Vrijwilligerswerk als eerste stap in de inburgering: ‘Hier voel ik niet meer dat ik een vluchteling ben’

De 24-jarige Yagmur uit Turkije moest meer dan 2,5 jaar wachten tot ze kon beginnen met inburgeren. Tot die tijd zat er niets anders op dan wachten: “Het voelt alsof ik die tijd verloren ben”, vertelt de huidige inwoner van Groningen. Dat kan zo niet langer, aldus de gemeente Groningen. Afgelopen december maakte wethouder Manouska Molema van GroenLinks bekend dat nieuwkomers die al deelnemen aan de maatschappij in Groningen, bijvoorbeeld door (vrijwilligers)werk of studie, op een COA-locatie in onze gemeente mogen blijven wonen. Maar hoe werkte dat eigenlijk tot nu?

Wanneer vluchtelingen Nederland binnenkomen worden ze naar het aanmeldcentrum in Ter Apel gestuurd. Hier wordt hun aankomst geregistreerd en worden ze ondervraagd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Vervolgens worden de asielzoekers naar een ander asielzoekerscentrum gestuurd, waar ze kunnen verblijven in afwachting van de beslissing van de IND over hun verblijfsvergunning. Zo kwam de Turkse Yagmur in 2022 terecht in een asielzoekerscentrum in Budel in Noord-Brabant. Daar woonde ze anderhalve maand.

Het COA in Groningen vangt op dit moment zo’n 850 mensen op. Dat gebeurt op vijf verschillende locaties in onze gemeente. Een deel van de bewoners is asielzoeker. Deze mensen wachten nog op een besluit van IND. Wanneer iemand kan aantonen dat er gevaar is voor oorlog, doodstraf, executie, marteling of andere onmenselijke behandelingen in het thuisland, krijgt de persoon een tijdelijke verblijfsvergunning voor vijf jaar. Dan wordt de persoon een statushouder: hij of zij is ‘houder’ van een ‘status’.

De COA-locaties in de gemeente Groningen

“Morgen moet je verhuizen”
Statushouders blijven bij het COA wonen totdat er een woning voor hen is gevonden in hun zogenoemde koppelgemeente. Dit is de gemeente die verantwoordelijk is voor de huisvesting en inburgering van de statushouder. Het COA bepaalt welke statushouder naar welke gemeente gaat. Het kan zo’n tweeënhalf tot drie jaar duren voordat de statushouders naar een eigen woning kunnen verhuizen.

Yagmur, die op dit moment haar eigen studio in de stad heeft, woonde hiervoor in zo’n vijf verschillende azc’s: Ter Apel, Budel, Groningen, Wageningen en Heeg (Friesland). Dat was niet haar eigen keuze. Bewoners van een azc kunnen van de één op de andere dag bericht krijgen dat ze verplicht naar een andere azc moeten verhuizen. Dit komt door een gebrek aan opvang en doordat sommige locaties sluiten. “Ik kreeg op een dag gewoon een briefje waarop stond dat ik de volgende dag moest verhuizen”, vertelt Yagmur.

Door de verschillende verhuizingen en de kortdurende verblijven is het moeilijk voor mensen om een leven op te bouwen: als ze een sociaal netwerk hebben opgebouwd of (vrijwilligers)werk hebben kunnen vinden, moeten ze dat met de verhuizing weer achterlaten. De gemeente Groningen wil hier verandering in brengen. Daarom heeft de gemeente Groningen samen met het COA besloten dat statushouders die al deelnemen aan de maatschappij in Groningen, bijvoorbeeld door (vrijwilligers)werk of studie, op een COA-locatie in onze gemeente mogen blijven wonen. Daarnaast wil de gemeente minder tijdelijke opvanglocaties en toewerken naar drie structurele azc’s van het COA: aan de Canadalaan, de Eemsgolaan en de Sint Petersburgweg.

Actieve begeleiding
Op de locaties van het COA wonen dus mensen die wachten. Een deel wacht op een besluit over hun asielvergunning, voor deze mensen is er een kans dat ze niet mogen blijven en dat ze terug moeten naar land van herkomst. Het andere deel, wat al wel een verblijfsvergunning heeft, wacht op een woning in de koppelgemeente. Om deze periode van wachten zo zinvol mogelijk te laten verlopen voor de bewoners, organiseert het COA verschillende activiteiten en programma’s. “Het is niet zo dat wij bewoners alleen maar onderdak geven, we begeleiden ze ook actief”, vertelt Wietske van der Til, projectleider regio Noord bij het COA.

De meedoenbalie met Warmerdam en Van der Til (foto: still uit documentaire)

“Onze kinderen gaan gewoon naar de basisschool en onze jongeren tot 17 jaar gaan naar de reguliere school”, vertelt Van der Til. Daarnaast hebben alle COA-locaties sinds 2021 een coördinator meedoen, Rita Warmerdam is één van hen. “Mijn rol is eigenlijk om de volwassen bewoners actief te maken in de stad door bijvoorbeeld (vrijwilligers)werk.” De Groningse kijkt welke vaardigheden en scholing de bewoner heeft en wat hij of zij hier in Groningen zou willen doen. Daarna gaat ze op zoek naar een match met een lokale vrijwilligersplek of werkplek. “Ik stap eigenlijk overal op af om een plek te vinden.”

Voorinburgering

Naast de meedoenbalie, die voor alle bewoners is, is er ook een speciaal programma voor statushouders. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het COA de taak en plicht gegeven om statushouders het programma Voorinburgering aan te bieden. “Dit programma is bedoeld om bewoners, die weten dat ze mogen blijven, voor te bereiden op de verplichte inburgering”, legt Warmerdam uit.

Het programma bestaat uit verschillende onderdelen.

