Schuiling krijgt maar gedeeltelijk zijn zin

nieuws

Oud burgemeester Koen Schuiling krijgt van het gerechtshof Arnhem/Leeuwarden maar gedeeltelijk gelijk. Schuiling wilde dat commissaris Martin Sitalsing, voormalig Hoofdofficier Diederik Greive en de chauffeur van de melkwagen, die een melding deed bij de politie, gehoord worden. De chauffeur beschuldigde Schuiling van masturberen in zijn auto, Greive en Sitalsing zouden vooringenomen zijn. Het verzoek om als getuige degene te horen die melding maakte van het aan Schuiling ten laste gelegde feit, en het verzoek om de opnames van de meldingen te verstrekken, wijst het hof toe.

Schuiling heeft altijd ontkend, toch werd hij, in september 2024 door minister Judith Uitermark gedwongen ontslag te nemen als burgemeester. In maart 2025 kreeg hij van de rechtbank in Zwolle een boete van 250 euro voor schennis van de eerbaarheid, hij ging in beroep tegen het vonnis. Hij vindt dat hij geen eerlijke kans heeft gekregen in het proces. Er was maar  één getuige, de rechter oordeelde dat de verklaring van Schuiling zelf prima aansloot op de verklaring van de chauffeur en zag die als ondersteunend bewijs.

Het NRC deed onderzoek naar de kwestie, het oordeel was dat op basis van het aangeleverde bewijsmateriaal Schuiling nooit veroordeeld had mogen worden, en dat vooroordelen over vermeend seksueel gedrag van de homoseksuele burgemeester een belangrijke rol speelden in de aanloop naar de veroordeling. In januari was er een regiezitting over het beroep van Schuiling, die was wegens een ziekenhuisopname enkele weken daarvoor niet aanwezig.

„Tunnelvisie, het negeren van het medisch dossier, schending van de onschuldpresumptie en de angst om klassenjustitie verweten te worden”, concludeerde de advocaat van Schuiling, Peter Koops, over het handelen van politie en justitie. „Het gevolg is omgekeerde klassenjustitie. Schuiling is veroordeeld niet ondanks dat hij burgemeester was, maar omdát hij burgemeester was.”

De onderzoeksrechter bij het hof  gaat nu eerst de melder als getuige horen. Verder vraagt het hof het Openbaar Ministerie om de gevraagde meldingen aan het dossier toe te voegen. Als dit alles is afgerond, zal een nieuwe datum worden bepaald voor de inhoudelijke behandeling van de strafzaak.