Scholieren hopen op lancering van eigen satelliet: “Het verlegt je grenzen”

nieuws
Milan, Xavi, Marijn, Lucas, Senn en Mohammad vormen samen het team AeroPlantea. Foto: ingezonden

Een satelliet bouwen ter grootte van een frisdrankblikje die de vegetatie op aarde meet: het klinkt als een opdracht voor de NASA, maar voor zes vwo-scholieren van het CSG Augustinus is het deze periode dagelijkse kost. Onder de naam AeroPlantea strijdt het team voor een plek in de landelijke CanSat-finale. Een gesprek met teamlid Mohammad (18) over 200 uur bloed, zweet en ruimtevaarttechnologie.

Mohammad, hoe zijn jullie bij dit project terechtgekomen?
“Eigenlijk is dat wel een mooi verhaal. In het begin van het schooljaar zat ik bij een aantal klasgenoten en toen benoemde ik deze CanSat-wedstrijd. Ik had er ergens over gelezen en eigenlijk leek het me heel leuk. Twee dagen later hadden we natuurkunde. Toen vertelde onze docent ineens over dit project. Tijdens die les werd er informatie gegeven en werd er geïnventariseerd wie er mee wilden doen. Uiteindelijk heeft dat op onze school geleid tot twee groepen. Ik verzorg voor AeroPlantea alle contacten maar ook al het regelwerk. Milan en Xavi houden zich bezig met de parachute en Marijn, Lucas en Senn focussen zich op de hardware.”

En daarmee stip je eigenlijk ook de kern van het project CanSat aan, hè?
“Dat klopt. Bij CanSat is het de bedoeling dat je een satelliet maakt. De Can staat voor de grootte: deze mag niet groter zijn dan een blikje frisdrank. En de Sat voor de satelliet. Elke satelliet heeft een primary mission en een secondary mission. De primary mission is voor elke groep hetzelfde: de satelliet moet de luchtdruk, hoogte en temperatuur kunnen meten. De secondary mag je zelf bepalen. Wij hebben gekozen voor Plant Health Monitoring. We willen de gezondheid van planten meten door te kijken naar de hoeveelheid energie die geabsorbeerd wordt voor de fotosynthese. Met een infraroodcamera kijken we naar het chlorofyl-niveau en de vitale functies van de gewassen. Zo kun je bijvoorbeeld zien of er sprake is van waterstress of beginnende ziektes. Die data zetten we om naar beelden, zodat je precies kunt zien waar de vegetatie gezond is en waar een landbouwer of boer moet ingrijpen.”

Bij deze opdracht komt het erop neer dat je eigenlijk op nul begint?
“Ja. Je moet alles zelf ontwerpen. Wat je doet is dat je toewerkt naar een lanceerdag. In het hele land doen groepjes leerlingen aan deze wedstrijd mee. De twaalf groepjes die het beste presteren, hun satelliet wordt straks in maart gelanceerd. Hoe gaat zoiets dan? Tijdens het maakproces lever je voortdurend tussenrapportages aan bij CanSat. Wat heb je gedaan? Hoe pakken tests uit? Wat zijn de resultaten? Onze opdracht is om een satelliet te maken die perfect werkt en die voldoet aan de richtlijnen. We hebben bijvoorbeeld in de opdracht meegekregen dat de satelliet met maximaal dertien meter per seconde mag dalen. Daar moet het aan voldoen. Maar ook dat de CanSat een kracht van 20-G aan kunnen. Verder moet de parachute zo sterk zijn dat deze minimaal een massa van 20kg moet kunnen dragen.”

Tekst gaat verder onder de foto’s:

Hoe maak je dan zoiets?
“De ‘Can’ hebben we gemaakt met een 3D-printer. Het project begint met het bedenken wat je met een satelliet wilt. Daar pas je het ontwerp op aan. Wat moet er in kunnen? Op welke plaats komt wat? Uiteindelijk resulteert dat in een ontwerp en in een maakproces. Daarbij komt biologie en natuurkunde om de hoek kijken. Om het heel simpel uit te leggen: je staat constant voor de uitdaging of er ook materialen zijn die wellicht beter of lichter zijn voor het totaalplaatje.”

Maken, maar ook testen denk ik?
“Jazeker. Je doet heel veel rekenwerk. We gebruiken bijvoorbeeld de formule v = √(2 x g x h) om de theoretische valsnelheid te berekenen op basis van de hoogte en de zwaartekracht. Dus van tevoren probeer je op basis van de formules en de gegevens al veel te ondervangen waardoor het zo goed mogelijk gaat. Maar je ontkomt er niet aan om ook te testen. We hebben bijvoorbeeld de uitkijktoren in natuurgebied De Onlanden beklommen. Vanaf die toren hebben we de satelliet naar beneden laten gaan. Met welke snelheid komt de CanSat naar beneden? Voldoet het aan de eisen? Ook hebben we een test op school uitgevoerd. Ons schoolgebouw bestaat uit vier verdiepingen. Vanaf de hoogste verdieping hebben we de satelliet naar beneden laten gaan. De resultaten waren niet honderd procent. We hebben al een paar dingen veranderd. Maar eigenlijk willen we nog een ultieme test doen door vanaf een hoge toren van zo’n veertig of vijftig meter de satelliet naar beneden te laten gaan. Maar dit is best wel een uitdaging. We willen niet dat er ongelukken gebeuren.”

