De fracties van PvdA, GroenLinks en CDA vragen het college om opheldering over woningbezit onder corporatiehuurders. Dinsdag bleek uit cijfers van het Centraal Planbureau (CPB) dat landelijk zo’n 12.000 huurders van een corporatiewoning ook eigenaar zijn van één of meerdere koopwoningen.
“Mijn fractie vindt dit opmerkelijk en scheef”, stelt PvdA-raadslid Rico Tjepkema. “Wanneer iemand zelf in een sociale huurwoning woont, is het niet uit te leggen dat diegene daarnaast woningen aankoopt om te verhuren en daar winst op te maken. In tijden van woningnood is dat niet te rijmen met de doelen van woningcorporaties. Het is bovendien niet eerlijk tegenover mensen die dringend een sociale huurwoning nodig hebben, terwijl de huren blijven stijgen.” De PvdA wil dat het college onderzoekt op welke schaal dit in Groningen voorkomt en of er actie ondernomen kan worden.
Tijdelijke situaties
Het CDA deelt de zorgen, maar wijst ook op mogelijke oorzaken. Raadslid Izaäk van Jaarsveld: “Soms hebben mensen een sociale huurwoning vanwege een tijdelijke noodsituatie, zoals een scheiding of hebben ze een koopwoning vanwege een erfenis. Onze fractie vindt echter dat sociale huurwoningen beschikbaar moeten blijven voor inwoners met een inkomen binnen de officiële grenzen, en niet voor mensen die een koopwoning bezitten of verhuren.” Het CDA vraagt zich af of corporaties wel genoeg grip hebben op deze situaties en of zij, mede door recente rechterlijke uitspraken, zelf harder kunnen ingrijpen.
De vragen worden woensdagmiddag behandeld tijdens het politieke vragenuur in de raad.