens zijn voor ons ook busknooppunten belangrijk. En omdat we ook BBL- en BOL-opleidingen aanbieden waarbij studenten deels of volledig werken en soms al 30 of 40 jaar oud zijn, vinden we goede uitvalswegen en voldoende parkeergelegenheid voor auto’s net zo belangrijk. Dat zijn de punten waar wij scherp op letten.”

Ido van Veen, woordvoerder van ROC Menso Alting, onderstreept dat belang: “We verwelkomen de komst van de Nedersaksenlijn van harte. Studenten vanuit de hele regio komen naar onze school en zo’n spoorlijn maakt echt het verschil. Zeker vanuit de hoek van Stadskanaal en Emmen is de bereikbaarheid nu gewoon ondermaats. Een rechtstreekse trein gaat daar enorm veel winst brengen.”

Volgens Van Veen reizen veel studenten met de trein naar hun opleiding. “Mbo-studenten hebben sinds een aantal jaren recht op het gratis reisproduct van DUO en dat maakt reizen met de bus of trein heel aantrekkelijk.” Daarmee is het ook voor het Menso Alting van groot belang om op een makkelijk en bereikbare plek gehuisvest te zijn.

Onderwijs naar de student brengen


Het Alfa-college zou bijvoorbeeld niet snel een locatie aan de Grote Markt openen. “Je wilt de drempel voor studenten zo laag mogelijk houden”, vervolgt Moes. “Een studie moet financieel haalbaar en fysiek bereikbaar zijn. Waar een jongere ook van droomt, wij willen die droom mogelijk maken. De Nedersaksenlijn is in dat opzicht het ontbrekende puzzelstuk. Daarom kiezen wij voor het realiseren of uitbreiden van schoollocaties op strategische locaties, waar bus- en regionale treinverbindingen samenkomen.”

Het mbo staat in Groningen voor een grote uitdaging: het opleidingsniveau moet op peil blijven, terwijl de regio kampt met krimp en een daling van het aantal jongeren. Minder studenten betekent minder inkomsten. “Hoe houd je alle opleidingen overeind? Dat lukt niet meer in je eentje”, stelt Moes.

De oplossing ligt in intensieve samenwerking tussen de verschillende mbo-scholen. “We zijn volop bezig met het clusteren en samenvoegen van opleidingen. Zowel het Noorderpoort als wij bieden een businessschool aan. Wat we daar doen, is voor zeventig procent vergelijkbaar. Dat zou je samen kunnen voegen. Maar kijk ook naar het toekomstige treinstation bij het Suikerunieterrein. Daar zouden wij heel graag de techniekscholen van het Alfa-college en Noorderpoort samen willen voegen.”

Tekst gaat verder onder de foto’s:

 

Steun uit Limburg


Om de kwaliteit en het voortbestaan van een opleiding te waarborgen, is er simpelweg studentenvolume nodig. “Neem een technische opleiding”, legt Moes uit. “Daar is ontzettend dure apparatuur voor nodig. Als de studentenaantallen dalen, sta je voor een dilemma: ga je langer doorwerken met verouderde apparatuur of stop je helemaal met de opleiding? De Nedersaksenlijn verkort de reisafstanden aanzienlijk. Het wordt straks makkelijker om vanuit Emmen of Stadskanaal naar Groningen te reizen. Hierdoor boor je een nieuw potentieel aan studenten aan, waardoor het makkelijker wordt dat zij kunnen kiezen voor hun droomopleiding, waardoor we het specialistische opleidingsaanbod in de regio in stand kunnen houden.”

Maar werkt dat in de praktijk ook echt zo? Om die vraag te beantwoorden reizen we af naar Zuid-Limburg. Tussen Maastricht Randwyck en Kerkrade Centrum ligt de Heuvellandlijn. Een spoorlijn waar sinds december 2016 vervoersbedrijf Arriva het treinvervoer verzorgt, waarbij er sindsdien flinke verbeteringen zijn doorgevoerd. Zo rijdt de sneltrein uit Maastricht tegenwoordig door naar het Duitse Aachen Hauptbahnhof en werd in 2023 de verbinding doorgetrokken naar Kerkrade, waardoor reizigers niet meer hoeven over te stappen. Ook is er geïnvesteerd in comfortabel treinmaterieel.

In Limburg wordt het mbo-onderwijs verzorgd door het VISTA-college. Deze fusieschool ontstond in 2019 en biedt inmiddels onderwijs aan zo’n 12.000 studenten, verspreid over locaties in Heerlen, Maastricht, Sittard, Venlo en Beek.

