De fracties van de PVV en Stadspartij 100% voor Groningen vragen opheldering van het college over het uitdelen van een gebiedsverbod aan een 43-jarige man die regelmatig demonstraties in de binnenstad en bij het Hoofdstation filmt. Het verbod werd onlangs door de rechter geschorst. De partijen willen nu precies weten hoe de burgemeester omgaat met grondrechten, persvrijheid en de handhaving rondom demonstraties.
“We willen benadrukken dat onze vragen niet gaan over de vraag of men de handelswijze of opvattingen van individuele betrokkenen onderschrijft”, schrijven de PVV en Stadspartij. “Het gaat ons om de principiële vraag op welke gronden een burgemeester een dermate verstrekkende maatregel oplegt, hoe de proportionaliteit daarvan wordt vastgesteld en hoe wordt gegarandeerd dat deze bevoegdheid in vergelijkbare situaties consequent en gelijkwaardig wordt toegepast.”
Confrontatie op het Broerplein
De 43-jarige man is aanwezig bij pro-Gaza-demonstraties om deze vast te leggen. Volgens het gemeentebestuur leidt zijn aanwezigheid geregeld tot spanningen omdat hij actievoerders herkenbaar vastlegt en online bespreekt. De situatie escaleerde in april tijdens een pro-Palestinademonstratie op het Broerplein. Daar ontstond een confrontatie met duw- en trekwerk. Over wat zich daar precies heeft afgespeeld, lopen de lezingen van de politie, een gemeentelijke toezichthouder en de filmer zelf uiteen.
Om verdere escalatie te voorkomen, besloot de burgemeester de man een gebiedsverbod van drie maanden op te leggen. Hij mocht tijdens Gaza-gerelateerde demonstraties niet meer in delen van de binnenstad en het Stationsgebied komen.
Twee weken geleden zette de rechter voorlopig een streep door het gebiedsverbod. De rechter oordeelde dat een langdurig gebiedsverbod een te zware inperking vormt van fundamentele grondrechten, zoals de vrijheid van nieuwsgaring en vrije meningsuiting. Door deze schorsing mag de man voorlopig doorgaan met het filmen van demonstraties, in afwachting van het besluit van de gemeente op zijn officiële bezwaarschrift.
“Ingrijpende maatregel die raakt aan vrijheden”
Kelly Blauw van de PVV: “Een gebiedsverbod voor een periode van drie maanden is een ingrijpende bestuurlijke maatregel die raakt aan fundamentele vrijheden. Wij kunnen verschillend denken over de wijze waarop iemand verslag doet van demonstraties of over de inhoud van de gemaakte beelden, maar voor ons staat voorop dat de toepassing van dergelijke zware bevoegdheden zorgvuldig, proportioneel en zonder aanzien des persoons moet plaatsvinden.”
Blauw vertelt verder: “Daarbij constateren wij dat het tijdens en rondom demonstraties in Groningen vaker tot forse spanningen, intimidatie, bedreigingen, opruiende uitingen en andere verstoringen van de openbare orde komt. Ook daarover bereiken onze fracties regelmatig signalen. Tegen die achtergrond willen wij kunnen beoordelen welk afwegingskader de burgemeester hanteert bij het opleggen van een langdurig gebiedsverbod en hoe wordt voorkomen dat vergelijkbare situaties verschillend worden behandeld.”
De PVV en de Stadspartij willen van het college weten op basis van welke concrete feiten tot een gebiedsverbod van drie maanden is besloten en waarom minder vergaande maatregelen onvoldoende werden geacht. Ook vragen de fracties hoe de burgemeester afweegt of een maatregel proportioneel is wanneer deze raakt aan grondrechten. Tot slot willen de partijen weten hoe wordt gewaarborgd dat bij alle incidenten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd, ongeacht de politieke kleur van de betrokkenen, en of de uitspraak van de rechter aanleiding geeft om het afwegingskader voor gebiedsverboden te herzien.
