Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan heeft vrijdagmiddag de Aletta Jacobsprijs 2026 ontvangen van rector magnificus Jacquelien Scherpen van de Rijksuniversiteit Groningen voor haar jarenlange inzet voor gelijkwaardigheid binnen Defensie.
De kersverse minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (D66) werkte kort voor haar aanstelling 32 jaar bij Defensie. In die periode klom ze als eerste vrouw in de Nederlandse krijgsmacht op tot de rang van luitenant-generaal. Binnen Defensie zorgde ze onder meer voor vrouwvriendelijkere scherfvesten en voegde ze een jurk toe aan het dagelijkse uniform, zodat vrouwen meer keuze hebben. Ook pleitte ze in het Europees Parlement voor meer gelijkwaardigheid in Europese krijgsmachten en voor een grotere rol van vrouwen in vredesprocessen.
De RUG reikt de Aletta Jacobsprijs eens per twee jaar uit aan een vrouw die zich inzet voor emancipatie. Eerdere winnaars zijn onder meer Khadija Arib, Lilianne Ploumen en Neelie Kroes. Volgens de jury is Boekholt-O’Sullivan “een sterke leider en indrukwekkende spreker”. Juryvoorzitter Marie-José van Tol zegt dat ze met humor aandacht vraagt voor de nog vrouwonvriendelijke kanten van Defensie en dat ze zich inzet voor een gelijkwaardiger personeelsbeleid.
Boekholt-O’Sullivan draagt de prijs op aan vrouwen die onveiligheid of geweld (hebben) ervaren. Ze begint daarom de actie ‘Actie Aletta’, een collegetour langs zestien onderwijsinstellingen waar bestuurders, onderzoekers, studenten en experts samen in gesprek gaan over het voorkomen van onveiligheid en grensoverschrijdend gedrag richting vrouwen. Boekholt-O’Sullivan gebruikt de prijs daarmee onder meer om de campagne Wij eisen de nacht onder de aandacht te brengen. Deze campagne pleit voor meer veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte en tegen intimidatie en geweld.
De huisvestingsminister in het nieuwe kabinet stelt dat ze moest wennen aan haar zichtbaarheid als rolmodel: “Ik begreep dat pas echt toen ik merkte hoe vrouwen naar mij keken. Sindsdien ben ik me ervan bewust dat ik geen knip voor de neus waard ben als ik mijn nek niet durf uit te steken als het gaat om lastige onderwerpen, zoals het veiliger en gelijkwaardiger maken van het fysieke en sociale leven van vrouwen.”