Er zijn nog geen concrete afspraken gemaakt tussen de provincie Groningen en de gemeente over de omleidingsroutes rond de Gerrit Krolbrug, wanneer de tijdelijke loopbrug eind dit jaar verdwijnt. Dat erkent gedeputeerde Erik Jan Bennema (VVD) van Verkeer) na opheldering van vragen van D66 in de Provinciale Staten.
D66-Statenlid Paula Benjamins sprak afgelopen week haar grote zorgen uit over de gevolgen voor de gehele regio: “De Gerrit Krolbrug is veel meer dan een stedelijke oversteek; het is een cruciale fietsverbinding tussen Stad en Ommeland. Dagelijks moeten zo’n 20.000 fietsers vanaf de start van de bouw van de nieuwe brug jarenlang omrijden via de Noordzeebrug of de Oostersluis.” D66 wilde van het college van Gedeputeerde Staten (GS) weten hoe de provincie zich heeft opgesteld richting Den Haag en de gemeente Groningen, en hekelde het feit dat ook het Platform Gerrit Krolbrug zich inmiddels uit protest heeft opgeheven.
Provincie volgt besluit van gemeente
Gedeputeerde Bennema gaf toe dat de provincie zich bij de situatie heeft neergelegd. “De gemeente Groningen is de trekker in de Stuurgroep Bruggen; zij hebben de lead“, lichtte Bennema toe. “Wij zijn vanaf het begin aangeschoven om het pleidooi voor spoedig herstel en een tijdelijke fietsvoorziening te ondersteunen. Ik heb daar zelf over gesproken met het ministerie en Kamerleden om druk te zetten. Maar de gemeente heeft zich neergelegd bij het besluit uit Den Haag om geenn tijdelijke brug te realiseren, en als provincie volgen wij daarin.”
Volgens Bennema ligt het opvangen van de hinder primair op het bordje van de gemeente en Rijkswaterstaat, omdat de meeste omleidingsroutes over gemeentelijk grondgebied lopen. Gesprekken over knelpunten op provinciaal terrein, zoals de drukke kruising van de Boterdiepbrug met de N361, moeten bovendien nog gevoerd worden. “Daar is nog geen duidelijkheid over de noodzakelijke maatregelen.”
Vertrouwensbreuk
De uitspraken in de Provinciale Staten volgen op een debat in de Groningse gemeenteraad. Daar moest wethouder Jalt de Haan (CDA) zich verantwoorden over de vertrouwensbreuk met het Platform Gerrit Krolbrug. Dat platform, waarin acht wijk- en belangenorganisaties georganiseerd waren, hief zichzelf afgelopen week per direct op uit onvrede over de opstelling van het stadhuis. Het platform voelde zich door de gemeente gebruikt als ‘alibi’.
In de raad noemden oppositiepartijen D66 en PRO de situatie zorgelijk en shockerend. Wethouder De Haan benadrukte dat het besluit van het Rijk puur financieel is: landelijk zou er een tekort van 80 miljard euro zijn op infrastructuur. “Extra geld eisen voor een tijdelijke brug is dan niet realistisch”, aldus De Haan, die de wijkorganisaties tegelijkertijd opriep om wel aan tafel te blijven over de komende omleidingsroutes. “We zullen elkaar tegenkomen en we hebben elkaar de komende jaren keihard nodig.”
Gedeputeerde Bennema heeft D66 toegezegd er bij de gemeente en het Rijk op aan te dringen dat de hinder voor forensen uit de omliggende dorpen zo klein mogelijk moet blijven.
