De kinderrechter in Groningen heeft Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen woensdag teruggefloten, nadat organisatie een 13-jarige jongen in een vakantiehuisje plaatste. Die plek voldoet volgens de rechter niet aan de wettelijke eisen voor jeugdhulp
De jongen heeft een zware voorgeschiedenis en ernstige gedragsproblemen. Eerdere hulp, ook onder dwang, leidde niet tot verbetering. Hij werd verdacht van ernstige strafbare feiten en zat drie maanden in voorlopige hechtenis. Na zijn vrijlating ging hij terug naar huis, waar hij met een enkelband verbleef bij zijn moeder. Die situatie bleek niet houdbaar.
Daarom vroeg Jeugdbescherming Noord om een nieuwe uithuisplaatsing en de organisatie voerde die uit, door de jongen in een vakantiehuisje op een vakantiepark te plaatsen. Volgens de kinderrechter is niet duidelijk welke jeugdhulpaanbieder daarvoor verantwoordelijk is. In documenten worden meerdere bedrijven genoemd, maar niet blijkt dat zij erkende jeugdhulp bieden. Ook is niet aangetoond dat er voldoende gekwalificeerd personeel aanwezig is. Daarmee is de opvang volgens de rechter niet veilig en niet geschikt voor een kind met deze problemen.
De rechter oordeelt dat deze manier van plaatsen in strijd is met de Jeugdwet, waarvoor overigens de gemeente verantwoordelijk is voor de uitvoering. De gemeente Groningen besteedt dit uit aan verschillende organisaties, waaronder Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen. De rechter benadrukte richting de organisaties dat ook bij een moeilijk plaatsbare jongere de regels moeten worden gevolgd.
Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen krijgen tot 1 april de tijd om een andere geschikte plek te regelen. Daarna moet opnieuw worden gekeken of de uithuisplaatsing kan doorgaan.
Het is niet voor het eerst dat Jeugdbescherming Noord in opspraak raakt door fouten. Vorig jaar juli werd de jeugdzorginstelling onder verscherpt toezicht geplaatst door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Daarna zetten Groningse en Drentse lokale partijen een meldpunt op, waar ruim vijftig meldingen van misstanden binnekwamen. Uit verklaringen melders kwam naar voren dat ouders en kinderen zich niet gehoord en niet gezien voelen. Daarnaast zou er sprake zijn van gebrekkige en respectloze communicatie, onvoldoende participatie. De opstellers concludeerden daarnaast dat wethouders de problemen en ervaringen van ouders stelselmatig bagatelliseerden.