“Wat wij graag aan Noord-Nederland mee willen geven, is dat infrastructuur en onderwijs veel sterker met elkaar verbonden zijn dan vaak wordt gedacht”, vertelt Janine Winkens van het VISTA-college. “Een spoorlijn gaat niet alleen over mobiliteit, maar ook over talentbehoud, kansengelijkheid, de arbeidsmarkt en regionale ontwikkeling. Juist in regio’s met krimp en grotere afstanden helpt goed openbaar vervoer om jongeren echte keuzevrijheid te geven. Niet omdat iedere student ineens uren gaat reizen, maar omdat de mogelijkheid er wél moet zijn. Die ruimte om te kunnen kiezen voor de opleiding van je dromen is essentieel.”

Mentale afstand verkleinen


De parallellen tussen Groningen en Zuid-Limburg zijn treffend: beide regio’s kampen met demografische krimp, vergrijzing en grote reisafstanden. “Voor het VISTA-college is bereikbaarheid geen randvoorwaarde, maar een wezenlijk onderdeel van toegankelijk onderwijs”, stelt Winkens. “We zien in de praktijk dat een betere treinverbinding de mentale afstand tussen subregio’s kleiner maakt. Studenten kijken daardoor vaker verder dan de opleiding ‘om de hoek’. Zeker bij specialistische opleidingen speelt dat een grote rol. Jongeren zijn sneller bereid te reizen voor een studie die écht bij hen past, mits de verbinding betrouwbaar, overzichtelijk en frequent is.”

Tegelijkertijd blijft Winkens realistisch: het is lastig om zwart op wit te bewijzen dat een nieuwe spoorlijn direct leidt tot een specifieke studiekeuze. “Een studiekeuze hangt met veel factoren samen. Maar bereikbaarheid en reistijd wegen erg zwaar mee bij jongeren en hun ouders. Daarnaast speelt het mbo zich niet alleen af binnen de schoolmuren; stages en praktijkleren zijn minstens zo belangrijk. Studenten reizen dagelijks naar zorginstellingen, technische bedrijven of logistieke hubs verspreid over de hele provincie om er ervaring op te doen. Betere ov-verbindingen maken het makkelijker om die praktijkplekken bereikbaar te houden, zeker voor studenten die nog geen rijbewijs of auto hebben.”

Tekst gaat verder onder de foto’s:

 

Tweerichtingsverkeer naar de regio


Wim Moes kan zich goed vinden in wat er in Limburg wordt verteld. De komst van de Nedersaksenlijn biedt volgens hem Groningen bovendien de kans om strategisch na te denken over de spreiding van opleidingen. “Het is heel onverstandig om alle opleidingen in de stad Groningen te concentreren. Wij zijn een regionaal opleidingscentrum en het mbo is bij uitstek van de regio. We willen het onderwijs zo dicht mogelijk bij de inwoners en de lokale ondernemers organiseren.”

Mocht het mbo uit de regio verdwijnen, dan heeft dat volgens Moes grote gevolgen. “Als wij vertrekken uit Veendam of Stadskanaal, tast dat de lokale bedrijvigheid en de leefbaarheid aan. Ondernemers komen dan niet meer in aanraking met de nieuwe vakmensen die wij opleiden. De regio verandert dan in een monocultuur waar mensen alleen nog maar wonen in een stapel stenen. Dat kan niet de bedoeling zijn. We moeten investeren in het behoud van die regionale functies.”

Het spoor kan bovendien zorgen voor uniek tweerichtingsverkeer: jongeren uit de stad die voor hun opleiding juist naar de regio reizen. Werkt dat? Moes denkt van wel: “Het is maar net wat er voor een student te halen valt. Je kunt in de regio iets aanbieden wat je in de stad niet hebt, bijvoorbeeld door een unieke, intensieve samenwerking met het lokale bedrijfsleven. Dan wordt het voor een student uit de stad echt de moeite waard om naar Stadskanaal te reizen. Zelf kom ik uit Veendam en voor mij was het destijds logisch om in de stad te gaan studeren. Maar het kan net zo goed andersom; de afstand is immers precies even lang. In het ommeland liggen prachtige kansen en de Nedersaksenlijn gaat ons helpen die te benutten.”

Beren op de weg


De afgelopen jaren zijn er op het gebied van spoorverbindingen mooie ontwikkelingen geweest. Zo rijden er sinds het voorjaar van 2011 weer treinen tussen Groningen en Veendam, wordt er gereden naar de Eemshaven en rijden er sinds vorige week weer treinen naar het Duitse Leer.

Of de Nedersaksenlijn er gaat komen, zal de komende periode duidelijk worden. Moes: “Er is in de Tweede Kamer en in de provincie al zoveel over gezegd. En er is heel hard voor gelobbyd. Het zou mij ten zeerste verbazen als de lijn er niet komt.”