Iets wat lijkt op de middelbare, naar de kinderboerderij of de hele week Nederlandse les: de drie verschillende inburgeringsroutes uitgelegd

Onder de nieuwe inburgeringswet kunnen statushouders op drie verschillende manieren inburgeren: via de B1-route, de Z-route of de Onderwijsroute. Welke route de inburgeraar volgt is afhankelijk van zijn of haar leeftijd, opleidingsniveau en vaardigheden. Maar wat zijn eigenlijk de verschillen tussen de routes? En waar komen de cursisten na de route terecht?

In dit artikel duiken we dieper in de verschillende inburgeringsroutes. We spreken met drie docenten die elk in een andere route lesgeven. Jeroen Jonker werkt als docent bij de Z-route, Richard Moes geeft les bij de Onderwijsroute en Dineke van der Wier werkt in de B1-route.

Voordat de docenten antwoord geven op een aantal vragen, vind je hieronder een kort overzicht van de drie leerroutes waarmee nieuwkomers kunnen inburgeren onder de nieuwe wet Inburgering 2021.

  • De Onderwijsroute is voor jonge inburgeraars, waarbij leerlingen vakken krijgen als rekenen, Nederlands, Engels en Kennis Nederlandse Maatschappij. Ze worden voorbereid voor een vervolgopleiding.
  • De B1-route is de meest voorkomende route in de gemeente Groningen. Cursisten worden ondergedompeld in de Nederlandse taal, met als doel B1-niveau**, om uiteindelijk de Nederlandse arbeidsmarkt op te kunnen.

*Iemand met taalniveau A2 kan eenvoudige gesprekken voeren over vertrouwde onderwerpen, zoals wonen, werk, familie en dagelijkse bezigheden. De taal die wordt gebruikt is simpel en bestaat vooral uit korte zinnen. Begrijpen gaat meestal wanneer de ander rustig praat en duidelijke woorden gebruikt.

** Bij taalniveau B1 kan iemand de hoofdlijnen van gesprekken, eenvoudige nieuwsberichten en alledaagse artikelen begrijpen. Hij of zij kan ook ervaringen beschrijven, een mening geven en uitleg geven. De zinnen zijn langer en gevarieerder dan op A2-niveau. Iemand met B1-niveau kan zich meestal goed redden op het werk, op school en in sociale situaties.

Voor wie is de route?

Z-route: “De Z-route is voor inburgeraars die weinig schoolse vaardigheden hebben”, vertelt Jonker. “Een groot deel van de cursisten heeft geen onderwijs gehad of maar een aantal jaar basisschool. Daarnaast heeft een deel van onze cursisten meer moeite met leren. In Nederland kan ook niet iedereen de universiteit doen.”

Onderwijsroute: “De Onderwijsroute is in principe voor jongeren van 18 tot 28 jaar, maar er zijn uitzonderingen”, vertelt Moes. In sommige gevallen kunnen ‘oudere’ statushouders deze route ook volgen, wanneer zij in land van herkomst bezig waren met een studie aan de universiteit.

B1-route: “De B1-route is voor volwassen statushouders die midden- of hoogopgeleid zijn”, vertelt Van der Wier. Van deze mensen wordt verwacht dat zij Nederlands kunnen leren op B1-niveau.


Wat is het doel van de route?

Z-route: “De Z-route is de zelfstandigheidsroute. Deelnemers worden begeleid om zichzelf zo goed mogelijk te kunnen redden in de maatschappij. Dus de focus ligt minder puur op taal en meer op het wegwijs maken van de nieuwkomer in de Nederlandse samenleving”, vertelt Jonker. “Zo proberen we de statushouder aan werk of een participatiebaan te helpen.” Het doel van de Z-route is om taalniveau A2 te halen. Een anderstalige met dat niveau kent zo’n 8.000 Nederlandse woorden.

