International Martini Organ Competition brengt ‘Champions League van orgelwereld’ naar Groningen

nieuws
Foto: Daria Vinogradova

Wie wint de prestigieuze International Martini Organ Competition Groningen (IMOCG)? Twaalf internationale toptalenten gaan vanaf volgende week de strijd met elkaar aan op de mooiste orgels ter wereld. Volgens Elsbeth Mulder van de organisatie kan de competitie worden vergeleken met de ‘Champions League van de orgelwereld’.

Elsbeth, het begint allemaal volgende week zondag met een openingsconcert in de Martinikerk…
“Bij dit concert gaat Erwin Wiersinga op het orgel spelen. Hij is één van de twee titulair organisten van de Martinikerk en kent het instrument door en door. Tijdens het concert is ook een Vocaal Ensemble te horen dat onder leiding staat van Óscar Rodríguez Pastora. Het afgelopen halfjaar heeft Pastora een masterclass orgel gevolgd aan het conservatorium in de stad, maar daarnaast is hij een uitstekend dirigent die sinds dit jaar in Spanje de assistent-dirigent van het Nationale Kamerkoor is. Voor dit openingsconcert is een koor van twaalf stemmen samengesteld. Er zal onder andere muziek uit de renaissance en de barokperiode te horen zijn: stukken van Tomás Luis de Victoria, Samuel Scheidt en Johann Sebastian Bach. De titel van het concert is ‘Donker en Licht’. Het begint vrij triest, maar brengt je gaandeweg naar het licht aan het einde van de tunnel. Hier is bewust voor gekozen, ook vanwege de huidige situatie in de wereld.”

Eerste ronde in Appingedam

Op maandag begint de competitie dan echt met de eerste ronde…
“Die vindt plaats in de Nicolaïkerk in Appingedam. Het is voor de tweede keer dat één van de rondes buiten de stad plaatsvindt. We vinden het namelijk heel leuk om te laten zien én horen welke prachtige instrumenten er in de provincie te vinden zijn. In Appingedam wordt er gespeeld op het De Mare/Hinsz-orgel. Alle twaalf deelnemers spelen hier een programma van ongeveer twintig tot dertig minuten. Dat bestaat uit een aantal verplichte werken van Dieterich Buxtehude (Praeludium in a BuxWV 158), Petrus Heydorn (Fuga in d) en Carl Philipp Emanuel Bach (Aus der Tiefe ruf ich). Daarnaast is er een vrij onderdeel waarbij de kandidaten mogen kiezen tussen werken van Jan Pieterszoon Sweelinck en Samuel Scheidt. Tijdens het concert worden de deelnemers beoordeeld door een jury die aan een lange tafel aantekeningen maakt. Het gaat er heel serieus en officieel aan toe.”

Dat betekent dus dat er door de deelnemers flink geoefend is?
“Jazeker. Om deel te mogen nemen, is er vooraf een strenge selectie geweest. Als organisatie sturen wij uitnodigingen naar conservatoria en organisaties in ons netwerk. Deelnemers, die maximaal 35 jaar oud mogen zijn, doen auditie door vier stukken in te sturen plus een aanbevelingsbrief van hun orgeldocent. In mei zijn de twaalf deelnemers begonnen aan hun voorbereidingen. Maar dat kan maar tot op zekere hoogte: elk orgel klinkt namelijk anders. Je kunt een stuk thuis nog zo goed oefenen, in de praktijk klinkt het orgel in Appingedam heel anders dan het instrument dat je in eigen land gewend bent. Het is geen gitaar die je zomaar meeneemt. Daarom bieden we de deelnemers vooraf de mogelijkheid om uren te maken op de orgels, om zo als het ware een ‘vriendschap’ met het instrument op te bouwen.”

We hebben het over de organisten, maar er is nog een cruciale rol achter de schermen…
“Absoluut, de registranten. Een orgel bestaat uit talloze registers die bediend moeten worden. Degene die de toetsen en pedalen bespeelt, heeft daar simpelweg niet genoeg handen voor. Daarom werkt de organist nauw samen met een registrant. Wij hebben daar orgelstudenten voor geregeld die de knoppen op het juiste moment in- of uittrekken. Het is dus heel belangrijk dat een organist precieze aantekeningen maakt van wat hij of zij waar wil. De registers bepalen immers niet alleen of je heel zacht of krachtig speelt, maar bepalen ook de algehele klankkleur.”

Tekst gaat verder onder de foto’s:

Deelnemers van over de hele wereld

Als we kijken naar het deelnemersveld, is dat internationaal te noemen…
“Deelnemers komen uit onder meer Engeland, Oostenrijk, Italië, Japan, Zuid-Korea en Nieuw-Zeeland. Zij verblijven in Groningen bij gastgezinnen, wat ontzettend leuk is. Zelf fungeer ik ook als gastgezin. Je ziet bij eerdere edities dat je daardoor echt een band opbouwt. Sterker nog: we hebben bij een vorige editie een Italiaanse kandidaat in huis gehad en zijn recent in Milaan door hem rondgeleid. Je merkt nu al dat de deelnemers er enorm veel zin in hebben. Dat komt door de wereldwijde faam van onze Groningse instrumenten, maar ook door de goede sfeer van de hele week. Deze competitie is echt de Champions League van de orgelwereld.”

