Het is nooit de bedoeling geweest om de kaaswinkel aan het Akerkhof een boete te geven voor een ludieke hinkelbaan op de stoep. Wel blijft het aanbrengen van kleurstoffen op de openbare weg in principe verboden om verloedering tegen te gaan. Dat zei wethouder Janette Bosma (Partij voor de Dieren) woensdag in de gemeenteraad na vragen over ‘stoepkrijt-handhaving’.
De fracties van Stadspartij 100% voor Groningen, Partij voor het Noorden en D66 trokken woensdag aan de bel nadat handhavers afgelopen week de kaasboer hadden gesommeerd om de hinkelbaan te verwijderen. De eigenaren van de winkel hadden de krijttekening met een dubbele reden aangebracht: om voorbijgangers een glimlach te bezorgen, maar ook als protest tegen het nieuwe winkelbeleid. Uit het onlangs gesloten coalitieakkoord (PRO, PvdD, CDA, SP en ChristenUnie) blijkt namelijk dat bakkers op zondagochtend voortaan wel open mogen, maar andere levensmiddelenzaken zoals de kaasboer niet.
‘Ophef du jour’
“Dat de ondernemer het stoepkrijt moest verwijderen vinden wij vreemd”, opende Yaneth Menger (Stadspartij) het debat. “Krijt is een milieuvriendelijk middel en gewoon afwasbaar.”
Dat leidde direct tot politieke frictie met PRO. Raadslid Jeffry van Hoorn: “Een verhelderende vraag. Ik waardeer binnen het vragenuur altijd de ‘ophef du jour’. Maar is de Stadspartij nu oprecht bang dat dit gevolgen heeft voor stoepkrijtende kinderen?”
Menger: “Ja! Daarom ook onze vraag wat dit betekent voor kinderen die willen stoepkrijten. Vanuit de gemeente sporen we kinderen juist aan om meer buiten te spelen. Toen mijn eigen kinderen jong waren, vonden ze het fantastisch om met stoepkrijt te kleuren. Dat plezier willen wij de kinderen van vandaag niet ontnemen.”
“Van ophef naar ophef”
Morris Wouters (D66) sloot zich bij de zorgen aan, maar trok het breder naar de relatie met de Groningse ondernemers. “De handhaving voert sec een taak uit die wij hier als gemeenteraad vaststellen, daar moet het nu niet over gaan. Waar het wel over moet gaan is het grotere plaatje: in relatie met ondernemend Groningen gaan we momenteel van ophef naar ophef. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de relatie met ondernemers en hoe we nu verder moeten.”
PRO-raadslid Van Hoorn verweet D66 daarop symboolpolitiek: “D66 steekt een hand uit, dat waardeer ik. Maar was het niet beter geweest om direct met een voorstel te komen om de Algemene Plaatselijke Verordening (APVG) aan te passen zodat we dit in de toekomst wel toestaan? Later vandaag hebben we het Voorjaarsdebat, daar had dit prima een plek kunnen krijgen.” Volgens Wouters is dat echter niet nodig: “Wij dachten dat we dit in het verleden al hadden geregeld. Een jaar of tien geleden hebben we ‘krijt’ namelijk al bewust uit de verordening gehaald.”
Meten met twee maten?
Menger (Stadspartij): “Als wij door bewoners worden benaderd die zich afvragen wat hier in vredesnaam gebeurt en of boa’s geen andere prangende zaken te doen hebben in de wijken en dorpen, dan moet ik hier vragen over kunnen stellen. Mijn partij vindt dit belangrijk genoeg.”
Leendert van der Laan (Partij voor het Noorden) zag in de casus bovendien een patroon van meten met twee maten: “Zit de irritatie bij D66 ook niet in het verschil in handhaven? Dat er op de Spilsluizen en het Martinikerkhof ‘vrijstaatjes’ worden gecreëerd waar heel veel kan en mag, maar dat er bij een hinkelbaan wél direct wordt gewaarschuwd?” Wouters (D66) reageerde diplomatiek: “Ik wil daar terughoudend in zijn, maar geredeneerd vanuit ondernemers en inwoners kan ik me die gedachte heel goed voorstellen.”
Wethouder haalt de angel eruit
Wethouder Janette Bosma, die de honneurs waarnam voor de afwezige burgemeester, was in haar antwoord duidelijk. “Om direct de angel uit het debat te halen: als kinderen met stoepkrijt een tekening maken, dan is dit absoluut niet verboden. Daar wordt nóóit op gehandhaafd.”
De regels in de APVG zijn er volgens Bosma puur voor excessen. “Om verloedering en verrommeling van de openbare ruimte tegen te gaan, is opgenomen dat het aanbrengen van kleur- en verfstoffen op de weg niet is toegestaan. Handhaving hierop heeft geen prioriteit, maar vindt incidenteel plaats. We moeten dit artikel behouden, omdat we anders geen handvatten meer hebben om op echte bekladding te sturen.”
Over de situatie bij de kaaswinkel was Bosma helder: “Twee dagen na de start van deze actie zijn we erop geattendeerd. Een handhaver is langsgegaan en heeft op een respectvolle manier geïnformeerd over de regels. Het was een gesprek in goed overleg, zonder boete of sanctie. Er is passend gehandeld.”
Voor D66 was de kous daarmee nog niet helemaal af. “Als kinderen stoepkrijten wordt er dus niet gehandhaafd, maar bij ondernemers wel. Dat onderscheid voelt arbitrair”, aldus Wouters. Bosma herhaalde: “Tekenen met stoepkrijt is voor kinderen gewoon toegestaan, daar gaan we nooit op handhaven. Het kan dus niet arbitrair zijn.”
Verschillende oppositiepartijen gaven aan nog niet geheel tevreden te zijn met de antwoorden en beraden zich wellicht op een motie die op een later moment wordt ingediend.