De vijfde editie van de 112GroningenDag die zaterdag plaatsvond in Martiniplaza is een succes geworden. De organisatie laat weten dat de dag waarop hulpdiensten, defensie en aanverwante partijen zich presenteerden in totaal door ongeveer zesduizend mensen is bezocht.
“Wilde jij nu stiekem wegrijden?”, vraagt verslaggever Willem Poppes aan een kind dat net uit de bestuurderscabine van een grote vrachtwagen van Rijkswaterstaat komt geklommen. “Nee hoor, maar dat had me wel leuk geleken”, vertelt de jonge bezoeker met een grote glimlach. “Ik vind het wel heel cool. In zo’n truck zit je heel hoog en daardoor lijkt het alsof iedereen heel klein is.” De jongen draagt een baret met daarop het embleem van de Koninklijke Marine: “Die heb ik gekregen van mijn zusje”, verduidelijkt hij. “Zij heeft geklommen in de klimwand van Defensie, die hier even verderop staat. Ik hoop straks zelf ook nog even te kunnen klimmen, maar de rij die daar staat is heel lang.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Erg mooie dag
Rijkswaterstaat en Defensie, maar ook brandweer, politie en ambulancediensten presenteerden zich zaterdag op de 112-dag. In totaal waren er vijftig organisaties aanwezig die demonstraties gaven, waarbij voertuigen bekeken konden worden en waar er met hulpverleners in gesprek kon worden gegaan. Burgemeester Roelien Kamminga opende de dag. De 112GroningenDag werd voor de vijfde keer gehouden, een lustrumeditie. “We kunnen terugkijken op een hele mooie dag”, vertelt Robert van der Veen, één van de organisatoren van de dag. “In totaal hebben we ruim 6.000 bezoekers mogen verwelkomen. Dit zijn alle aanwezigen samen: dus inclusief standhouders.”
Eén van de partijen die met flink wat materieel en personeel aanwezig was, is Defensie. “We willen hier laten zien wat defensie allemaal kan”, vertelt een reservist. “Marine is hier vandaag aanwezig, maar ook landmacht, luchtmacht en marechaussee. Wij vinden het belangrijk om te kunnen laten zien dat je ook parttime aan de slag kunt bij Defensie. En die parttimers, die worden reservisten genoemd. En ook wij dragen ons steentje bij aan de veiligheid van Nederland.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Driehonderd uur per jaar
Dat defensie flink vertegenwoordigd is op de dag is niet zonder reden want de situatie in de wereld staat onder hoogspanning met een oorlog die woedt op het Europese continent en een crisis in het Midden-Oosten: “Wij richten ons vandaag toch wat op de ouders die hier met hun kinderen de dag bezoeken”, legt de reservist uit. “Mogelijk hebben zij tijd die ze aan defensie kunnen besteden. Bij ons ben je ongeveer driehonderd uur per jaar kwijt als je reservist wilt zijn bij de landmacht.”
Special Death Care
Even verderop in de hal staat een ambulance die ingezet wordt voor Special Death Care: “Ik kom daar op plekken waar een overledene onze hulp nodig heeft”, vertelt één van de medewerkers. “Waar moet je dan aan denken? Bijvoorbeeld als een lichaam door een bepaalde bacteriële aandoening niet meer in een kist past, maar ook verminking en we worden ingezet bij crisissituaties zoals de aardbeving in Turkije. Wij zorgen ervoor dat een nabestaande afscheid kan nemen van zijn of haar dierbare. We zeggen altijd: we willen nabestaanden iets minder ongelukkig maken. Ik haal veel voldoening uit mijn werk. Dat je iets kunt betekenen voor nabestaanden, dat geeft mij een heel goed gevoel. Tegelijkertijd is het wel werk dat niet voor iedereen is weggelegd. Je komt op plekken waar er veel verdriet is. Je komt met een traan en je vertrekt met een knuffel, zo moet je het ongeveer zien.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Multi-oefeningen
Van der Veen van de organisatie valt op dat iedereen positief heeft gereageerd: “Standhouders zijn allemaal heel erg positief. Ook Defensie liet dat duidelijk weten. Zij vertelden dat deze beurs één van de drukste beurzen is geweest waar zij ooit gestaan hebben. En ik denk dat we bezoekers iets moois hebben kunnen bieden. Niet alleen informatie, maar ook demonstraties. We hadden verschillende multidisciplinaire oefeningen. Verschillende hulpdiensten kwamen daarbij in actie om een situatie meester te maken. Daardoor hebben we op een hele mooie manier kunnen laten zien hoe de samenwerking tussen de verschillende diensten plaatsvindt.”
Standhouders maar ook de organisatie hopen dat ze bezoekers hebben kunnen interesseren om in de toekomst te gaan werken in de sector. Van der Veen: “Waar ik heel blij mee ben, is het succes van de scholierenkaart die we speciaal ontwikkeld hebben voor basisschoolleerlingen uit de bovenbouw. De afgelopen weken hebben we heel veel scholen bezocht. Met deze kaart ontstond er voor leerlingen de mogelijkheid om deze dag gratis te bezoeken. En we hebben gezien dat hier veel gebruik van is gemaakt. Het doel hierachter is dat je kinderen op jonge leeftijd al wilt enthousiasmeren. Dat ze geïnteresseerd raken in alle mogelijkheden en kansen die er in deze sector liggen.”
Over twee jaar weer?
Of er over twee jaar een editie volgt, is op dit moment nog onbekend. Van der Veen: “Wat we altijd doen, is evalueren. Dat zal later deze zomer plaatsvinden. Hoe hebben de partners het gevonden? Hoe kijken de standhouders en hoe kijken wij als organisatie terug? De wereld van nu kan over twee jaar een hele andere wereld zijn, waarbij er dan wellicht hele andere vraagstukken spelen. Voor ons is belangrijk dat een 112-dag past in wat er nodig is. De intentie om er een vervolg aan te geven is er absoluut, maar het moet passen.”
De reportage die OOG heeft gemaakt, wordt maandag aan dit artikel gekoppeld.