Nu zit jij in vwo-5. Vwo-5 is een behoorlijk druk schooljaar. Heb je tijd voor zo’n groot project?
“Dat is een hele goede vraag. Het klopt dat dit absoluut een grote opdracht is. Onze docent heeft ons hier bij het begin ook heel duidelijk voor gewaarschuwd: dit project is niet belangrijker dan de toetsen en examens die jullie moeten maken. Die woorden, dat advies, dat hebben we heel serieus genomen. In het begin hebben we daarom een planning gemaakt. Want naast school heeft ook elk groepslid verplichtingen als sport en een bijbaantje. Dus we hebben opgeschreven wie wanneer welke taak af moet hebben. Uiteindelijk is dat geen honderd procent-plan. Je herkent het misschien wel: je begint vol overgave ergens aan, maar naarmate de tijd vordert, zakt het enthousiasme. Waarom doe ik dit eigenlijk? Maar uiteindelijk hebben we als groep het voor elkaar gekregen en is het goed gekomen. Ik ben in ieder geval erg tevreden.”

Deze week is het voorjaarsvakantie. Ondanks die vakantie zijn jullie druk bezig. Hoeveel tijd hebben jullie hier al ingestoken?
“Dat is een goede vraag. Ik denk dat als je alles bij elkaar op gaat tellen, van alle zes de teamleden gezamenlijk, dat je dan op zo’n tweehonderd uur uitkomt. En dat we in de vakantie bezig zijn, tja, dat hoort erbij. We zijn met deze opdracht aan de slag gegaan en willen hier nu ook het beste van maken. En ik denk trouwens dat wij met tweehonderd uur op zich best nog wel effectief gewerkt hebben. Ik weet van andere deelnemende teams dat zij naar het dubbele of zelfs richting de vijfhonderd uur gaan. Het is denk ik ook afhankelijk van hoe goed het proces verloopt en met hoeveel tegenslagen je te maken krijgt.”

Wat is hier zo leuk aan?
“Het leuke aan deze opdracht is dat je zelf iets creëert. Er is niemand die tegen ons gezegd heeft: dit moeten jullie maken en doe het op deze manier. Wat we gemaakt hebben, dat hebben we zelf bedacht. En natuurlijk is dat spannend: want pakt het uit zoals je het bedacht hebt? Het verlegt daarom je grenzen en je kunt laten zien wat je in je hebt. Ik had daarom deze opdracht niet graag willen missen. Het is nu de hoop dat wij gekozen worden, dat zouden we erg leuk vinden.”

Daarover straks meer. Want wat opvalt is dat je dit gesprek met passie voert. Wil je hier na je vwo-diploma ook mee doorgaan?
“Daar zit ik wel aan te denken. Eerst dacht ik altijd dat ik misschien iets met luchtvaarttechnologie wilde gaan doen. Maar ja, ik zit nu in vwo-5 en heb nog zeker een jaar om mij voor een vervolgopleiding aan te melden. Deze opdracht maakt voor mij in ieder geval wel duidelijk dat ik graag de technische kant op wil. Wellicht wordt het niet de luchtvaart, maar dan wel iets technologisch.”

‘Dat we gekozen gaan worden’, zei je. Daarmee doel je op de lancering straks in maart. Want niet iedereen maakt daar kans op, hè?
“Door het hele land hebben teams meegedaan. Uiteindelijk mogen er twaalf teams afreizen naar een militair oefenterrein bij ’t Harde onder Zwolle. Wie dat worden, dat beslist CanSat en dat krijgen we binnenkort te horen. Ik vertelde al over de rapportages die we voortdurend hebben moeten insturen. Op basis daarvan beslissen zij welke satelliet naar boven gaat. Je hebt het over bepaalde eisen. Ten westen van dit militair terrein ligt de snelweg richting Amersfoort. Je wilt niet dat zo’n satelliet op de snelweg terechtkomt. Daar wordt dus naar gekeken.”

Stel dat we van het positieve uitgaan en dat jullie één van de twaalf worden. Dan zit er eventueel ook nog een vervolg in toch?
“Ja. Als wij op de eerste plaats eindigen, dan worden we geplaatst voor een mondiale wedstrijd waar teams van over de hele wereld aan meedoen. Dan moet je denken aan leeftijdsgenoten uit Italië, Duitsland, Spanje maar ook uit de Aziatische landen. Dat zou natuurlijk helemaal geweldig zijn. Maar voor het zover is: wij hebben de afgelopen dagen de laatste rapportages ingediend. Nu is het afwachten of onze satelliet omhoog wordt geschoten: dit krijgen we op 2 maart te horen. Dat is erg spannend dus.”