Je carrière, ouders en kinderen achterlaten voor een betere toekomst. Elk jaar vangt Nederland zo’n 35.000 vluchtelingen op. De 48-jarige Lubna uit Syrië is één van hen. Ze bouwde in het Midden-Oosten een succesvolle carrière op als kunstschilder en hoopt die in Nederland voort te zetten. Ondertussen woont ze hier al 4,5 jaar en is ze nog steeds bezig met inburgeren. Maar wat houdt het eigenlijk in om ‘in te burgeren?’ En hoe lang duurt dat normaal?
Lubna behoort tot de groep van 855 inburgeringsplichtige asielstatushouders in de gemeente Groningen. Deze mensen moeten, ongeacht hun opleidingsniveau of werkervaring, weer verplicht de schoolbanken in. Ze volgen Nederlandse les en leren over de Nederlandse samenleving en de normen en waarden.
Het doel van het inburgeringsproces is om nieuwkomers zo snel mogelijk mee te laten draaien in de Nederlandse maatschappij; ze moeten voor zichzelf kunnen zorgen en zo min mogelijk afhankelijk zijn van maatschappelijke hulp of (staats)steun, zoals een uitkering. Statushouders hebben drie jaar om de inburgering af te ronden.
Voor wie?
Niet alle buitenlanders die voor een langere periode naar Nederland komen hoeven in te burgeren. Of dit verplicht is, hangt onder andere af van iemands nationaliteit. Zo mogen inwoners van andere landen van de Europese Unie in Nederland wonen en werken zonder visum of werkvergunning. Dit komt door het vrije verkeer van personen. Dit geldt ook voor burgers van Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland.
Mensen die van een ander continent naar Nederland komen en langdurig willen blijven, moeten vaak wel inburgeren. Het gaat dan om mensen die een verblijfsvergunning hebben gekregen, zoals Lubna. Op die regel zijn wel uitzonderingen. Zo hoeven personen onder de achttien jaar en personen ouder dan de pensioengerechtigde leeftijd niet in te burgeren. Dit geldt ook voor mensen die tijdelijk naar Nederland komen voor studie en werk, zoals expats en internationale studenten.

Lubna vluchtte naar Nederland vanwege de oorlog in Syrië. Het was niet alleen onveilig voor haar daar, maar ook onmogelijk om haar werk als kunstenaar nog voort te zetten. Ze kreeg van de IND een tijdelijke verblijfsvergunning en is dus verplicht om in te burgeren. Haar 8-jarige zoontje Ram, die twee jaar later naar Nederland kwam, hoeft dit niet omdat hij minderjarig is. Hij heeft na aankomst in Nederland kort in een speciale taalklas gezeten, waarna hij direct naar een reguliere basisschool mocht.
Twee verschillende groepen
Inburgeraars kunnen grofweg verdeeld worden in twee groepen: (1) asielstatushouders en (2) gezinsmigranten. Lubna is een asielstatushouder: zij is een voormalig asielzoeker die een vergunning heeft gekregen om in Nederland te mogen blijven. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist over de aanvragen van asielzoekers. Als de persoon een legitieme reden heeft om niet terug te keren naar het land van herkomst, krijgt hij of zij een tijdelijke verblijfsvergunning voor vijf jaar.
Een derde van de inburgeraars is gezinsmigrant; ook wel ‘liefdesmigrant’ genoemd door de gemeente Groningen. Dit zijn mensen die via gezinshereniging of gezinsvorming naar Nederland komen. Bij gezinshereniging gaat het om het bij elkaar brengen van een gezin dat door oorlog of vervolging van elkaar gescheiden is. Ram is een asielstatushouder die via gezinshereniging naar Nederland is gekomen: hij ging samen met zijn oudere broers zijn moeder in Nederland achterna. Bij gezinsvorming komt iemand naar Nederland om bij hun partner te kunnen wonen; een man verhuist bijvoorbeeld naar Nederland om bij zijn Nederlandse geliefde te wonen.
Oude en nieuwe wet
Nieuwkomers die voor 1 januari 2022 al inburgeringsplichtig waren, vallen nog onder de oude Wet inburgering 2013. Statushouders onder deze wet kregen een lening van 10.000 euro waarmee ze hun inburgering zelf moesten regelen en betalen. Voor asielmigranten werd deze lening kwijtgescholden na het behalen van de inburgering, voor gezinsmigranten kwam de inburgering sowieso voor eigen rekening.
Sinds januari 2022 is de nieuwe Wet Inburgering 2021 van kracht. Onder deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van nieuwkomers. Zij bepalen samen met de inburgeraar het inburgeringstraject en begeleiden de inburgeraar gedurende dit proces. Het inburgeringsproces voor asielstatushouders en gezinsmigranten is niet precies hetzelfde. Omdat de hoofdpersonen van de serie allen asielstatushouders zijn, gaat dit artikel verder in op hun proces.
De Cito-toets van inburgering
Onder de nieuwe wet zijn drie verschillende manieren om in te burgeren: de Z-route, B1-route en Onderwijsroute. Welke route je gaat doen is afhankelijk van je leeftijd, opleidingsniveau en vaardigheden. Om het juiste niveau te bepalen legt de nieuwkomer een leerbaarheidstoets af.

