Het UMCG begint later dit jaar een groot onderzoek naar een behandelvaccin tegen een voorstadium van baarmoederhalskanker. KWF investeert ruim zes miljoen euro in het project, gericht op een vaccin dat het risico op terugkeer moet verkleinen.
Aan het onderzoek doen bijna duizend vrouwen mee, die na hun operatie allemaal een prik krijgen krijgen. De helft krijgt het echte vaccin, de andere helft een placebo zonder werkzame stof. De deelnemers worden daarna twee jaar gevolgd.In een eerdere, kleinere studie bleek het vaccin al effectief en had het weinig bijwerkingen. De klachten beperkten zich tot lichte reacties zoals pijn op de prikplek of een kort grieperig gevoel.
Bij een behandeling voor een voorstadium van baarmoederhalskanker, iets wat jaarlijks duizenden Nederlandse vrouwen overkomt, wordt afwijkend weefsel operatief verwijderd. Meestal is dat voldoende, maar bij ongeveer één op de tien vrouwen komt de aandoening terug.
Daar willen de onderzoekers in het UMCG iets aan doen. Het onderzoek richt zich op een vaccin dat het risico op terugkeer moet gaan halveren. Hoewel baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door het HPV-virus, zijn de onderzoekers in het UMCG op zoek naar iets anders dan de inmiddels bekende HPV-prik. Het vaccin waar nu onderzoek wordt gedaan, is bedoeld voor vrouwen die al een HPV-infectie hebben en bij wie een voorstadium van baarmoederhalskanker is vastgesteld en richt zich specifiek op HPV-type 16, de belangrijkste veroorzaker van deze vorm van kanker.
De studie moet duidelijk maken hoe goed het vaccin werkt en of het veilig is voor bredere toepassing: op termijn wordt ook gekeken naar gebruik van het vaccin bij andere vormen van kanker die door HPV worden veroorzaakt.