Familie Matthäus-Passion in de Akerk: “Met open mond van verbazing luisteren”

nieuws
Foto: Catharina Spannenberg

Voor het tweede jaar op rij wordt in de Akerk de kinder Matthäus-Passion opgevoerd. Dit keer werkt het Luthers Bach Ensemble samen met Edwin Rutten en het Roder Jongenskoor. Jaap de Kok is dirigent van het Roder Jongenskoor. Hij vertelt dat het een drukke, maar bijzondere periode is.

Jaap, een drukke periode is het?
“Dat kun je wel zeggen. De Matthäus-Passion is in Nederland nog altijd ontzettend populair. Eigenlijk best wel bijzonder voor een stuk dat 250 jaar geleden gecomponeerd werd door Johann Sebastian Bach. Wij werken deze periode mee aan veertien uitvoeringen. Van de Matthäus-Passion zijn er verschillende uitvoeringen. Bijvoorbeeld de kinder Matthäus-Passion die op een hele toegankelijke manier gebracht wordt voor kinderen. Deze versie duurt bijvoorbeeld maar zeventig minuten en is daardoor heel toegankelijk.”

En jullie werken aan deze versie mee…
“Dat klopt. Als je naar 250 jaar geleden terug gaat: Bach werkte in die tijd met mannen en jongens. Vrouwen hadden toen nog niet die rol die ze nu hebben. Bij de normale uitvoeringen zingen we de stukken mee waarbij er in de partituur ‘soprano ripieno’ staat. Het gaat daarbij voornamelijk om het openings- en het slotkoraal van het eerste deel voor de pauze. Dat zijn de stukken waar we voornamelijk voor oefenen. Bij de familie Matthäus zingen we ook andere stukken mee. Dat maakt het heel erg leuk. In de regel beginnen we in januari met de voorbereidingen en zijn we in maart en april bezig met de uitvoeringen. Deze familie Matthäus-Passion wordt zowel in Groningen als in Nunspeet en Leiden opgevoerd. Bij beide optredens zijn er zes van onze koorleden aanwezig. Omdat we daarnaast ook nog de grote Matthäus-Passion hebben, hebben we een schema gemaakt waardoor elk koorlid even vaak aan bod komt. Het is voor ons echt puzzelen.”

Hoe bijzonder is deze samenwerking?
“Ik denk dat het verschillende kanten op werkt. Als je tegen mij Edwin Rutten zegt, dan weet ik wie dat is. We hebben het dan over ‘Ome Willem’. Dat zal voor veel lezers van dit interview ook gelden. Maar het Roder Jongenskoor bestaat uit kinderen, waarbij de oudste leden nu 14 jaar oud zijn. Die kennen Ome Willem niet. Pas als je hen filmpjes laat zien, dan wordt hen duidelijk dat ze met een heel bekend iemand mogen samenwerken. Maar het werkt ook een andere kant op. De familie Matthäus-Passion wordt vooral bezocht door gezinnen, door kinderen. Leeftijdsgenoten dus van onze koorleden. Het publiek ziet wat leeftijdsgenoten doen en kunnen. En gaan daardoor wellicht zelf ook muziek maken of ze verdiepen zich hier in. Maar ook de hele setting: dat ze meekrijgen wat de waarde van dit stuk is, met de glansrol van Edwin Rutten daarin hoe hij de kinderen meeneemt. Dat is heel waardevol.”

Tekst gaat verder onder de foto’s:

Het Roder Jongenskoor. Opgericht in 1985. Hoe gaat het met het koor?
“Het gaat heel goed. We hebben nu een heel fijn docententeam bestaande uit vijf leraren die les geven. Ons concertkoor bestaat nu uit achttien jongens. Daarnaast zijn er zes in opleiding. Daarmee bedoel ik dat er achttien kunnen optreden en dat we de anderen aan het opleiden zijn. En wat heel bijzonder is, is dat in het afgelopen jaar tien jongens zich hebben aangemeld. Dat zijn de meeste aanmeldingen in de drie jaar dat ik nu dirigent ben. Dus het gaat echt heel goed. Zeker als je bedenkt dat we na de coronaperiode een dip hadden waarbij we op dat moment nog elf koorleden hadden.”

Als koor oefenen jullie in de stad en in Haren. Komen de meeste leden ook uit de stad?
“Wat we zien is dat er een regionale belangstelling is. Het gros komt inderdaad uit Groningen, maar we hebben ook leden uit Donderen, Haren en Vries. En sinds kort ook een jongen uit Leeuwarden die zich bij ons heeft aangesloten. Zijn ouders vertelden dat het hem zo ontzettend leuk leek. Nou, van harte welkom. We zijn wel benieuwd hoe het praktisch uit gaat pakken, want elke week twee keer naar Groningen reizen is voor een kind een hele afstand.”

