Het provinciebestuur stopt met het onderzoek naar de oprichting van een eigen provinciaal energiebedrijf. Dat melden RTV Noord en DvhN woensdagmiddag. Na drie jaar luidt de conclusie dat zo’n bedrijf weinig effect heeft op de energierekening van inwoners en te veel financiële risico’s met zich meebrengt.
Het onderzoek werd in 2023 gestart op verzoek van de SP-fractie in de Staten. Het idee was dat een provinciaal energiebedrijf zou kunnen helpen om de stijgende energiekosten voor inwoners te verlagen.
Volgens het provinciebestuur is dat in de praktijk niet haalbaar. De prijs van elektriciteit wordt vooral bepaald op de Europese energiemarkt en een groot deel van de energierekening bestaat uit belastingen en transportkosten. Daardoor zou een provinciaal bedrijf volgens de provincie nauwelijks invloed hebben op de uiteindelijke kosten voor huishoudens. Daarnaast stelt de provincie dat het opzetten en runnen van een energiebedrijf grote financiële risico’s met zich meebrengt.
In plaats daarvan richt de provincie zich op andere manieren om de energierekening te verlagen. Zo wordt ingezet op energiebesparing en woningisolatie, onder meer via landelijke subsidies. Ook wil de provincie meer steun geven aan lokale energiecoöperaties en onderzoekt ze de mogelijkheid van een investeringsfonds om zulke initiatieven te ondersteunen. Daarnaast wordt bekeken of de provincie zelf groene stroom van lokale projecten kan inkopen.
Plannen voor een regionaal warmtebedrijf, dat restwarmte van bedrijven in onder meer de Eemshaven en Delfzijl gebruikt bij woningen en gebouwen, blijven wel bestaan. Volgens de provincie is daar meer invloed op kosten mogelijk dan bij elektriciteit.
