De relatief koude winter heeft een flinke invloed gehad op de ijsvogelpopulatie. Dat blijkt uit een telling die is uitgevoerd door natuurorganisatie Het Groninger Landschap.
Bij een telling in het westelijk deel van De Onlanden en in het Westerkwartier werd in slechts één territorium (mogelijk twee) een ijsvogel aangetroffen. Bij een telling een jaar eerder werd de opvallend gekleurde vogel nog in tien territoria gezien. Volgens Het Groninger Landschap is er echter geen reden tot paniek. “IJsvogels kunnen tot drie keer per jaar broeden, waardoor de verwachting is dat de populatie zich snel kan herstellen”, aldus een vrijwilliger die betrokken was bij de telling.
Het resultaat komt niet uit de lucht vallen. Boswachter Bart Zwiers van Natuurmonumenten gaf vorige maand al aan dat de natuur het de afgelopen wintermaanden zwaar heeft gehad: “Ik denk dat we in het noordoosten van het land een flinke winter hebben gehad. Ik kwam bijvoorbeeld een bevroren ijsvogel tegen in een sloot; tijdens de zoektocht naar voedsel heeft deze vogel het niet overleefd.”
IJzervogel
Anders dan de naam doet vermoeden, is de ijsvogel geen liefhebber van winterse omstandigheden. De vogel kan weliswaar tegen lage temperaturen, maar is voor zijn voedsel afhankelijk van kleine vissen in open water. Wanneer waterpartijen dichtvriezen, wordt jagen onmogelijk. De meeste ijsvogels sterven in de winter dan ook door voedselgebrek. Waarom de vogel dan toch zo heet? Naar alle waarschijnlijkheid heeft de naam ‘ijsvogel’ niets met ijs te maken. Het woord stamt af van het Germaanse Eisenvogel, waarbij ‘eisen’ (ijzer, red.) verwijst naar de metaalachtige glans van het felblauwe verenkleed.