Hoe is het leven op het COA? | Nieuwe Groningers #2


Over de aflevering

Sommige statushouders moeten jaren wachten voordat zij kunnen beginnen met inburgeren. De 24-jarige Yagmur uit Turkije wachtte meer dan 2,5 jaar. “Het voelt alsof ik die tijd verloren ben”, vertelt ze. De gemeente Groningen wil dat veranderen. Maar hoe werkt het systeem nu eigenlijk? Waarom duurt het zo lang en wat gebeurt er in de tussentijd?

Wanneer vluchtelingen in Nederland aankomen, melden zij zich in Ter Apel. Daar start de asielprocedure en beoordeelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) of iemand recht heeft op bescherming. Tijdens deze procedure verblijven asielzoekers in opvanglocaties van het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers). Zodra iemand een verblijfsvergunning krijgt, wordt hij of zij een statushouder. Toch betekent dit niet dat diegene meteen kan beginnen met een nieuw leven.

Statushouders blijven vaak in een asielzoekerscentrum (azc) wonen totdat er een woning beschikbaar is in een gemeente. Dit kan oplopen tot tweeënhalf tot drie jaar. In die periode moeten bewoners soms meerdere keren verhuizen tussen verschillende azc-locaties. Dat gebeurt vaak onverwacht, bijvoorbeeld door sluiting van locaties of een tekort aan opvangplekken. Dit maakt het lastig om een sociaal netwerk op te bouwen of werk te vinden. De gemeente Groningen wil deze situatie verbeteren. Nieuwkomers die al actief zijn in de stad – bijvoorbeeld via werk, studie of vrijwilligerswerk – mogen voortaan op een COA-locatie in Groningen blijven wonen. Dit zorgt voor meer stabiliteit en continuïteit.

Hoewel het wachten centraal staat, gebeurt er wel degelijk veel op en rond azc-locaties. Het COA biedt begeleiding en organiseert activiteiten om bewoners actief te houden. Zo is er een ‘meedoenbalie’, waar statushouders worden geholpen bij het vinden van vrijwilligerswerk of dagbesteding. Dit helpt hen om structuur te houden en alvast kennis te maken met de Nederlandse samenleving. Voor kinderen geldt dat zij gewoon naar school gaan, net als andere kinderen in Nederland.

Statushouders kunnen al in het azc beginnen met een voorbereiding op hun inburgering. Dit programma heet voorinburgering en bestaat uit: Nederlandse les (NT2); Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM); Introductie op normen en waarden (PVT); en Voorbereiding op werk (MAP). Daarnaast krijgen statushouders begeleiding van een casemanager, die helpt bij het maken van plannen voor de toekomst.

Veel bewoners willen zo snel mogelijk aan het werk, maar dat is niet meteen toegestaan. In de eerste zes maanden na de asielaanvraag mogen asielzoekers niet betaald werken. Daarna mag het wel, maar alleen met een tewerkstellingsvergunning. In de praktijk blijkt dat werkgevers vaak terughoudend zijn. Onzekerheid over verblijfsstatus, mogelijke verhuizingen en ingewikkelde regels spelen daarbij een rol. Wel is sinds 2023 een belangrijke beperking afgeschaft: asielzoekers mogen nu het hele jaar door werken, in plaats van maximaal 24 weken.

De gemeente Groningen en het COA zetten in op het programma Meedoen vanaf dag één. Dit plan moet ervoor zorgen dat statushouders sneller participeren in de samenleving, bijvoorbeeld via taallessen, vrijwilligerswerk en contact met buurtbewoners. Vrijwilligerswerk speelt hierin een belangrijke rol. Het helpt statushouders niet alleen om de taal sneller te leren, maar ook om zich nuttig en verbonden te voelen. Voor veel mensen is dit een eerste stap richting werk en integratie.

De volgende stap voor statushouders is een eigen woning in een gemeente. Pas daarna start het officiële inburgeringstraject. Ook daar kan nog een wachttijd zijn, bijvoorbeeld voor het koppelen aan een inburgeringscoach. Voor veel statushouders betekent dit dat zij meerdere jaren moeten wachten voordat hun integratie echt kan beginnen. Juist daarom zetten gemeenten zoals Groningen in op eerder meedoen en minder stilstand.

Deze serie en dit artikel zijn mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.