Tuinder Leentje brengt Zelfoogsttuin Ten Boer tot bloei: “Korte voedselketen op Groningse klei”

nieuws
Leentje van Alphen samen met vrijwilliger Hans op de tuin. Foto: ingezonden

Boerenkool, spruitjes en palmkool. De zelfoogsttuin in Ten Boer ligt er dit weekend stralend bij. In deze tijd van het jaar maken traditionele zomergroenten plaats voor herfst- en wintergroenten. Tuinder Leentje van Alphen vertelt dat de belangstelling voor lokaal geteeld voedsel toeneemt, maar dat er nog veel meer kansen liggen.

Leentje, jij bent nog niet zo heel lang actief bij de zelfoogsttuin, hè?
“Ik ben afgelopen maart inderdaad begonnen. De tuin zelf bestaat sinds 2017 op dit terrein aan de Wolddijk, naast zorgcentrum Innersdijk, en is dus onderweg in de richting van een heel mooi jubileum. Door de jaren heen hebben heel veel vrijwilligers zich op de tuin ingezet. Aanvankelijk was de tuin onderdeel van de woongemeenschap Staatjevrij. Na een rustjaar vorig jaar, waarbij er geen activiteiten plaatsvonden op de tuin, run ik sinds maart van dit jaar de tuin vanuit m’n eigen bedrijf De Tuinbouwerij. De tuin is nu een zelfstandig lid van de coöperatie Woldwijk en ik word als tuinder begeleid bij de tuin vanuit Groninger Voedseltuinen.”

Hoe ben je terechtgekomen in Ten Boer?
“Dat is een mooi verhaal. Zelf woon ik in Meerstad en heb ik een kantoorbaan. Bij ons in het dorp had ik een moestuin van ongeveer vijftig vierkante meter, maar die werd te klein en ik wilde het graag professioneler. Om die reden was ik al in contact met Groninger voedseltuinen. Op een gegeven moment zag ik een bericht voorbijkomen dat ze in Ten Boer een tuinder zochten. Ik twijfelde. Want paste dit wel bij mij? Was deze stap niet te vroeg? Uiteindelijk ben ik wel het gesprek aangegaan. En daar is zoveel enthousiasme uit voortgekomen dat ik dit heb opgepakt. Ik heb nog steeds mijn kantoorbaan, maar een aantal dagdelen ben ik in Ten Boer te vinden. En dat is fantastisch. Dat je ’s ochtends een intensieve vergadering hebt en dat je ’s middags op de tuin bezig kunt zijn. Dat is een hele mooie combinatie.”

Tekst gaat verder onder de foto’s:

Hoe kijk je terug op het afgelopen voorjaar en de zomer?
“Toch wel positief. Wat ik al zei: vorig jaar was er een rustjaar. We hebben dus tijd moeten investeren om de tuin weer in conditie te krijgen. Het afdekken van het gras, het aanleggen van bedden met karton en compost en het onkruidvrij maken van de tunnelkas waar zuidelijke groenten geteeld kunnen worden. Dit seizoen hebben er ongeveer veertig mensen van de tuin kunnen eten. Daar moet wel bij verteld worden dat we nu ongeveer een kwart van de totale tuin van 6.500 vierkante meter gebruiken. De komende seizoenen willen we het potentieel maximaal gaan benutten. En op je vraag of het een goed seizoen was: het was een lastig seizoen. We hebben flink wat warmte gehad, maar ook zware hoosbuien. Toch hebben we een mooie oogst gehad. En het loopt ook nog even door. Onlangs hebben we nog sla en andijvie gezaaid. Maar ook witte en rode kool en gewassen zoals postelein, raapstelen en rammenas zijn in aantocht.”