De dinsdag staat in het teken van het vervolg van de eerste ronde…
“Het hoofdorgel in de Martinikerk staat wereldwijd bekend als een fenomenaal en uniek instrument. Alle twaalf deelnemers willen daar dolgraag op spelen. Als je na de eerste dag in Appingedam al mensen zou laten afvallen, ontneem je hen die kans. Daarom speelt iedereen ook in de Martinikerk. Behalve op het hoofdorgel wordt er gespeeld op het Le Picard-koororgel, met werken van Louis Couperin, Abraham van den Kerckhoven en Johann Sebastian Bach.”

En daarna volgt het eerste afvalmoment…
“Dan trekt de jury zich terug in een kamertje. Voor de kandidaten is dat een heel nerveus moment; je ziet ze echt ronddrentelen. Wanneer de jury terugkomt, horen ze wie er door zijn naar de halve finale. Dat proberen we heel zorgvuldig te begeleiden. Er is voor alle kandidaten gelegenheid voor een persoonlijk gesprek met juryleden om inhoudelijke feedback te krijgen. Natuurlijk is de teleurstelling bij de afvallers groot, want iedereen wil zo ver mogelijk komen. Maar die feedback is een ontzettend waardevol leermoment.”

Is er tussen het harde werken door ook tijd voor ontspanning?
“Jazeker. Op één van de avonden gaan we bijvoorbeeld gezamenlijk barbecueën. Er is ook voldoende ruimte om de stad te verkennen en om de andere deelnemers beter te leren kennen.”

Toegankelijk voor publiek

Uiteindelijk hopen jullie ook dat er veel publiek op het evenement afkomt…
“Wij denken dat het voor bezoekers ontzettend boeiend is: het blijft een strijd waarin het beste talent wint. De eerste rondes zijn bovendien gratis toegankelijk (in de Martinikerk betaal je enkel de reguliere toeristische entree). En het wordt een mooie kans: het lijken warme dagen te worden, dus het is heerlijk om in een koele kerk te genieten van prachtige orgelklanken. Ook voor kinderen is het een belevenis. Zo’n reusachtig instrument dat eruitziet als een kasteel of paleis maakt grote indruk. Tijdens het spelen zie je de organist zelf niet. Eerder hadden we camerabeelden op schermen, maar mede vanwege de extra prestatiedruk voor de kandidaten laten we dat nu achterwege. Wanneer de organisten na afloop naar beneden komen, dit jaar zes mannen en zes vrouwen, zie je het publiek soms verrast kijken: ‘Hè, heeft die mevrouw met die paardenstaart zojuist dat prachtige stuk gespeeld?'”

Wat staat er voor de winnaars op het spel?
“We hebben drie geldprijzen: de winnaar ontvangt 5.000 euro, en voor de nummers twee en drie liggen bedragen van 3.000 en 2.000 euro klaar. Deze prijzen zijn ter beschikking gesteld door verschillende organisaties. De eerste prijs wordt aangeboden door het Prins Claus Conservatorium. Zij organiseerden in 2017 de eerste editie samen met de Stichting Martinikerk. Daarna hebben wij als Stichting Groningen Orgelstad de organisatie overgenomen, maar het conservatorium is altijd nauw betrokken gebleven. De winnaars krijgen ook uitnodigingen voor optredens tijdens orgelzomerseries in bijvoorbeeld Enkhuizen en Zutphen. Nieuw dit jaar is onze stimuleringsprijs: de winnaar daarvan mag in de toekomst terugkeren naar Groningen voor lessen van gerenommeerde concertorganisten verbonden aan het conservatorium en voor een concert op een monumentaal orgel.”

Orgel wordt populairder

Tot slot: de gemeente Groningen heeft prachtige instrumenten die niet altijd bij het grote publiek bekend zijn. Hoe staat het met de brede belangstelling voor de orgelmuziek?
“Ik denk dat die echt in de lift zit, wat ons als organisatie enorm verheugt. Dat is mede te danken aan jonge organisten die erg actief zijn op sociale media, zoals Anna Lapwood uit Groot-Brittannië en hier in Nederland Francesca Ajossa. Daarmee bereiken ze een heel nieuw en groot publiek. Het klassieke cliché van de organist als ‘man in een strak pak’ verdwijnt daardoor. Wanneer je die jonge, dynamische vrouwen op de sociale media ziet spelen op een instrument dat klinkt als een heel orkest, maakt dat indruk en interesseer je een hele nieuwe groep mensen.”

De International Martini Organ Competition Groningen begint volgende week zondag 2 augustus. Meer informatie vind je op deze website.

Verslaggever Lars Faber maakte twee jaar geleden een reportage over de finale van de competitie: