Moet de politie bezoekers preventief kunnen fouilleren in de binnenstad? En helpt een gezamenlijk horecaverbod om overlastgevers te weren? Dat zijn enkele maatregelen uit het actieplan Veilig Uitgaan van de gemeente Groningen. Met het actieplan wil de gemeente de veiligheid in het nachtleven verbeteren. Uit onderzoek van het OOG Panel blijkt dat voor de meeste maatregelen brede steun is, al ontstaat er discussie over de manier waarop die veiligheid moet worden afgedwongen.
Groningen staat bekend om zijn nachtleven zonder vaste sluitingstijden. Voor veel bezoekers is dat juist wat de stad uniek maakt. Tegelijkertijd staat die vrije sfeer onder druk door onder meer drugsgebruik, wapenbezit en intimidatie. Vooral onder vrouwen leeft het gevoel dat het uitgaan de afgelopen jaren grimmiger is geworden. Zo geeft 85 procent van de vrouwelijke respondenten aan zich weleens onveilig te voelen tijdens het uitgaan, tegenover 62 procent van de mannen.
“Ik hoop dat het weer wat veiliger wordt”, schrijft een vrouwelijke respondent. “Ik ging vroeger vaak alleen naar clubs, maar dat doe ik nu amper nog door vieze opmerkingen of mannen die zich opdringen. Ik wil dat gewoon weer kunnen terwijl ik me veilig voel.”
Twee lijnen: de harde hand versus preventie
Uit de reacties van het OOG Panel komen grofweg twee lijnen naar voren in hoe de problemen in de nacht aangepakt moeten worden. Aan de ene kant is er een roep om een harde aanpak waarbij handhaving en politie centraal staan. “We moeten stoppen met zo tolerant te zijn voor mensen die overduidelijk grenzen overgaan,” schrijft een respondent. “Zij moeten voelen wat de consequenties zijn.” Veel panelleden vinden dat de focus vooral op de veroorzakers van overlast moet liggen: “Als iemand iets uithaalt, moet daar gewoon meteen beveiliging of politie bij. Doe liever iets aan de daders.”
Aan de andere kant is er een groep die waarschuwt dat de problemen niet met alleen repressie en controle worden opgelost. Zij vrezen dat te veel toezicht ten koste gaat van de sfeer in de stad. Deze groep pleit eerder voor het aanpakken van onderliggende oorzaken, zoals middelengebruik en persoonlijke problematiek. “Jong tot oud is doorgesnoven en sneller agressief dan vroeger. Dat pak je niet aan met een fouilleeractie,” schrijft een respondent. Ook wordt gewezen op het belang van begeleiding en hulp. “Er zit meestal wel een reden achter waarom mensen overlast veroorzaken of op straat hangen,” aldus een deelnemer. “Blijf als gemeente daarom ook investeren in psychische hulp.”
Collectief horecaverbod kan rekenen op veel voorstanders
Een van de meest gesteunde maatregelen uit het actieplan is het collectief horecaverbod. Maar liefst 87 procent van de ondervraagden is voorstander. Het idee is simpel: wie zich in de ene kroeg misdraagt, komt ook bij de buren niet meer binnen.
“Als je de sfeer verziekt, is zo’n verbod meer dan terecht,” vindt een panellid. Tegenstanders twijfelen vooral aan de uitvoerbaarheid en zijn bang dat het probleem zich verplaatst naar de straat. “Mensen die ongewenst gedrag vertonen, gaan dan meer op straat hangen,” aldus een van de respondenten.
Horecastewards en Safe Spaces: behoefte aan laagdrempeligheid
Naast harde maatregelen zet de gemeente in op ondersteuning. De inzet van meer horecastewards kan rekenen op steun van bijna 80 procent van de ondervraagden. De stewards zijn zichtbaar aanwezig in het uitgaansgebied en fungeren als aanspreekpunt voor bezoekers. Zij grijpen in bij ongewenst gedrag en bieden hulp bij onveilige of onprettige situaties. Volgens respondenten maakt juist dat hen tot een laagdrempelig aanspreekpunt, vooral voor vrouwen en jongeren.
