Vanaf halverwege mei doen alle tien Groningse gemeenten mee aan de vierde landelijke ETHOS-telling van dak- en thuisloosheid. Op één dag wordt in kaart gebracht hoeveel mensen geen vaste en volwaardige woonplek hebben.
De telling richt zich niet alleen op mensen die officieel staan geregistreerd als dak- of thuisloos. Ook mensen zonder zichtbare opvangsituatie worden meegenomen, zoals jongeren die tijdelijk bij vrienden verblijven, mensen die in een auto of caravan slapen en huishoudens zonder eigen woning. Voor de telling is informatie nodig van organisaties die in contact staan met mensen zonder vaste woonplek. Het gaat onder meer om zorg- en hulpverleners, vrijwilligersorganisaties, scholen, huisartsen, wijkorganisaties en opvanginstellingen.
In de provincie Groningen wordt sinds 2003 de Monitor Dakloosheid uitgevoerd. Daarmee wordt vooral de geregistreerde dak- en thuisloosheid gevolgd. Voor mensen die buiten beeld blijven, is aanvullend onderzoek nodig. De ETHOS-telling moet dit verborgen deel zichtbaar maken. De telling gebeurt volgens een Europese methode om dak- en thuisloosheid te meten. Deze methode wordt inmiddels in tientallen Nederlandse gemeenten gebruikt. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Hogeschool Utrecht en het Kansfonds.