Nu hoor ik veel tuinders zeggen dat het een slecht seizoen was door die warmte. Dat er daardoor ook veel mislukt is. Wat is jullie geheim?
“Ik denk dat de kleigrond waar de zelfoogsttuin zich op bevindt heel erg helpt. Klei houdt veel vocht vast. Daarnaast hebben we ook maatregelen genomen om water vast te houden toen we de tuin afgelopen voorjaar in gereedheid brachten. Dat we niet direct de complete tuin benutten, heeft overigens ook voordelen. Hierdoor kunnen we rustig groeien en dit geeft de tijd om een duurzaam ondernemersplan te maken. Waar we bijvoorbeeld aan zitten te denken, is om naast de huidige zelfoogstabonnementen ook te gaan werken met een ontzorgd abonnement waarbij het voor je geoogst wordt. Hoe meer mensen gebruik kunnen maken van de tuin, hoe groter de kans wordt dat er mensen zijn die geen tijd of mogelijkheden hebben om zelf te oogsten. Een ontzorgabonnement is uiteindelijk één van de middelen om alle lopende kosten mee te financieren.”

Hoeveel mensen zijn er op dit moment op de tuin actief?
“Je hebt het over zo’n vijf à zes personen op een dinsdagochtend, maar in totaal wel een groep van zo’n zestien personen. Zonder vrijwilligers lukt het ook niet. Waarbij je ook ziet dat iedereen toch wel een beetje zijn eigen taak heeft. Zoals afgelopen zomer, toen zag je dat een aantal vrijwilligers zich bezighield met het bewateren van de gewassen, terwijl iemand anders ervoor zorgde dat het gras op de tuin werd gemaaid. Als lid oogst je niet alleen groenten, maar kun je ook vrijwillig bijdragen aan het onderhoud van de tuin. We organiseren daarnaast regelmatig meewerkmomenten en gemeenschapsmomenten per seizoen.”

Wat is hier zo leuk?
“Dat is alles. Het hele proces. Je plant een zaadje in de bodem, en dat groeit uiteindelijk uit tot een plant die weer eten geeft. Ik vind dat heel wonderlijk. Ik heb een wetenschappelijke achtergrond en op die manier probeer ik het ook altijd te benaderen. Bijvoorbeeld: we hadden twee compostbakken. Eén bak werkte prima, de andere niet. Hoe kan dat? Wat zijn de oorzaken en verschillen? Of wat je op een moestuin ook hebt: slakken. Wij hebben op de tuin twee soorten slamelange geplant, met als resultaat dat de slakken allemaal voor de Aziatische soort kozen en de slamelange met puur sla links lieten liggen. Je bent altijd op zoek naar een duurzame en biologische balans, want chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest gebruiken we hier niet. En uiteindelijk geeft het heel veel voldoening.”

De belangstelling voor lokaal geteeld voedsel neemt toe. Hoe verklaar je dat?
“Die belangstelling zien wij ook. Ik denk dat mensen bewuster worden. Waar komt mijn eten vandaan? Is het gezond? Je brengt een bezoek aan de supermarkt en daar zie je bijvoorbeeld druiven uit Peru of boontjes uit Marokko. Is dat het beste? Of is er beter vanuit een lokaal systeem? Wat ik al zei, als voedseltuin werken wij uitsluitend met biologisch zaad en plantgoed en komen er hier geen bestrijdingsmiddelen aan te pas. Dat heeft resultaat. Aan de andere kant: de uitdaging is om het financieel ook mogelijk te kunnen maken.”

Wat is je uiteindelijke doel?
“Het zou heel mooi zijn als we de volle potentie van de tuin kunnen benutten. En dat daarmee ook een korte voedselketen ontstaat waarmee we een maximaal aantal mensen kunnen bereiken. We hebben niet de utopie dat we iedereen gaan bereiken. Want waar het voedsel in de supermarkt keurig gewassen is, zul je dat bij ons toch echt zelf moeten doen. En een eigenschap van een tuin is ook dat er groenten of vruchten zijn die vreemde vormen kunnen hebben. Daarnaast werken we ook heel fijn samen vanuit de Groninger Voedseltuinen met andere tuinen, door kennis maar ook zaai- en plantgoed uit te wisselen om samen maximaal op te trekken.”

