Hoge Raad: ‘Gedupeerden hebben recht op vergoeding van NAM voor immateriële schade’

nieuws
Foto: Sebastiaan Scheffer

De door gaswinning in Groningen veroorzaakte aardbevingen leveren onrechtmatige hinder en overlast op voor bewoners van een huis dat ten minste eenmaal fysieke schade heeft opgelopen. Dat bepaalde de Hoge Raad vrijdagochtend, in een bekrachtiging van een eerdere beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Ook blijft het oordeel in stand dat NAM verplicht om vermogensschade wegens gederfd woongenot te vergoeden en daarnaast minimaal 2.500 aan immateriële schade te vergoeden, als de woning ten minste tweemaal fysieke schade heeft opgelopen.

De NAM verliest met deze uitspraak van de Hoge Raad de cassatiezaak, die de aardoliemaatschappij in december vorig jaar aanspande tegen de beslissing van het gerechtshof. Het hof oordeelde toen dat de ruim 5300 inwoners van Groningen,  waarvan 65 het proces gezamenlijk aangingen tegen de NAM, recht op vergoeding van schade wegens gemist woongenot als er zeker één keer fysieke schade is opgetreden. Indien minimaal twee keer fysieke schade aan de woning is vastgesteld, bestaat daarnaast recht op vergoeding van smartengeld, minimaal  2.500 euro per bewoner.

De Hoge Raad oordeelt nu dat bewoners van een huis waaraan fysieke schade is ontstaan door aardbevingen, het niveau is bereikt waarop de door NAM veroorzaakte hinder en overlast onrechtmatig is, ongeacht de uiteenlopende omvang van fysieke schade aan woningen. Met het oordeel van de Hoge Raad is de uitspraak van het hof definitief.