Een student van de Rijksuniversiteit Groningen heeft woensdag gelijk gekregen van de Raad van State in een zaak over fraude met bronnen in zijn masterscriptie. Een AI-tool haalde de bronnenlijst van een RUG-student door elkaar, waardoor meerdere niet-bestaande bronnen in zijn masterscriptie terechtkwamen. De examencommissie van de RUG bestempelde dat als fraude, maar de Raad van State oordeelt dat de universiteit daarover had moeten twijfelen.
Bij de ingeleverde scriptie van de student aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde ontdekte de examencommissie meerdere verwijzingen naar niet-bestaande bronnen. Toen de student zijn werk nog eens nakeek, zag de student ook zelf dat er iets misgegaan was. Volgens de student slopen er fouten in de bronnenlijst, doordat hij een AI-tool gebruikte om dit onderdeel van zijn scriptie te categoriseren en netjes te maken. De AI haalde daarbij volgens de student de bronnenlijst door elkaar.
De fout zat volgens de student alleen in de bronnenlijst; de verwijzingen in de hoofdtekst verwezen wel naar bestaande bronnen. Desondanks concludeerde de examencommissie dat de student fraude had gepleegd, verklaarde al het werk voor het vak ongeldig en sloot hem een jaar uit van deelname aan het vak. Daardoor kwam de student ook niet langer in aanmerking voor het judicium (summa) cum laude. Daarom ging de student tegen de beslissing in beroep bij het College van Beroep (CBE) van de RUG. Die gaf de beoordelaar gelijk en vond dat de fraude buiten redelijke twijfel vaststond, want ook in de hoofdtekst zouden vermeldingen naar niet-bestaande bronnen verwijzen.
‘Fout maken’ betekent niet meteen ‘frauderen’
De Raad van State komt woensdag tot een andere conclusie: van de elf verwijzingen die de examencommissie als onjuist aanmerkte, komen er acht overeen met bestaande bronnen in een eerdere versie van de bronnenlijst. De Raad van State kon ook de andere drie verwijzingen herleiden naar bestaande wetenschappelijke artikelen. Eén van de artikelen had de scriptiebegeleider bovendien eerder per e-mail naar de student gestuurd.
De problemen ontstonden volgens de rechter door de manier waarop AI de bronnenlijst van de student had verwerkt. De student had daarna een eerdere versie van zijn scriptie en een gecorrigeerde bronnenlijst ingediend: een plausibele verklaring voor de niet-bestaande bronnen volgens de Raad van State. De hoogste bestuursrechter van het land benadrukt in zijn oordeel bovendien dat een verkeerde bronvermelding niet automatisch fraude betekent: bij de beoordeling moeten onder meer de omvang en ernst van de fouten en de verklaring van de student worden meegenomen.
De RUG maakte volgens de Raad van State onvoldoende aannemelijk dat de student meer deed dan onzorgvuldig omgaan met zijn bronnenlijst. De student maakte wel een fout en erkende zelf dat hij die niet had mogen maken. De Raad van State vernietigde daarom de beslissing van de RUG. De student pleegde volgens de rechter niet buiten redelijke twijfel fraude en daarom moet de scriptie van de student alsnog worden beoordeeld, maar de examinator mag wel zelf bepalen welke gevolgen de onzorgvuldigheid van de student heeft voor zijn cijfer.
