Een 22-jarige man uit Groningen is dinsdag veroordeeld voor de steekpartij aan de Asingastraat van 17 oktober vorig jaar, waarbij hij een andere man meerdere keren met een mes toetakelde en zwaar verwonde. Volgens de rechter is de Stadjer verminderd toerekeningsvatbaar. Ondanks een onvoorwaardelijk opgelegde celstraf hoeft de Stadjer waarschijnlijk niet terug achter de tralies. Wel wacht hem een taakstraf en een verplichte behandeling.
Op donderdag 17 oktober vorig jaar waren de man en het slachtoffer samen onderweg naar het centrum van Stad. Maar er ontstond onenigheid nadat het slachtoffer aangaf niet meer mee te willen en rond 02.00 uur kreeg het tweetal daardoor ruzie. Het slachtoffer sloeg de Stadjer op zijn neus en daarna ging het mis: de Groninger rende achter het slachtoffer aan en stak hem met een keukenmes in zijn arm en rug. Het slachtoffer liep daardoor onder meer een klaplong op en werd met een ambulance overgebracht naar het ziekenhuis. De vrijdagochtend na het incident werd de 22-jarige man als verdachte aangehouden.
De rechtbank acht bewezen dat de jonge Stadjer probeerde het slachtoffer te doden, iets wat hij ook zelf erkende. Omdat het slachtoffer begon met het gebruik van geweld pleitte de advocaat van de man voor vrijspraak vanwege noodweerexces. Maar volgens de rechtbank was er geen directe dreiging meer op het moment dat de Stadjer het slachtoffer stak en had hij weg kunnen lopen.
De rechtbank besloot het jeugdstrafrecht toe te passen op 22-jarige Stadjer, omdat uit onderzoek blijkt dat hij een autismespectrumstoornis en PTSS heeft. Daardoor is hij verminderd toerekeningsvatbaar. De rechter matigde de celstraf voor de jonge Groninger tot 249 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk. De 69 dagen onvoorwaardelijke celstraf zat de Stadjer al uit in voorarrest. De man moet zich wel laten behandeling, begeleiding en controleren op middelengebruik en een werkstraf van 150 uur uitvoeren. Ook moet hij bijna achtduizend euro schadevergoeding betalen aan het slachtoffer. Die eiste een hoger bedrag, maar de rechtbank vindt een deel daarvan onvoldoende onderbouwd.