Na maar liefst 31 edities heeft oprichter Henk van der Velde afgelopen week afscheid genomen als voorzitter van het WK Snert- en Stamppotkoken. Een toernooi dat er volgens Van der Velde mede voor heeft gezorgd dat de populariteit van de oer-Hollandse pot is toegenomen, en niet alleen in eigen land.
Henk, hoe kijk je terug op de editie van afgelopen week?
“Met een heel positief gevoel. Als ik alle edities bij elkaar veeg, valt me op dat het niveau van de deelnemers elk jaar stijgt. Wat ook interessant is: de tijd staat niet stil. We zien de laatste jaren een enorme opkomst van biologische en vegetarische gerechten. Eigenlijk kan vegetarische snert volgens de traditie helemaal niet – er hoort immers vlees en worst in – maar toch weten deze koks de jury de laatste jaren te imponeren. Er is een mooie competitie ontstaan waar hard wordt gestreden, maar waar de sfeer altijd gemoedelijk blijft.”
Hoe is het wereldkampioenschap ooit ontstaan?
“Dat is een mooi verhaal. Het was op een koude decemberdag, ruim dertig jaar geleden. We zaten met drie man bij elkaar en iemand zei: ‘Ik heb eigenlijk wel zin in een kopje snert’. Die opmerking leidde tot het idee om er een wedstrijd van te maken. ‘Zullen we er dan niet gelijk een wereldkampioenschap van maken?’, werd er geopperd. En zo begon het. De eerste editie was in een partycentrum in Uithuizen, waar de eigenaresse in de jury zat en de zaal beschikbaar stelde.”
Zo’n eerste keer zal ongetwijfeld vallen en opstaan zijn geweest…
“Dat kun je wel zeggen! Tijdens die eerste editie werden er zo’n dertig pannen snert naar Uithuizen gebracht, van hier uit de regio tot uit Brabant aan toe. Alleen maakten we één grote fout: de deelnemers moesten de snert thuis maken en die in pannen vervoeren. Als je snert vervoert zonder het ijskoud te koelen, begint het te ‘wellen’. Die dag hebben we zeker vijf deksels van het plafond moeten halen omdat de boel ontplofte. Toen wisten we: dit gaan we nooit weer zo doen.”
Vanaf dat moment moest er op locatie gekookt worden?
“Ja, ook om een andere reden. We wilden zeker weten dat de deelnemers de snert zelf maakten. We hebben ooit iemand gehad die de boel probeerde te bedotten met drie blikken kant-en-klare snert. Dat wil je niet. We zijn toen uitgeweken naar de keuken van een horecaopleiding in de stad Groningen.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Het kampioenschap heeft door de jaren heen op veel plekken gezeten, nietwaar?
“Zeker. Na die horecaopleiding zijn we naar het Noorderpoort gegaan. Na afloop kregen we echter een factuur voor het gebruik van de keuken. Dat vond ik toen heel gemeen, en eigenlijk vind ik dat nog steeds. Het was de laatste keer dat we met hen samenwerkten. Daarna kwamen we bij het Alfa-college terecht en dat was vanaf de eerste dag een warm bad. De studenten van de opleiding Facilitair Management werken daar nu mee als gastheer of gastvrouw; zij kunnen er zelfs punten voor halen. Het is een hele mooie samenwerking, waar ik heel trots op ben.”
Het deelnemersveld is inmiddels ook behoorlijk internationaal…
“Afgelopen week hadden we 28 deelnemers en dertien kookunits op inductie. Eén deelnemer heeft buiten gekookt. Wat je ziet is dat koks vaak jaren meedoen om zich te perfectioneren. De media-aandacht is altijd bijzonder geweest; ik herinner me nog dat NPO Radio 1 een rechtstreekse lijn had en steeds inbelde voor updates. Afgelopen week hadden we zelfs een Franse omroep te gast. Het is allang geen puur Nederlands feestje meer; we hadden koks uit Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk, Italië, maar ook uit Senegal en Suriname.”
Denk je dat door dit WK mensen ook vaker snert en stamppot zijn gaan eten?
“Dat is moeilijk te zeggen, maar vroeger was snert een gerecht voor arme gezinnen, terwijl het nu een delicatesse is in dure restaurants. Neem winnaar Arthur Vos, die een restaurant heeft in Garderen. Hij is maanden bezig geweest zijn recept te verfijnen door gasten te laten proeven. En kijk naar alle initiatieven die door het WK zijn ontstaan: het Buurtteam Beijum kookt in maart snert voor een hele groep mensen, en in Noord-Holland wordt inmiddels een eigen snertwedstrijd gehouden. Dat is een soort voorronde waarvan de winnaar bij ons komt koken.”
Na 31 jaar draag je nu het stokje over. Waarom nu?
“Dat klopt. Het werd tijd om dat te doen. Ik ben nu 82 jaar oud. Door met zulke initiatieven te stoppen, kan ik wat vaker thuis zijn. Het lijkt er op dat het WK gewoon doorgaat. Hoe het precies opgepakt gaat worden, dat is nog onbekend. Maar binnen de organisatie zijn er genoeg mensen die dit kunnen doen. Dus deelnemers en liefhebbers van het WK, volgend jaar komt het allemaal goed. Alleen zonder mij. En ja, ik ga dit heel erg missen. Ik heb in die 31 jaar een hele mooie tijd gehad.”
Je bent niet met stille trom vertrokken…
“Nee, ik ben flink in het zonnetje gezet! Ik ben benoemd tot erelid en kreeg een zilveren snertsleef (soeplepel), speciaal ontworpen door kunstenaar Harm Bron uit Heerenveen. Daar ben ik ontzettend trots op. Ook kreeg ik een fotoboek met foto’s van de afgelopen 31 jaar. Een geweldige verrassing.”
Wat was voor jou het absolute hoogtepunt?
“Dat was de 25ste editie. De Stichting Oud Hollandsche Gerechten greep dat jubileum toen aan om het snert koken te borgen als immaterieel erfgoed. Daar ben ik ontzettend trots op. Eigenlijk zou dat voor stamppot ook moeten gebeuren, maar daar zit ontzettend veel werk in. Laat dat een oproep zijn aan mijn opvolgers om dat nog eens op te pakken.”
Staat er bij huize Van der Velde na al die jaren nog wel eens snert op tafel?
“Haha, nou. Niks is minder waar hoor. Ik kan heel erg genieten van snert of een stamppot. Het staat bij ons, in de wintermaanden, regelmatig op tafel. En dat blijven we ook gewoon doen. Het is heerlijk. Het maakt mij gelukkig.”