Deze toets bestaat volledig uit plaatjes. Links staat een afbeelding van een appel en deelnemers moeten dan aan de rechterkant klikken op hetzelfde stuk fruit (zie afbeelding). Zo kunnen mensen uit alle landen de toets afleggen, ook mensen die niet kunnen lezen of schrijven. Met de toets worden niet alleen de cognitieve vaardigheden van deelnemers getest, maar ook de computervaardigheden. Een voorbeeld van een leerbaarheidstoets vind je hier.
Naast de leerbaarheidstoets heeft de statushouder verschillende gesprekken met een contactpersoon van de gemeente: de inburgeringscoach. Tijdens de brede intake probeert de coach een beter beeld te krijgen van de nieuwkomer: wat voor werk en of opleiding heeft hij gedaan voor aankomst in Nederland en wat zou hij hier willen doen? Aan de hand van de toets en de gesprekken wordt een inburgeringsplan gemaakt: het Plan Inburgering Participatie (PIP). In dit plan staat welke route de inburgeraar gaat volgen en welke examens hij of zij moet afleggen.
Drie routes
Alle nieuwkomers moeten tijdens hun inburgeringsproces, ongeacht de route, een participatieverklaringstraject afleggen. Tijdens dit traject leren de cursisten over de rechten, plichten en fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving, zoals vrijheid, gelijkheid, solidariteit en democratie. De deelnemers moeten een verklaring ondertekenen waarin zij verklaren deze waarden te begrijpen en respecteren. Naast dit gezamenlijke traject, doorlopen de inburgeraars verschillende inburgeringsprocessen, afhankelijk van de route.
De Z-route is voor inburgeraars die weinig tot geen onderwijs hebben gevolgd in hun thuisland of vanwege een andere reden minder snel of makkelijk kunnen leren. Een deel van deze mensen is analfabeet: ze hebben nooit leren lezen of schrijven, ook niet in hun moedertaal. De Z-route bestaat uit 800 uur Nederlandse les en 800 uur praktijkuren (vrijwilligerswerk of een stage). De inburgeraars leren Nederland op A1 of A2-niveau, afhankelijk van wat haalbaar is. Om zich te kunnen redden in de maatschappij, leren de cursisten ook praktische dingen over de Nederlandse samenleving, zoals: hoe maak je een afspraak bij de huisarts of hoe doe je boodschappen.
De Onderwijsroute is in principe voor jongeren tot 28 jaar oud. Dit traject lijkt op de middelbare school, waarbij leerlingen vakken krijgen als rekenen, Nederlands, Engels en Kennis Nederlandse Maatschappij. Het doel van deze route is om statushouders klaar te stomen voor een vervolgopleiding op het mbo, hbo of de universiteit. In sommige gevallen kunnen ‘oudere’ statushouders deze route ook volgen, wanneer zij in land van herkomst bezig waren met een studie aan de universiteit
Lubna volgt de B1-route. Deze route is voor volwassen inburgeraars die goed scoren op de leerbaarheidstoets. De cursisten zijn dagelijks bezig met het leren van de Nederlandse taal: Lubna ging in het begin vijf dagen per week naar school voor Nederlandse les, waarna het aantal dagen langzaam werd afgeschaald naar drie. Naast het leren van de taal, volgen de cursisten (net als de inburgeraars die de Z-route volgen) ook de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Tijdens deze module leren ze meer over de Nederlandse arbeidsmarkt en hoe ze een baan kunnen vinden. Daarnaast lopen de cursisten een taalstage op een Nederlandse werkplek. In de gemeente Groningen volgt zo’n zestig procent van de inburgeraars deze route.
Statushouders hebben drie jaar de tijd om hun inburgering af te ronden vanaf het moment dat zij hun PIP tekenen. De Onderwijsroute en B1-route worden afgesloten met het afleggen van twee examens: het examen KNM en het grote staatsexamen. Als de nieuwkomers deze halen zijn ze officieel ingeburgerd en mogen ze in Nederland gaan werken of studeren. Deelnemers aan de Z-route hoeven geen toetsen af te leggen. Zij moeten de taal- en praktijkuren volbrengen en hebben een afsluitend gesprek met hun inburgeringscoach waarin zij moeten laten zien dat zij voldoende hebben geleerd.
Serie
De serie ‘Nieuwe Groningers: van statushouder tot Stadjer’ bestaat uit zeven afleveringen. We volgen Lubna en drie anderen in hun integratie in de gemeente Groningen. In aflevering 1 vertelt Lubna over haar emotionele vertrek uit Syrië. Je ziet hoe ze in Nederland haar carrière en leven weer probeert op te pakken. Ook krijg je een inkijkje in een Nederlandse les voor anderstaligen en leer je Yagmur uit Turkije kennen. Zij is al 2,5 jaar in Nederland, maar is nog niet begonnen met inburgeren. Ze wil wel, maar het kan nog niet. Van