ChristenUnie en PRO: “Maak volwaardig werk leidend in Gronings beleid voor nieuwkomers”

nieuws
Foto: Chris Bakker

Werk moet het centrale uitgangspunt worden in het beleid voor nieuwkomers in de gemeente Groningen. Dat stellen de fracties van ChristenUnie en PRO na een nieuw advies van de Sociaal-Economische Raad (SER). De partijen willen van het gemeentebestuur weten hoe Groningen werk, inburgering en taalonderwijs beter kan combineren.

In het landelijke advies ‘Van aankomst naar toekomst‘ stelt de SER dat nieuwkomers zoals statushouders, asielzoekers en Oekraïense oorlogsvluchtelingen nu nog te vaak onder hun opleidingsniveau werken of vastlopen in versnipperde regels. Volgens het adviesorgaan moet ‘waardig werk’ met de kans om door te groeien de rode draad worden in het beleid, in plaats van zo snel mogelijk uit te stromen uit de bijstand.

Stapeling van doelen

Raadslid Peter Rebergen van de ChristenUnie: “Mijn partij zet zich in voor een samenleving waarin iedereen mee kan doen, juist ook mensen die het moeilijker hebben. Waardig werk geeft niet alleen financiële zelfstandigheid, maar brengt ook zingeving en verbondenheid. Daarom willen we dat nieuwkomers alle ruimte krijgen om door te stromen naar werk en scholing die bij hun niveau passen.”

Met het project ‘Meedoen vanaf dag één’ zet Groningen al langer in op snelle participatie via taal, werkervaring en vrijwilligerswerk. ChristenUnie en PRO vragen het college in hoeverre dit al aansluit bij de SER-aanbevelingen en waar de gemeente in de praktijk nog tegen grenzen aanloopt.

Kijken naar talent en ervaring

Daarnaast willen de partijen dat er beter gekeken wordt naar de opgebouwde kennis en werkervaring die nieuwkomers al meenemen uit hun vaderland. Te vaak komen mensen op functies terecht onder hun niveau, stellen de fracties. Ze vragen de wethouder hoe Groningen zorgt voor maatwerk bij het vinden van passend werk en of nieuwkomers ook worden gevolgd nadat ze aan de slag zijn gegaan, om te zien of ze zich duurzaam kunnen blijven ontwikkelen.

Tot slot vragen de partijen het college of het, vooruitlopend op landelijke wetgeving, nu al mogelijkheden ziet om nieuwkomers sneller en intensiever te begeleiden richting de arbeidsmarkt.