Stadhuis wil dat ontwikkelaars, organisaties en overheden alvast meebetalen aan ‘sociale zijde’ van Suikerzijde

nieuws
Impressie via Gemeente Groningen

Als het aan de gemeenteraad ligt, gaan ontwikkelaars, woningcorporaties, zorgorganisaties, verzekeraars en mogelijk ook het Rijk ver vooraf alvast meebetalen aan voorzieningen en activiteiten van de nieuwe wijk De Suikerzijde.

Volgens het college wordt in nieuwe wijken normaal gesproken eerst vooral geld uitgegeven aan fysieke voorzieningen als wegen, parken, pleinen en gebouwen: kosten daarvan worden later vaak terugverdiend via de verkoop van grond of via bijdragen van andere partijen. Investeren in de sociale kant van een wijk gebeurt meestal pas later. Bijvoorbeeld wanneer er problemen ontstaan met leefbaarheid, eenzaamheid of zorg.

Dat moet anders in De Suikerzijde, vindt het gemeentebestuur. In de plannen voor de nieuwe woonwijk staan al gemengde woonblokken, groene binnenplaatsen en openbare plekken waar bewoners elkaar kunnen tegenkomen. Maar daar komen op den duur meer zaken bij, voorspelt het gemeentebestuur. Bijvoorbeeld een buurthost, een buurtkamer en horeca waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, activiteiten en buurtwerk. Ook daarvoor moet in de toekomst geld zijn.

Het idee is daarom dat organisaties die later voordeel hebben van een sociaal sterke wijk nu alvast meebetalen aan de eerste investeringen in de ‘sociale zijde’ van de Suikerzijde: een ‘sociaal-maatschappelijk investeringsmodel’. Niet alleen woningcorporaties en projectontwikkelaars, maar ook zorgverzekeraars en maatschappelijke organisaties zouden nu alvast geld opzij kunnen zetten voor dit soort zaken. De gemeente wil daarom onderzoeken of er een gezamenlijk investeringsmodel kan komen: een soort geldpot waar de partijen nu alvast geld in stoppen.

Onderzoek naar wie investeert en wat het oplevert

Wie er geld in **deze** speciale pot moet en wil gaan stoppen, is nog niet duidelijk. Via het Watertorenberaad (een samenwerking van ongeveer 25 tot 30 organisaties, zoals overheden, woningcorporaties, ontwikkelaars, bouwers en adviseurs) van de Suikerzijde moet eerst duidelijk worden op welke manier organisaties baat hebben bij welzijn, zorg en wonen in de nieuwe wijk. Met hen wil het college uiteindelijk ‘investeringsgroepen’ vormen: **clubs** die verantwoordelijkheid nemen voor de sociale ontwikkeling van het gebied. Ten slotte moet duidelijk worden wie voor wat meebetaalt: **er wordt gekeken** naar hoeveel geld nodig is, wanneer dat geld nodig is en waar het vandaan kan komen.

De Suikerzijde BV, het gemeentelijke bedrijf achter de ontwikkeling van de wijk, moet eerst gaan onderzoeken of en hoe de ‘vroege investeringen’ later kunnen leiden tot lagere kosten voor regelingen zoals de Wmo, de Wet langdurige zorg en inkomensvoorzieningen. De geldstromen en risico’s voor een gezamenlijke investeringspot moeten daarnaast in kaart worden gebracht en worden omgebouwd tot een ‘businesscase’: hoeveel geld moeten de partijen samen investeren en wat levert de ‘sociale geldpot’ voor de Suikerzijde op.

Steun van deelnemers onontbeerlijk

De gemeente benadrukt dat de speciale geldpot er niet kan komen zonder voldoende steun van de betrokken partijen en dat de plannen nog in een vroeg stadium zijn. Als er uiteindelijk een voorstel komt om een investeringsfonds op te richten of om daaraan deel te nemen, moet de gemeenteraad daar eerst een besluit over nemen.