Naast deze lessen en modules wordt de statushouder één-op-één begeleid door een casemanager van het COA. Zij gaan in gesprek over de toekomstplannen van de bewoner en welke stappen er gezet kunnen worden.

Werken mag het eerste halfjaar niet
Voor bewoners is er dus genoeg te doen op en rond het azc. Het probleem, volgens Warmerdam, is dat statushouders door het wachten in een soort ruststand komen. “Wanneer mensen hier komen, willen ze heel veel. Maar door al het wachten, wachten op het antwoord van de IND, merk ik dat mensen een beetje wegzakken.” Veel bewoners willen graag direct beginnen met werken, maar dat mag niet.

Volgens de wet mogen asielzoekers dus na zes maanden betaald werken, maar in de praktijk blijkt dat werkgevers terughoudend zijn met het aannemen van nieuwkomers. Dit heeft met verschillende dingen te maken. Ten eerste weten werkgevers dat er een kans bestaat dat de nieuwkomer het land uit moet of plots moet verhuizen naar een ander azc. Ze willen niet het risico lopen dat ze geld en tijd investeren in het inwerken en dat vervolgens ‘voor niets is’. Daarnaast mochten asielzoekers lange tijd maar 24 weken per jaar werken en dus niet het hele jaar door. “Ook is er onder werkgevers veel onduidelijkheid over wat asielzoekers mogen en hoe zij in dienst kunnen treden”, voegt Warmerdam toe.

Het COA is samen met de gemeente actief bezig om deze obstakels uit de weg te ruimen. In 2023 heeft al een grote verandering plaatsgevonden: de 24-weken-eis is toen afgeschaft. Asielzoekers mogen nu, vanaf zes maanden na hun asielaanvraag, het hele jaar door werken. Verder ziet Warmerdam het als haar taak om werkgevers te informeren. “Ik leg ze bijvoorbeeld uit hoe ze een tewerkstellingsvergunning kunnen aanvragen.” Daarnaast mogen bewoners vanaf dit jaar dus op een COA-locatie in de gemeente Groningen blijven wonen, wanneer zij al deelnemen aan de maatschappij. Ze kunnen niet meer verplicht worden om elders heen te verhuizen. Dit zorgt voor zekerheid, zowel voor werkgever als werknemer en bewoner.

Deze laatstgenoemde afspraak staat in het plan ‘Meedoen vanaf dag één’ wat dit jaar is ingegaan. Dit plan bevat maatregelen om de integratie van nieuwkomers te bevorderen, bijvoorbeeld via taallessen en door het stimuleren van (vrijwilligers)werk en/of andere vormen van dagbesteding. Daarnaast staan er in dit plan initiatieven om de verbinding tussen de bewoners van opvanglocaties en de omwonenden te verbeteren.

‘Ze bloeien ervan op

Van der Til en Warmerdam benadrukken hoe belangrijk het eerste halfjaar na aankomst is voor de bewoners. Als het lukt om ze juist in die periode actief te houden, zakken ze niet weg. Waar mensen nog niet betaald mogen werken, probeert Warmerdam de bewoners aan vrijwilligerswerk te helpen. “Mensen geven heel snel aan: ‘Ik zit zo in mijn hoofd, het komt gewoon niet goed met mij.’ En dan is het eruit gaan, je ergens welkom voelen, je gewaardeerd voelen, plezier kunnen maken op een vrijwilligersplek… Ik merk gewoon dat mensen daar ontzettend van opbloeien.”

Het COA organiseert ook intern vrijwilligerswerk (foto: still uit documentaire)

Dat is ook voor Yagmur erg herkenbaar. De Turkse vond tijdens haar verblijf bij het COA vrijwilligerswerk bij Vereniging Humanitas. Daar werkt ze bij het Humanitas Café waar ze andere nieuwkomers helpt met problemen waar zij tegenaan lopen: van het aangeven van een gestolen fiets tot het betalen van de rekeningen. “Als ik bij Humanitas ben, dan voel ik niet meer dat ik een vluchteling ben.”

Het vrijwilligerswerk is niet alleen goed voor de mentale gezondheid en motivatie van de bewoners, maar het betekent ook de eerste stapjes in inburgering. “Ik merk dat wanneer bewoners vrijwilligerswerk doen, hun taal binnen twee/drie maanden ontzettend vooruitgaat”, vertelt Warmerdam. “Daarnaast denk ik dat het een streepje voor geeft bij werkgevers, wanneer zij zien dat een bewoner al wel vrijwilligerswerk heeft gedaan. Dat laat zien dat hij of zij al meer gewend is om aan de Nederlandse samenleving deel te nemen.”

Verhuizing naar de koppelgemeente

Hoe lang een statushouder uiteindelijk op een locatie van het COA woont is afhankelijk van de koppelgemeente en hoe snel daar een woning is gevonden. Zodra er een woning is, kan de nieuwkomer naar de koppelgemeente verhuizen. Het verplichte inburgeringsproces begint dan nog niet direct. De statushouder moet wachten totdat een inburgeringscoach van de gemeente beschikbaar is die hem of haar kan begeleiden in het proces. Maar deze wachtrij is aanzienlijk korter dan de wachtrijen die de nieuwkomer al achter de rug heeft.

Serie

De serie ‘Nieuwe Groningers: van statushouder tot Stadjer’ bestaat uit zeven afleveringen. We volgen Yagmur en drie anderen in hun integratie in de gemeente Groningen. In aflevering 2 vertelt Yagmur over haar aankomst in Ter Apel en het gemis van haar familie. Lubna vertelt over het afscheid met één van haar zoontjes en de gezinshereniging. Ook krijg je een inkijkje op de azc-locatie aan de Gideonweg. Mohammed hoort of hij een betaalde baan krijgt.

Dit artikel en deze documentaireserie zijn mede tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.