“Problemen veroorzaakt door neoliberalisme worden aangepakt met een nieuwe vorm van neoliberalisme. Inwoners in Groningen die te maken hebben met aardbevingsschade hebben een overheid nodig die geen nieuwe regels bedenkt, maar bij mensen aanbelt en vraagt wat er nodig is.” Dat zei Tweede Kamerlid Jimmy Dijk (SP) dinsdagavond tijdens het debat over de regeringsverklaring.
In de Tweede Kamer werd uitgebreid gesproken over het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD. Dijk sprak in zijn bijdrage grote zorgen uit over de plannen van het minderheidskabinet, waarbij sectoren verder vermarkt worden en de verzorgingsstaat volgens hem wordt uitgekleed. Hij riep andere oppositiepartijen op om zich te verenigen: “Wij zijn met meer.”
Aanvankelijk richtte Dijk zich op de landelijke politiek, tot Mirjam Bikker (ChristenUnie) hem interrumpeerde over de positie van Groningen. Bikker uitte haar zorgen over het uitblijven van de Lelylijn en de invulling van regiodeals, terwijl er wel stevig wordt geïnvesteerd in projecten zoals de Zuidasdok in Amsterdam. “Er ligt een duidelijk rapport van Pieter van Geel over hoe we om moeten gaan met schadeherstel en isolatie. Hoe ziet meneer Dijk dit, juist ook als inwoner van Groningen?”
Randstadakkoord
Dijk deelde de zorgen van de ChristenUnie-fractievoorzitter. “Dit is een heel terecht punt. Naast dat dit een akkoord is voor welgesteld Nederland, is het een Randstadakkoord. En niet zo’n klein beetje ook.”
Bikker vroeg daarop waar de prioriteit volgens de SP nu echt moet liggen om Groningen beter op de kaart te zetten, refererend aan de eerdere samenwerking tussen Bikker en SP-Kamerlid Sandra Beckerman op dossiers als de ‘ereschuld’.
Menselijk gezicht
Volgens Dijk zit het probleem in de fundamentele houding van de overheid. “Uiteindelijk gaat het erom, en dat geldt ook voor het toeslagenschandaal en de problemen rond de WIA, wat voor overheid je wilt zijn. Deze plannen uit het akkoord gaan heel erg over het digitaliseren van de overheid, terwijl één van de belangrijkste conclusies uit de parlementaire enquête naar het toeslagenschandaal juist was dat er een menselijk gezicht moet zijn. Dat zie ik in dit voorstel niet terug.”
Dijk pleitte voor een aanpak die de SP, bij monde van Beckerman en voormalig Kamerlid Renske Leijten (SP), al vaker heeft voorgesteld: “Zorg dat er één iemand is die bij de mensen langsgaat. Van deur tot deur. Die aan mensen vraagt wat er nodig is. Hoe kunnen we de schade herstellen, de huizen versterken en ervoor zorgen dat je in een goede, sterke gemeenschap in de mooiste dorpen van Groningen kunt blijven wonen? Dat vergt een aanpak waarbij ambtenaren bij mensen aanbellen om met hen in gesprek te gaan, in plaats van het optuigen van steeds weer nieuwe regelingen.”
Wantrouwen in systeem
Mirjam Bikker sloot zich aan bij het ongemak over het coalitieakkoord en hoopte dat de lessen van de parlementaire enquêtes daadwerkelijk geleerd worden. “Het systeem brengt momenteel geen antwoord voor deze mensen. Ik hoop dat de Kamer deze lessen trekt om te voorkomen dat we deze debatten over enkele jaren opnieuw moeten voeren.”
Dijk sloot af met een felle kritiek op de ideologie achter het beleid: “Als we door neoliberalisme veroorzaakte problemen aanpakken met een nieuwe vorm van neoliberalisme en wantrouwen, dan gaat er niets veranderen. Ik zie nu bij de WIA dat mensen die hun leven hebben gegeven om dit land op te bouwen, gestraft worden als ze arbeidsongeschikt raken. Dat diepe wantrouwen zien we ook in Groningen. Dit akkoord is doordrenkt van neoliberalisme. Er staat wel in dat we uitgaan van vertrouwen, maar in alles krijg je beleid dat gebaseerd is op wantrouwen. Wij hebben actie nodig: aanbellen, vragen wat er nodig is, en dat vervolgens ook gewoon gaan doen.”