De gemeente Groningen houdt bij het planten van bomen rekening met hooikoorts en pollen. Dat is opvallend, omdat veel andere Nederlandse gemeenten dat niet doen, zo blijkt uit een landelijke enquête en een analyse van gemeentelijk bomenbeleid van het tv-programma Radar.
Voor het onderzoek vulden 181 gemeenten een enquête in. Uit de resultaten blijkt dat de meeste gemeenten boompollen niet structureel meenemen in hun bomenbeleid. Een klein deel doet dit vast, anderen alleen soms of per project. Een aanzienlijk aantal gemeenten houdt er helemaal geen rekening mee. Gemeenten die zeggen rekening te houden met hooikoorts (iets meer dan de helft) doen dat naar eigen zeggen vooral door te kijken naar de plek waar bomen worden geplant: bij scholen, woonstraten en zorglocaties. Maar langs fiets- en wandelroutes wordt hier volgens de resultaten weinig rekening mee gehouden.
Er zijn geen landelijke richtlijnen voor het meenemen van hooikoorts en pollenbelasting in gemeentelijk bomenbeleid. Het bewust kiezen voor boomsoorten die minder pollen verspreiden, gebeurt volgens de enquête beperkt. In de meeste gevallen blijven sterk allergene bomen onderdeel van het aanplantbeleid. Meer dan de helft van de gemeenten geeft aan geen beleid te hebben waarin hooikoorts en pollenbelasting structureel zijn opgenomen. Ook zeggen veel gemeenten geen plannen te hebben om dit in de toekomst te veranderen.
‘Groningen laat zien dat het kan’
Maar Groningen dus wel, en dat verdient lof, aldus het consumentenprogramma van AVROTROS. In het huidige bomenplan van Groningen staat dat bij de keuze van boomsoorten wordt gekeken naar hun allergene eigenschappen. In het nieuwe bomenplan wordt dit een vast criterium bij alle nieuwe aanplant. De gemeente gebruikt daarbij het Bomenkompas van het Leids Universitair Medisch Centrum en een eigen soortenlijst.
Een woordvoerder motiveert richting Radar dat de gemeente Groningen wil voorkomen dat sterk pollenproducerende bomen in grote aantallen terechtkomen op plekken waar veel mensen dagelijks verblijven. Elzen, berken en hazelaars zouden daar dus relatief weinig moeten voorkomen.