Tekst gaat verder onder de foto’s:

In de gemeente worden verschillende nieuwe woonwijken uit de grond gestampt. In de plannen is niet altijd een voedseltuin of -bos voorzien. Is dat jammer?
“Ik denk dat daar al wel een goede beweging in ontstaat, maar ook op kleine schaal kun je daar prima over nadenken. Als je als inwoner zelf iets wilt doen, dan zijn er al heel veel mogelijkheden. Je kunt je aansluiten bij een bestaande tuin, maar ook gewoon voor je eigen gezin al gewassen in je tuin of op je balkon verbouwen. Een tuinderij waarmee je de omgeving van voedsel kunt voorzien is groter en breder. Ik denk dat als dergelijke initiatieven ontstaan, je dit moet ondersteunen. In Meerstad is dit nog niet op die schaal ontstaan maar is er wel een volkstuinvereniging waarbij er nu zo’n 45 percelen van ongeveer 25 vierkante meter of groter zijn.”

Door de jaren heen zijn er ook veel groenten verdwenen: groenten die hier vroeger verbouwd werden, maar nu niet meer voorkomen. Wil je je daar ook op richten?
“Dat doen we al een beetje. Je kent vast wel de rode biet. Maar wij hebben hier ook de gele biet. We hebben verschillende rassen tomatenplanten in onze tunnelkas. Naast de paarse aubergine is ook de witte hier te vinden. Naast de rode peper verbouwen wij ook de lila peper. Maar ik ben het met je eens dat het aanbod veel breder is, waarbij ook vergeten groenten zoals pastinaak, snijbiet, palmkool en chioggiabiet hier onderdeel van uitmaken. Wat we verbouwen heeft ook als voordeel dat we het zaad opnieuw kunnen gebruiken en uit kunnen wisselen. Leuk om te vertellen is ook dat we de komende vijf jaar aan een bodemonderzoek willen meedoen om te kijken of de wijze van tuinieren positief bijdraagt aan de organische stoffen in de bodem, waarbij de resultaten van dit onderzoek enorm kunnen helpen.”

Ik kan me voorstellen dat mensen nieuwsgierig zijn geworden. Mag iedereen een kijkje nemen op de tuin?
“Jazeker. Zelf ben ik hier op dinsdagochtend en vrijdagmiddag. Dan ga ik graag met mensen in gesprek. Op onze website vind je informatie over hoe je lid kunt worden en oogstgenoot kunt worden. Ook vind je er allemaal andere informatie. Wel goed om te vermelden is dat we geen losse verkoop hebben.”

Dit gesprek begon met de opmerking dat je twijfelde of een project zoals deze zelfoogsttuin in Ten Boer niet te groot zou zijn. Nog geen spijt gehad?
“Absoluut niet. Als ik hier op de tuin ben, dan voel ik mij als een vis in het water. Mijn dochtertje van drie gaat ook regelmatig mee. Zij geniet er net zo van. Ze maakt dan ritjes bovenop de compostkruiwagen. Ook voor kinderen is het goed om te zien waar de groenten vandaan komen. En ook mijn ouders zijn hier regelmatig actief. Mijn passie ligt hier duidelijk. En op een gegeven moment denk je ook: ik kan het later oppakken. Maar wat is later? En komt later wel? Ik ben hier heel erg blij mee en zie hele mooie kansen.”

En je vertelde het al: het seizoen zit er nog niet op …
“Nee, zeker niet. Straks hebben we een meewerkdag. Deze is op 17 oktober. We gaan dan met iedereen die komt de tuin voorbereiden op de winter. We gaan dan nieuwe bedden maken waar volgend seizoen gewassen op kunnen groeien. Deze bedden zaaien we in met groenbemester of bedekken we met mulch of zeil. Maar we gaan bijvoorbeeld ook de knotwilgen snoeien. Dit hout kunnen we vervolgens weer heel goed gebruiken voor bijvoorbeeld houtsnippers. Op een zelfoogsttuin is altijd werk te doen. Maar het mooiste is dat het heel erg mooi werk is, waar steeds meer belangstelling voor komt. En dat is mooi.”