Ook de komst van een Safe Space, een veilige plek waar je terechtkan wanneer je iets vervelends hebt meegemaakt tijdens het stappen, wordt positief ontvangen (72 procent voor). “Het kan heel overweldigend zijn om direct je verhaal bij politie of beveiliging te doen als je nog vol adrenaline zit en iets heftigs hebt meegemaakt”, legt een deelnemer uit.
Respondenten die twijfelen over het nut van deze maatregelen vinden dat taken zoals ingrijpen en hulp bieden bij incidenten vooral bij beveiliging en politie horen te liggen.
Verdeeldheid over preventief fouilleren
Het gevoeligste punt in het actieplan is het aanwijzen van het centrum als veiligheidsrisicogebied. Daarmee krijgt de politie de bevoegdheid om preventief te fouilleren op wapens. Hoewel een meerderheid (57 procent) voorstander is, is er ook een stevig blok tegenstanders (29 procent).
Tegenstanders vrezen een ‘grimmige sfeer’ en etnische profilering. “Preventief fouilleren hoort niet bij ontspannen uitgaan,” schrijft een respondent. Tegelijkertijd is er ook twijfel. Sommige uitgaanders zijn kritisch, maar zien het in de praktijk toch als nodig. “Ik ben eigenlijk tegen preventief fouilleren, maar nadat ik meerdere keren een pistool heb gezien rond het uitgaansgebied, erken ik dat het nodig kan zijn,” aldus een deelnemer.
Voorstanders zien het vooral als een noodzakelijk middel. “Heb je niks te verbergen, dan ben je in 30 seconden klaar. Heb je wel wat op zak, dan ga je het centrum maar uit.”
Verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij overheid
Een meerderheid van de uitgaanders vindt dat bezoekers zelf ook een rol hebben in het veilig houden van het nachtleven. Zo is 67 procent het eens met de stelling dat bezoekers meer moeite moeten doen om het uitgaan veilig te houden.
Respondenten noemen vooral het aanspreken van anderen op gedrag als belangrijk. “Iedereen wil leuk en veilig op stap gaan, laten we daar ook met elkaar voor zorgen,” schrijft een deelnemer. Tegelijkertijd plaatsen veel uitgaanders daar een kanttekening bij. “Je bent als individu vrij machteloos. Aanspreken is een optie, maar hiermee speel je met je eigen risico,” aldus een respondent.
Geen trek in vaste sluitingstijden
Over één ding is het uitgaanspubliek vrijwel eens: de Groningse vrijheid zonder vaste sluitingstijden moet blijven. Slechts 6 procent ziet heil in een vaste sluitingstijd, terwijl een ruime meerderheid van 84 procent tegen is.
Volgens veel respondenten zit de kracht van Groningen juist in het ontbreken van vaste sluitingstijden. “Het ontbreken van een vaste sluitingstijd is wat Groningen zo’n geweldige uitgaansstad maakt,” schrijft een deelnemer.
Daarnaast wordt gevreesd dat een sluitingstijd juist voor meer problemen zorgt. “Met een sluittijd krijg je opstoppingen bij uitgangen en garderobes, waardoor er juist meer ruzies ontstaan,” aldus een respondent. Ook denken sommigen dat bezoekers zich na sluitingstijd verplaatsen naar de straat, wat nieuwe overlast kan veroorzaken.
Ook meedoen aan onderzoeken van het OOG Panel?
Verantwoording
Dit artikel maakt deel uit van een groter onderzoek van het OOG Panel naar het uitgaansleven in Groningen, waaraan in totaal meer dan 1500 respondenten hebben deelgenomen.
Voor dit artikel is gekeken naar de antwoorden van uitgaanders tussen de 18 en 35 jaar. In totaal vulden 454 respondenten uit deze doelgroep de vragenlijst volledig in. Van hen zijn 248 tussen de 18 en 24 jaar en 206 tussen de 25 en 34 jaar. Van de respondenten is 55 procent man en 43 procent vrouw. De respondenten in deze groep geven aan dat ze variëren van minder dan één keer per maand tot meerdere keren per week uitgaan in het uitgaansgebied van Groningen.
De vragenlijst werd verspreid via de website en app van OOG, via de sociale mediakanalen van OOG en onder de leden van het OOG Panel.