Onderwijsroute: “Met de Onderwijsroute proberen we de deelnemer voor te bereiden op een vervolgstudie. Het gros van de studenten gaat naar een beroepsopleiding op mbo 2, 3 of 4, maar er zijn uitzonderingen”, vertelt Moes. Leerlingen die een hoger niveau van Nederlands halen kunnen soms naar het hbo of de universiteit.

B1-route: “Met de B1-route worden de nieuwkomers klaargestoomd voor het werkende leven in Nederland. Het is de bedoeling dat zij aan het eind van de inburgering voldoende Nederlands kunnen spreken om in een Nederlands(e) organisatie of bedrijf te werken. Ook leren zij tijdens de route hoe zij een baan kunnen vinden in Nederland.


Waar lopen statushouders tegenaan?

Z-route: “Wij krijgen in de Z-route niet de advocaten of de dokteren, wij krijgen bij wijze van spreken de metselaars en de schoonmakers. Maar ook die mensen hadden een baan in hun eigen land en een bepaalde trots en status. In de Nederlandse samenleving kunnen ze in eerste instantie weinig en dat doet ook iets met hun gevoel van eigenwaarde”, legt Jonker uit. In hun thuisland waren de praktische vaardigheden vaak voldoende om prima te kunnen functioneren, in Nederland is dat lastiger. Onze samenleving werkt met veel regels en afspraken en papiertjes en diploma’s. Daarnaast is de taal een obstakel. “Ik merk dat de cursisten het daardoor erg lastig vinden om hun plekje te vinden in onze maatschappij.”

Onderwijsroute: “Ik zie dat veel cursisten moeten wennen aan ons schoolsysteem, het is bijvoorbeeld heel anders dan het systeem in landen in het Midden-Oosten. We moeten ze leren om op een Nederlandse manier te leren”, vertelt Moes. “Daarnaast moeten onze cursisten wennen aan de relatie tussen leerling en docent. Veel van de cursisten zijn een meer hiërarchische verhouding gewend. De docent wordt in land van herkomst vaak gezien als iemand met veel autoriteit, wat gepaard gaat met een afstandelijke relatie tussen docent en leerling. Het Nederlands systeem is meer gebaseerd op gelijkheid en natuurlijk respect.

B1-route: “De cursisten hebben vaak een hoop meegemaakt voordat ze hier kwamen, velen komen uit oorlogsgebied. Een cursiste liet me net nog beelden zien van gevechten in Syrië en ik merkte dat ze best wel was aangedaan. Toen vertelde ik haar ook: Als je naar huis wil, dan mag dat.” Sommige statushouders kunnen zich slecht concentreren doordat ze last hebben van trauma’s of zich zorgen maken over de situatie in hun thuisland.


Wat zijn dingen die jullie zijn opgevallen?

Z-route: “Zeker toen ik net begon had ik bepaalde verwachtingen van de cursisten. Ik ging ervan uit dat ze bepaalde basisvaardigheden hadden, maar dat bleek vaak niet zo te zijn. Ik wilde bijvoorbeeld een keer een woordweb maken met de klas en toen kwam ik erachter dat veel leerlingen helemaal niet wisten wat dat was”, vertelt Jonker. “Ik had ook een keer een keer een cursiste die met haar muis letterlijk over haar scherm ging, omdat ze dacht dat ze zo de computer kon besturen. Ik had er nooit over nagedacht dat niet alle cursisten weten hoe een computer werkt.”

Onderwijsroute: “Als docenten beginnen wij eigenlijk met lege handen als het gaat om deze groep leerlingen. Wanneer je in het Nederlands schoolsysteem werkt, krijg je met elke nieuwe leerling een dossier over hem of haar. Die warme overdracht ontbreekt bij ons. We weten niks over de cursisten en dus is het heel belangrijk om zelf te observeren wat iemands niveau en leertempo is”, vertelt Moes.