Als we het over muziek hebben, dan gaat het ook over muziekonderwijs op scholen. Juist dit muziekonderwijs is niet meer wat het geweest is…
“Voor de familie Matthäus-Passion gaan we net als vorig jaar een bezoek brengen aan een aantal basisscholen. Met leden van het koor gaan we dan naar een schoolklas. Dat is ontzettend leuk. We zien op dit vlak ook veel belangstelling: veel scholen willen ons ontvangen. Dus dat is ook een mooi effect wat dit project teweegbrengt. Voor de rest ben ik het met je vraag eens: muziekeducatie staat op een heel laag pitje. Ik kijk wat dat betreft wel eens jaloers naar Engeland. Ik heb in november meegelopen bij een koorschool. Op een gegeven moment zong één koor in een kerk. De dirigent verontschuldigde zich dat de klas niet op top niveau zong. Ik was alleen maar verbaasd dat je een klas zo goed kunt laten zingen. Een gewone doorsnee basisschoolklas die zo goed een carol aan het zingen was, dat is in Nederland zeldzaam. Het zit daar veel meer in de cultuur ingebed. Waarbij ik wel moet zeggen dat het onderwijssysteem daar wezenlijk anders is dan hier.”

Toch is het een oproep. Waarom is muziek op school zo belangrijk?
“Omdat een stuk als de Matthäus-Passion veel meer is dan alleen een muziekstuk. Het vertelt iets over de geschiedenis, over een bepaalde periode. Het is onderdeel van onze muziekgeschiedenis, van wie we zijn en waren als maatschappij. Hoe kijken we en keken mensen vroeger naar de wereld, het leven, naar pijn, verdriet, vriendschap, verraad, de dood, geloof? Het komt allemaal terug in de Matthäus. En deze familie Matthäus-Passion is een heel toegankelijke versie. Vorig jaar waren er bijvoorbeeld jonge bezoekers die met open mond van verbazing zaten te kijken en te luisteren.”

Hoeveel tijd hebben jullie gestoken in de voorbereiding?
“Dat is niet in uren uit te drukken. We repeteren twee keer in de week, op dinsdag en donderdag. Normaliter beginnen we in januari, maar omdat we dit jaar een koor hebben dat het stuk al kende, konden de koorleden deze maand beginnen. De kinderen die in opleiding zijn, begonnen wel in januari. Naast de repetities gezamenlijk wordt er ook gevraagd om thuis ongeveer een kwartier per dag te oefenen.”

Voor jullie is het hard werken omdat de tijd in het koor eindig is…
“Klopt. Als je 13 of 14 jaar oud bent, dan is het vaak wel klaar. Ik kan me bijvoorbeeld een gesprek herinneren dat op een dag één van de jongens schoorvoetend bij me kwam. Hij vroeg met zachte stem of ik het appje van zijn moeder had gelezen. Ik zei: nee, ik heb de telefoon niet bij me. Toen vertelde hij met een rood hoofd dat zijn stem het niet meer deed. Ik zei joh, gefeliciteerd! Dan ben je nu echt een man. In de meeste gevallen als dit gebeurt kijken we er goed naar. Vaak kun je een stem, als deze qua klankkleur wat zwaarder wordt, nog wel gebruiken. Maar het moet niet te zwaar worden. En waarom ik dit op deze manier vertel: voor veel van onze leden betekent het koor heel veel. Ze komen op hun zesde binnen en weten dat als ze de baard in de keel krijgen, dat het eigenlijk wel gebeurd is. Maar wanneer dat gebeurt? We hebben nu bijvoorbeeld twee 14-jarigen die zingen. Dat gaat nog prima. Maar we hebben al eens een 12-jarige gehad die de baard in de keel kreeg. Ja, dan is het voorbij.”

Voorbij klinkt wel heel cru…
“Nou, dat valt mee. Maar je gaat dan wel een koor verlaten waar je lang onderdeel van bent geweest. En overigens hoeft het dan niet te stoppen. We hebben ook een mannengroep die los repeteert, maar wel samen met de jongens concerten zingt: de bassen, tenoren en countertenoren. We proberen een overstap vaak zo te structureren dat ze nooit alleen de stap hoeven maken, maar met z’n tweeën. Maar het komt ook voor dat ze dan stoppen. Na al die jaren gezongen te hebben, en ze in de puberteit komen, dan gebeurt het ook dat ze actief worden met een bandje op school of op een andere manier muzikaal verder gaan. Overigens een leuk weetje: twee van de solisten van het Luthers Bach ensemble die meezingen in de Familie Matthäus-Passion zijn als jongetje opgeleid bij het Roder Jongenskoor.”

Momenteel zijn jullie heel druk met de Matthäus-Passion. Hoe zit dat in de rest van het jaar?
“Eigenlijk het hele jaar rond hebben we optredens en activiteiten staan. In de Martinikerk hebben we bijvoorbeeld de vesperdiensten, straks in april en september. In mei en september hebben we de ‘evensong’. Komende herfst komt er wellicht een koor uit Zwitserland naar Groningen, waar we samen mee gaan zingen en tijdens Kerstmis zijn we tijdens de Kerstnacht weer te vinden in de Akerk. Wellicht ook nog leuk om te vertellen is dat we tweejaarlijks in Engeland zijn te vinden. Afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld opgetreden in St Paul’s Cathedral in London en in Canterbury in het graafschap Kent. Dus ja, we hebben een behoorlijk schema.”

Voor de voorstelling in de Akerk zijn nog kaartjes beschikbaar. Naast Groningen wordt de familie Matthäus-Passion ook in Nunspeet en Leiden opgevoerd.

Verslaggever Sidney Schoonhoven maakte vorig jaar een reportage over het onderwerp: