Fans van Ierse rockband Inhaler bivakkeren bij de Oosterpoort voor een plek op de eerste rij: ‘Honderd procent de moeite waard’

nieuws

Wie maandag over de Trompsingel kwam, kon ze niet zijn ontgaan: een rij wachtende (vooral jonge en vrouwelijke) fans van de Ierse rockband Inhaler. Een aantal bracht zelfs de nacht door bij het poppodium om zeker te zijn van een plek vooraan.

“Ik was hier zelf om half zeven ’s ochtends al even om te kijken of er al een rij stond. Ik ben toen niet direct aangesloten, dat vond ik toch wel een beetje ’too much”, vertelt Kim Iene Boonstra. “Maar nu dus wel en ik vind het wel gewoon heel vet. Het is eigenlijk ook best gezellig. We zijn met elkaar spelletjes aan het spelen en muziek aan het luisteren. We hebben ook vlaggen bij ons die we hier helemaal hebben ingekleurd en waar we onze naam op hebben gezet.”

De eerste fans, die de nacht van zondag op maandag bij de Oosterpoort hebben doorgebracht, zijn volgens Kim Iene begonnen met het onderling uitdelen van nummers om duidelijk te houden wie als eerste naar binnen mag en dus vooraan kan staan. Een fan met nummer 24 verwacht daardoor in de eerste rijen te kunnen staan: “Ik heb nu nummer 24, dus dat is best wel vooraan. Dat zijn echt de eerste twee rijen, denk ik.”

Voor een aanzienlijk deel van de fans voor de deur is het niet de eerste keer dat ze de band zien. Ook voor Kim Iene niet: “Dit is de derde keer dat ik ze zie. Ze zijn nu op een minitour. Eergisteren waren ze in Gent, nu zijn ze in Groningen en morgen zijn ze in Limburg. Ik ben ze echt een beetje aan het volgen. De bandleden lopen ook gewoon door de stad rond. Ik had eergisteren zelf de drummer ontmoet en daar even een praatje mee gemaakt.”

Wachten tot 19.00 uur (dan gaan de deuren open) lijkt voor deze fans dus de normaalste zaak van de wereld. Maar voorbijgangers kijken vaak toch een tweede keer om naar de rij wachtenden, lacht Kim Iene: “Heel veel mensen komen voorbij die denken: wat zijn die nou aan het doen? Vanmiddag hoorde ik nog iemand zeggen: is dit een braderie of zo? Maar nee, we zijn gewoon aan het wachten op onze favoriete band.”