B1-route: “De cursisten willen graag leren, dus dat is voor mij echt een feest”, vertelt Van der Wier. “Ik heb tien jaar les gegeven op het mbo en daar liep ik wel echt aan tegen een gebrek aan motivatie onder de leerlingen. Ik was voornamelijk bezig om ze aan het werk te krijgen en ze de lesstof leuk te laten vinden. Dat is bij anderstaligen anders. Voor deze mensen is het wel echt een doel om de taal te leren. Ze moeten immers hun inburgering afronden om hier een leven op te mogen bouwen.”


Hoe ziet de route eruit?

Z-route: “De Z-route bestaat uit 800 uur Nederlandse les en 800 uur praktijkuren (vrijwilligerswerk of een stage). De Nederlands lessen zijn gericht op spreekvaardigheid en de behoeften van de cursist”, vertelt Jonker. Een cursist die van peren houdt maar niet van appels, leert bijvoorbeeld het woord ‘peren’ en niet het woord ‘appels’. “Om zich te kunnen redden in de maatschappij, leren de cursisten ook praktische dingen, zoals: hoe maak je een afspraak bij de huisarts; hoe doe je boodschappen; of hoe ga je om met een computer? Om de nieuwkomers hierin wegwijs te maken, gaan we regelmatig op pad. Zo zijn we bijvoorbeeld een keer naar de kinderboerderij geweest en naar Forum Groningen.” Ook leren de cursisten hoe ze een baan kunnen vinden in de module Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP).

Onderwijsroute: “De cursisten van de Onderwijsroute gaan vijf dagen per week naar school. Ze krijgen vakken als rekenen, Nederlands, Engels en Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM). Daarnaast worden zij begeleid in het kiezen van een vervolgopleiding en krijgen zij vakken die nodig zijn voor die vervolgopleiding”, vertelt Moes.

B1-route: “De cursisten zijn dagelijks bezig met het leren van de Nederlandse taal. De eerste twintig weken volgen ze vijf dagen per week Nederlandse les. Daarna krijgen ze nog twee dagen per week Nederlands en lopen ze daarnaast een taalstage op een Nederlandse werkplek. Verder krijgen de cursisten ook de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) waarin ze leren over de Nederlandse arbeidsmarkt en hoe ze een baan kunnen vinden.


Hoe wordt de route afgesloten?

Z-route: Deelnemers aan de Z-route hoeven geen toetsen af te leggen. Zij moeten de taal- en praktijkuren volbrengen en hebben een afsluitend gesprek met hun inburgeringscoach waarin zij moeten laten zien dat zij voldoende hebben geleerd. Dit doen ze ook door een portfolio op te bouwen.

Onderwijsroute: “De Onderwijsroute wordt afgesloten met twee examens in Zwolle: het examen KNM en het staatsexamen. Voor Engels en rekenen maken ze een instellingsexamen, waarmee ze toegang hebben tot het mbo”, vertelt Moes.

B1-route: “De B1-route wordt afgesloten met twee toetsen in Zwolle: het examen KNM en het staatsexamen. Als ze het halen, dan kunnen ze aan het werk”, licht Van der Wier toe. “Er is wel een een wachtrij voor de examens, dus sommige mensen – die klaar zijn met hun lessen hier – moeten hun Nederlands vervolgens thuis onderhouden tot de toets.”


Serie

De serie ‘Nieuwe Groningers: van statushouder tot Stadjer’ bestaat uit zeven afleveringen. We volgen verschillende statushouders in hun integratie in de gemeente Groningen. In aflevering 4 vertelt Yagmur waar ze tegenaan loopt als Turkse nieuwkomer in Nederland. Daarnaast zien we hoe Ali vertrekt van het azc waar hij samen met zijn vader woonde. Humanitas heeft een woning voor hem gevonden, wat betekent dat hij voor het eerst op zichzelf gaat wonen. Tot slot neemt Lubna ons mee naar Nederlandse les die ze volgt. De Syrische wil graag zo snel mogelijk de taal leren, maar haar verleden maakt dit erg lastig.

Dit artikel en deze documentaireserie zijn mede tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.