Arriva mag stoptreinen tussen Stad en Zwolle voorlopig niet overnemen van NS

nieuws
Foto: Rick van der Velde

De stoptreindiensten tussen Zwolle en Groningen en tussen Zwolle en Leeuwarden blijven voorlopig van NS. Arriva wilde de stoptreinen op de noordelijke lijnen overnemen via de zogenaamde ‘open toegang’ van het hoofdrailnet, Maar gesprekken tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en vervoerder Arriva hebben niet geleid tot een oplossing.

Bij de gunning van de hoofdrailnetconcessie voor de periode 2025 tot en met 2033 werd in 2023 besloten om deze stoptreindiensten bij NS te houden. De toenmalige staatssecretaris vond dat open toegang onvoldoende zekerheid bood voor reizigers. Er was twijfel of de treinen de hele concessieperiode zouden blijven rijden zonder dat het aanbod zou worden verminderd.

Maar het College van Beroep voor het bedrijfsleven droeg de staatssecretaris eerder op om opnieuw met Arriva te onderhandelen. Tijdens de nieuwe gesprekken stond vooral de beschikbaarheid van treinen centraal. Het materieel dat Arriva wil gebruiken is bedoeld voor de Maaslijn, die naar verwachting in 2027 wordt geëlektrificeerd. Voor de periode tussen 2027 en de levering van nieuw te bestellen treinen ziet Arriva een probleem. Volgens het bedrijf duurt het ongeveer drie jaar voordat nieuw materieel geleverd kan worden. Nieuwe treinen zouden daarom pas rond 2029 beschikbaar zijn.

Als mogelijke oplossing stelde Arriva voor dat het ministerie zou regelen dat NS tijdelijk treinen beschikbaar stelt. Volgens de staatssecretaris past dat niet bij het principe van open toegang. Daarbij rijdt een vervoerder op eigen initiatief en voor eigen rekening en risico. De overheid kan daarbij geen materieel, geld of personeel leveren. Ook kan NS niet worden gedwongen om treinen beschikbaar te stellen aan een andere vervoerder.

Na de gesprekken en het nieuwe voorstel van Arriva concludeert de staatssecretaris dat Arriva geen zekerheid kan bieden dat het bedrijf deze stoptreindiensten gedurende de looptijd van de concessie kan uitvoeren. Daarom blijft het eerdere besluit uit 2023 staan en blijven de stoptreinen onderdeel van de concessie van NS. Het ministerie ziet wel mogelijkheden voor open toegang in de toekomst. Daarom blijven gesprekken met Arriva, andere vervoerders en de regio doorgaan. Bij de tussentijdse evaluatie van de concessie wordt ook gekeken of de stoptreindiensten eventueel uit het hoofdrailnet gehaald kunnen worden, bijvoorbeeld door ze te decentraliseren.

Er loopt nog een Europese procedure over de hoofdrailnetconcessie. De Europese Commissie kondigde in juli 2025 aan dat zij een inbreukprocedure tegen Nederland start bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.De regering bestudeert de argumenten en moet uiterlijk 23 maart reageren bij het Europese Hof. Een procedure bij het Europese Hof duurt gemiddeld ongeveer anderhalf jaar. Tegelijk loopt er nog een andere juridische procedure. In de zaak over de gunning van de concessie heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen gesteld over de uitleg van Europees recht. Deze zogenoemde prejudiciële vragen zijn doorverwezen naar het Europese Hof.