Scholieren krijgen groen licht voor lancering eigen satelliet: “Ontzettend veel zin in”

nieuws
Milan, Xavi, Marijn, Lucas, Senn en Mohammad vormen samen het team AeroPlantea. Foto: ingezonden

De twee teams van het CSG Augustinus die meedoen aan de landelijke CanSat-wedstrijd, hebben groen licht gekregen. Komende week mogen beide teams hun zelfgebouwde satellieten officieel lanceren op een militair oefenterrein.

“In totaal zijn er er landelijk twaalf satellieten geselecteerd voor de lancering, en daar zijn wij er eentje van”, vertelt Mohammad namens het team AeroPlantea. Het succes voor de school is compleet, want ook de andere deelnemende groep van het Augustinus is door de strenge selectie gekomen. “We kregen een felicitatie via de mail. We zijn super blij voor onszelf, maar ook voor de andere groep. Hoewel we verschillende teams zijn, hebben we elkaar in het proces en bij het schrijven van de verslagen veel geholpen.”

200 uur bloed, zweet en hardware
Het project begon aan het begin van het schooljaar en heeft de zes vwo 5-leerlingen inmiddels zo’n 200 uur werk gekost. De uitdaging voor de CanSat-wedstrijd is fors: bouw een satelliet die niet groter is dan een frisdrankblikje, maar die wel bestand is tegen een kracht van 20-G.

Binnen AeroPlantea is er gewerkt volgens een taakverdeling: Mohammad verzorgt de contacten en het regelwerk, Milan en Xavi richten zich op de parachute, terwijl Marijn, Lucas en Senn zich focussen op de hardware. Samen hebben ze de secondary mission ‘Plant Health Monitoring’ ontwikkeld. “We willen de gezondheid van planten meten door met een infraroodcamera te kijken naar het chlorofyl-niveau en de vitale functies van gewassen,” legt Mohammad uit. “Zo kun je waterstress of beginnende ziektes zien nog voordat een boer het met het blote oog waarneemt.” Daarnaast is er ook een primary mission die voor elke groep hetzelfde is: de satelliet moet de luchtdruk, hoogte en temperatuur kunnen meten.

Tekst gaat verder onder de foto’s:

“Als het werkt: niet meer aanraken”
De laatste dagen voor de grote dag zijn spannend. De satelliet is inmiddels ‘af’, en het team volgt een advies op. “Onze docent was heel duidelijk: zorg dat de creatie werkt, maar als het werkt, ga het dan niet meer aanraken. Ga geen dingen meer veranderen. Stel dat het straks bij de lancering door een laatste aanpassing niet meer werkt, dan zou dat niet leuk zijn. Daar zouden we dan ontzettend van balen.”

Toch wordt er nog één cruciale toevoeging gedaan: een buzzer. “Na de lancering komt de satelliet weer terug naar de grond. We willen hem natuurlijk wel terugvinden om de data fysiek uit te kunnen lezen, naast de gegevens die tijdens de vlucht al naar het grondstation worden gestuurd.” Daarnaast worden er nog wat puntjes op de ‘i’ gezet met het perfectioneren van de parachute.

Lancering op ’t Harde
De locatie voor de ontknoping is een militair oefenterrein bij ’t Harde. “De lancering gaat sowieso door, of het nu regent of de zon schijnt”, vertelt Mohammad. “De enige uitzondering is als de organisatie er niet klaar voor is of de raket niet functioneert. Je bent op een militair terrein, daar is geen uitwijkmogelijkheid; je kunt niet zeggen: we doen het morgen wel.”

De testlocatie op de rand van de Veluwe is voor de missie van AeroPlantea ideaal. Met zowel heidevelden als landbouwgrond in de buurt, hopen de leerlingen data te verzamelen over de invloed van stikstof en de algemene gezondheid van de vegetatie. Als de Groningers de eerste plaats weten te bemachtigen, mogen ze Nederland vertegenwoordigen tijdens de mondiale competitie tegen teams uit onder andere Italië, Spanje en Azië.

 
 
 
 
 
Dit bericht op Instagram bekijken
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door AeroPlantea (@aeroplanteacansat)