Onderzoek toont aan: Vogels en vleermuizen vliegen met regelmaat tegen draaiende wieken van kleine windturbines

nieuws
Foto: Johannes Rienks

Kleine windturbines in Groningen zorgen voor te veel aanvaringen met vogels en vleermuizen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek dat dinsdag werd gepubliceerd, na een opdracht van de provincies Groningen en Fryslân.

Uit het onderzoek blijkt dat per kleine turbine (tot 15 meter hoog) gemiddeld 2,2 vogels en 0,8 vleermuizen per jaar tegen de wieken vliegen. Per soort gaat het om minder dan één aanvaring per turbine per jaar. Maar doordat er veel turbines zijn, loopt het totaal aantal aanvaringen op.

In de provincie Groningen staan ongeveer 400 kleine windturbines, vooral bij agrarische bedrijven. De meeste aanvaringen gebeuren bij turbines die dicht bij bomen, gebouwen of water staan. Op die plekken vliegen meer vogels en vleermuizen, omdat daar voedsel en schuilplekken zijn.

De provincie Groningen wil het aantal aanvaringen omlaag brengen. Daarom wordt er nu gekeken naar maatregelen die botsingen kunnen voorkomen. Het stilzetten van turbines in augustusnachten is één van die maatregelen. Ook wordt gekeken naar manieren om dieren beter te beschermen, bijvoorbeeld door nieuwe leefgebieden te creëren buiten de buurt van turbines.

Volgens de provincie blijft het, ondanks de onderzoeksresultaten, mogelijk om de plaatsing van een kleine windturbine aan te vragen. Wel moet er dan vooraf een ecologische controle plaatsvinden. De windmolens zijn volgens de provincie belangrijk, vooral voor boeren. Met 53.900 kWh per jaar helpen de turbines bij het opwekken van duurzame energie op het eigen bedrijf.